Voetbal van Sparta met geen pen te beschrijven

Laten we ophouden Sparta te beschouwen als het kroonjuweel van het Nederlands voetbal. Historisch gezien mag er veel te zeggen zijn voor behoud van Sparta voor de eredivisie, maar wat het eerste elftal momenteel laat zien, tart elke beschrijving....

Van onze verslaggever Bart Jungmann

Het was erop of eronder zaterdagavond tegen NAC en als je je dan zo willoos naar de slachtbank laat leiden (uitslag 5-0), dan verdien je maar één ding: rechtstreekse degradatie. Het past ook helemaal in het ellendige verhaal dat Sparta dit seizoen te vertellen heeft. De vier wedstrijden waarin winst en verlies dubbel telden (tegen RKC en NAC), gingen alle verloren.

De laatste in die reeks was extra droefstemmend. Geen moment wekte Sparta de indruk graag eredivisionist te blijven. Het eerste gevaarlijke schot op het doel van Karelse viel pas na ruim een uur te noteren. Schutter was El Khattabi, de stand 4-0.

Sparta was naar Breda gekomen om het verschil met nummer laatst NAC op vier punten te houden, zodat de nacompetitie als reddingsboei binnen handbereik bleef. Nico Jalink was van stal gehaald om de verdediging te versterken. Maar na ruim een kwartier was die boei al een stukje in de richting van NAC gedreven.

Middenvelder Schreuder zag een totaal mislukt schot eindigen bij Archil Arveladze die vanaf de hoek van het strafschopgebied onwaarschijnlijk mooi voordeed hoe het wel moest. Sparta kroop daarna uit zijn schulp, de indruk wekkend snel op gelijke voet te willen komen.

NAC leek op dat moment niet bepaald een tegenstander die dat kon voorkomen. Al een paar keer eerder dit seizoen verspeelden de Bredanaars een voorsprong. Vorige week gebeurde dat tegen MVV zelfs in de laatste minuut en de angst sloeg dan ook prompt in de Bredase benen na de 1-0.

'Paniekverdedigen', noemde trainer Zwamborn dat benauwde kwartiertje. Het was alle hens aan dek en dat is in het voetbal een dom uitgangspunt. De één denkt van de ander dat hij het opknapt met als gevolg dat niemand een poot uitsteekt.

Zelfs Arveladze was in zijn ijver achterin te vinden, terwijl Zwamborn hem nog zo had gesmeekt de voorste linie niet te verlaten. De Georgische spits is voor zijn eigen doelman net zo onvoorspelbaar als voor die van de tegenpartij. Dit seizoen zette die onvoorspelbaarheid weinig zoden aan de dijk, maar zaterdag verplichtte Arveladze heel Breda weer aan zich.

Na zijn tweede treffer, gemaakt na ruim een half uur uit een snelle counter, gooide de ploeg alle angstige gevoelens van zich af en werd het laatste Avondje NAC er eentje om te koesteren. Het was bovendien een treffer die Zwamborn veel plezier deed.

De voorbereiding op rechts was in handen van Earnest Stewart. Diens voorzet kon door Arveladze rustig via de paal worden ingeschoten. Stewart, die zelf liever een centrale rol speelt, is door Zwamborn naar de rechtervleugel gedirigeerd. Tegen Sparta was hij vaak de man die op zijn snelheid de openingen creërde.

Ook de vijfde treffer vond zijn oorsprong op de rechtervoet van Stewart. Invaller Robert van de Weert kopte diens voorzet één minuut voor het slotsignaal achter Jansen. Stewart nam zelf nummer vier voor zijn rekening, nadat Sjoekov eerst keihard op de paal had geschoten.

Arveladze had ruim vijf minuten na rust de 3-0 laten aantekenen. Weer was hij zijn bewaker Marilia te snel af, weer trof hij doel via de paal. Voor elk van die drie doelpunten kon wel een Spartaan verantwoordelijk worden gesteld met als gemeenschappelijke kenmerk laks ingrijpen.

Jan Everse stelde het na afloop zuchtend vast, zonder daarbij overigens zichzelf ter discussie te stellen. Maar zou een trainer ook niet de schuld bij zichzelf moeten zoeken als zijn elftal in zo'n cruciale wedstrijd de juiste mentaliteit mist?

Voor Kees Zwamborn, die NAC nu ruim een maand traint, was het de eerste overwinning in die hoedanigheid. Hij was er dus wel in geslaagd zijn team scherp te stellen en kon tot zijn genoegen vaststellen dat NAC met een geruststellende voorsprong ook aardig kan voetballen.

Opvallend was dat het elftal zaterdag voor ongeveer de helft bestond uit spelers die de club er volgend seizoen niet meer bij zal hebben. Drie van hen moeten weg, eentje mag weg en van drie is de toekomst onzeker.

'We hebben bewust open kaart gespeeld', aldus de trainer van NAC. 'De jongens kunnen maar beter weten waar ze aan toe zijn. Daarmee is een hoop onzekerheid weg en degenen die moeten vertrekken, hebben er voor zichzelf toch ook alle belang bij om goed te spelen.'

Als ze daarmee in de komende wedstrijden tegen Twente en Ajax ook nog een puntje of wat veroveren, dienen ze het belang van NAC ook nog eens een keer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden