ProfielJan Janssen

Vijftig jaar geleden won Jan Janssen de Tour de France, maar wat was er ook al weer zo speciaal aan de wielrenner?

In 1968, vijftig jaar geleden, won Jan Janssen als eerste Nederlander de Tour de France. Een even grandioze als bijkans vergeten wielerprestatie. Tijd voor een opfriscursus.

Jan Janssen na het winnen van de Tour de France in 1968.Beeld Nationaal Archief

Er is een boek uitgekomen, een documentaire gemaakt en in Amsterdam is er nu zelfs een rondvaartboot met zijn naam. Nee, onopgemerkt is het vijftigjarig jubileum van de Tourzege van Jan Janssen niet voorbij gegaan. Voor generatiegenoten is hij een sportlegende, de man die als eerste Nederlander de Tour de France won. Maar voor veel jongeren is hij hooguit een vaag bekende naam uit het verleden. Wie is Jan Janssen en wat maakte hem zo bijzonder?

De wielrenner

Jan Janssen was wielrenner in een tijd dat specialisme nog niet bestond. Het hele jaar door reed hij volle bak en kon zowel grote rondes als klassiekers winnen. Misschien wel zijn mooiste overwinning: Bordeaux-Parijs in 1966, een monsterklassieker over 557 kilometer. Janssen deed er ruim veertien uur over en was naar eigen zeggen niet eens moe. Hij kon bergop goed mee mee, was ook zeker niet kansloos in de sprint, maar zijn grootste kwaliteit was zijn ongebreidelde wilskracht: nooit gaf hij op. Ook niet toen hij in de Tour van 1968 na veertien etappes op 5.52 minuten achterstand stond.

Zijn bijnaam luidde Le Professeur. Niet vanwege zijn geleerdheid  Janssen was zoon van een aannemersknecht  maar omdat hij brildragend was. Vooral bij slecht weer was het soms behelpen, geregeld moest hij zijn bril schoonvegen. Bij een strakblauwe hemel droeg Janssen, een unicum in die tijd, een zonnebril. Daardoor had hij als één van de weinigen geen last van de zon.

Janssen was al wereldkampioen geweest (1964) en had de Vuelta gewonnen (1967) voordat hij in de zomer van 1968 begon aan de Tour de France, de ronde die zijn leven zou veranderen.

De tourwinnaar

De Tour van toen is niet te vergelijken met die van nu. De etappes waren langer (gemiddeld 212 kilometer, waar die vorig jaar 168 kilometer was), de snelheid lag lager (gemiddeld 33 kilometer per uur, vorig jaar 41 kilometer per uur) en volgens de regels kregen renners maar vier bidons van een kwart liter mee. Met als gevolg dat Janssen onderweg zijn bidons met water uit fonteinen en rivieren vulde.

Maar het belangrijkste verschil is dat er in ’68 nog met landenteams in plaats van merkenteams werd gereden. Er was vooraf heibel over het kopmanschap en de ploegleider. Bovendien namen zijn collega’s het Janssen kwalijk dat hij zijn soigneur had meegenomen: een Spanjaard die luisterde naar de bedenkelijke bijnaam ‘De Gifmenger’, al heeft Janssen altijd beweerd dat hij in die Tour ‘nog geen pastille’ tot zich heeft genomen.

Janssen dwong het kopmanschap in de Nederlandse ploeg af, maar van harte ging dat niet. Na één week waren er van de tien Nederlandse renners nog maar vier over. De rest ging geld verdienen in de Belgische kermiskoersen.

Janssen wint de Tour.Beeld ANP

Pas nadat Janssen in de veertiende etappe won, kwam er weer moraal bij de renners; eindelijk was er geld in het laatje gekomen. In de laatste bergetappe zette Janssen alles op alles om in het wiel te blijven van de Belg Herman Van Springel, met het oog op de tijdrit op de slotdag zijn enige echte concurrent.

Janssen ging zo diep dat zijn ploeggenoot Arie den Hartog na afloop concludeerde: ‘Zes plankies. Meer hep-ie niet nodig.’ Terwijl Janssen nog naar adem hapte, stond journalist Jean Nelissen al met een sigaar boven hem om te informeren naar zijn eerste reactie.

Er werd in '68 al wel gefinisht in Parijs, alleen niet op de Champs-Elysées, maar op de wielerbaan Bois de Vincennes, in het zuidoosten van de stad. In de laatste tijdrit over 54 kilometer moest Janssen 17 seconden goedmaken op geletruidrager Van Springel. Slim als hij was sloot Janssen een akkoordje met de motoragent. Die bleef op zijn verzoek constant 50 meter voor hem rijden, zodat hij aan diens remlichten kon zien hoe hard hij de bochten kon nemen.

Bovendien reed Janssen op zijn lichtrode Lejuene met lichte zijden tubes die slechts 190 gram wogen.

Het verzet: 52/13. Het moraal: hoog. Of zoals de Volkskrant een dag later schreef: ‘Met een onvoorstelbaar moyenne van 41 kilometer per uur vloog Janssen de baan op.’ En maakte hij de achterstand op Van Springel ruimschoots goed. Het was de eerste keer dat de Tour op de Nederlandse tv werd uitgezonden. Kijkers zagen die 21ste juli hoe Janssen huilend op de schouders werd genomen door het plukje Nederlandse fans. Een iconisch beeld in de Nederlandse sportgeschiedenis.

De jubilaris

Over belangstelling heeft Jan Janssen nooit te klagen gehad, maar door de Giro-zege van Tom Dumoulin beleefde hij vorig jaar een revival. Samen met Joop Zoetemelk vergezelde hij Dumoulin tijdens diens huldiging in Maastricht op het podium. Miljonair is Janssen nooit geworden van zijn zege in de Tour. De winnaar kreeg in die tijd 20 duizend franc, omgerekend: 3 duizend euro.

Janssen en Lopez Caris in actie in Spanje.Beeld EPA

Vier jaar na de Tourzege stopte Janssen, moe en versleten, met wielrennen en begon een eigen fietsenmerk. De zaak in Hoogerheide wordt nu gerund door zijn zoons Pierre en Jan. Ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de Tourzege van hun vader is een speciale fiets met klassieke look uitgebracht.

Janssen is 78 jaar en zit, zoals hij dat noemt, ‘in de laatste waaier’ van zijn leven. Vier jaar geleden werd bij hem leverkanker geconstateerd. Daarvan is hij is hersteld. Jan Janssen rijdt weer gewoon zijn trainingsrondjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden