AnalyseVitesse

Vitesse scoort goed met voor eredivisie onorthodoxe 5-3-2-tactiek

Het eredivisieseizoen is nu halverwege en Vitesse is de grote verrassing. Na zeventien wedstrijden staat de ploeg tweede achter Ajax, maar voor PSV en Feyenoord. Het geheim van de Duitse trainer Thomas Letsch? Een 5-3-2-formatie.

Loïs Openda neemt de bal aan in het bekerduel tegen ADO Den Haag. Beeld BSR Agency
Loïs Openda neemt de bal aan in het bekerduel tegen ADO Den Haag.Beeld BSR Agency

Vitesse bewijst dat afwijkend durven zijn loont in de eredivisie. De Arnhemmers boeken successen met een ‘onorthodoxe’ 5-3-2-tactiek. Met drie centrumverdedigers achterin, twee vleugelbacks die in hun eentje de flanken bestrijken en een voorhoede die geen echte vleugelaanvallers bevat.

Vitesse is daarmee een tactische exoot in Nederland. In de eredivisie, waar balbezitvoetbal met vleugelspitsen al een halve eeuw de norm is, kiezen ploegen steevast voor een opstelling met vier verdedigers, drie middenvelders en drie aanvallers: ­ 4-3-3 in voetbaljargon. 

Vorig seizoen speelden zestien van de achttien eredivisieclubs hoofdzakelijk in een 4-3-3-formatie. De ploegen die hiervan afweken, speelden doorgaans in een ‘4-4-2-ruit-systeem’, waarbij er een aanvaller was ingewisseld voor een extra middenvelder.

Afwijkend

Maar in een werkelijk andere speelformatie aantreden, zoals Vitesse dat doet, leek zelfs vorig seizoen nog ondenkbaar in de eredivisie. 98 procent van de tijd kozen de clubs voor een systeem met vier man achterin. 

En dat terwijl tactieken met drie centrale verdedigers en twee vleugel-backs in de internationale competities al jarenlang geliefd zijn. Alleen al in Duitsland, het geboorteland van ­Vitesse-trainer Thomas Letsch, zijn de tactische mores geheel anders. In het huidige Bundesligaseizoen speelden zestien van de achttien Duitse clubs minstens één wedstrijd in een systeem met drie centrumverdedigers. Tien clubs hanteren zelfs wekelijks dat spelsysteem. 

In Nederland is het systeem nooit aangeslagen, ook al werd het laatste grote succes van Oranje (derde op het WK 2014) geboekt in een 5-3-2-formatie.

Longen op de flank

De tactische gedachtegang in het moderne topvoetbal is simpel: domineer het centrum. In het het midden van het veld vinden de belangrijkste acties plaats. Vanaf daar is de route naar het vijandelijke doel het kortst. De kunst voor ploegen is dan ook om een overtal rond de bal te krijgen in de as van het veld: oftewel, meer eigen spelers dan tegenstanders. 

Hierbij komt de 5-3-2-formatie Vitesse goed van pas. Op beide flanken staat namelijk maar één speler geposteerd, waardoor  de overige acht veldspelers in het centrum te werk kunnen gaan. Het schier onuitputtelijke loopvermogen van Elazar Dasa op rechts en Maximilian Wittek op links is cruciaal voor het Arnhemse succes. Deze twee vleugelbacks vervullen in balbezit vaak de rol van back, middenvelder en vleugelspits.

null Beeld

Diepgang

Door een enkele bezetting op de flanken van het veld krijgt Vitesse vaker de kans om het spel verticaal te laten verlopen, in plaats van horizontaal. Diepgang is het toverwoord. De twee spitsen, de pijlsnelle Loïs Openda naast de kopkrachtiger Oussama Darfalou (of Armando Broja), moeten op snelheid continu achter de laatste verdedigingslijn van de oppositie opduiken. 

Vervolgens is het aan ‘libero’ ­Riechedly Bazoer om het sprintwerk van de aanvallers te belonen met een uitgekiende dieptepass. Het voormalig talent van Ajax is in Arnhem opgebloeid. Dit doet Bazoer, voorheen een middenvelder die overal op het veld te vinden was, in een voor hem bijzondere rol. Als middelste van de drie centrale verdedigers dirigeert de technicus vanuit de achterste linie het rappe spel van de Arnhemmers. Bazoer heeft een gemiddelde van 7,9 aangekomen lange passes per wedstrijd, het hoogst van alle veldspelers in de eredivisie.

Vrijheid voor de sterren

Vitesse heeft met Ajax het vaakst de nul gehouden in de eredivisie: achtmaal. De met een extra verdediger ingebouwde defensieve zekerheid in het spelsysteem van Letsch gunt de twee beste spelers de offensieve vrijheid die zij nodig hebben. Want naast ­Bazoer is ook Oussama Tannane aan een ware revival bezig.

Tannane, die in een vrije rol achter de twee aanvallers speelt, is de effectiefste creatieveling in de eredivisie dit seizoen. Met 45 geslaagde dribbelacties en 39 gecreëerde kansen voor ploeggenoten is Tannane de enige speler die in de topvier van beide klassementen staat. Geen enkele speler liet tot dusver meer doelpogingen noteren: 66. Tannane’s fijne linkervoet maakt Vitesse tot een gevreesde ploeg bij standaardsituaties. Dit seizoen scoorde hij een keer uit een vrije trap en gaf hij vier assists uit dode spelmomenten.

Het voor Nedserland ongebruikelijke spelsysteem bezorgt de tegenstanders van Vitesse hoofdbrekens. In vijf van de zeventien eredivisie­duels van Vitesse paste de opponent zich aan, in de zoektocht naar een tactisch antwoord op de afwijkende stijl van de Arnhemmers. Slechts één ploeg (FC Groningen, 1-1) had enig succes met die kniebuiging. De ploeg van Letsch laat zien: het loont om anders te durven zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden