Vier sportsters, één prijs

Ireen Wüst, Jorien ter Mors, Dafne Schippers, Sifan Hassan: hoe kunnen drie van hen dinsdag níet tot Sportvrouw van het Jaar worden verkozen? Vier sportsters, vier pleidooien.

Schaatster Ireen Wust (M) wordt samen met de andere leden van het Olympisch team gehuldigd op een podium in de binnenstad van Assen. Duizenden Oranjefans hebben zich daar verzameld om de sporters toe te juichen.Beeld anp

Dafne Schippers (22), atlete

De verbeelding getart
Europees kampioene op de 100 en 200 meter
Sportkoepel NOC*NSF heeft besloten dat olympisch kampioenen voortaan automatisch genomineerd zijn voor de jaarlijkse sportersverkiezingen. Is het wijsheid? Wimbledonkampioen, Tour de France- of Formule 1-winnaar, voetbalvedette: ze worden zo op voorhand lager aangeslagen dan een olympisch schaatskampioen. En stelt de snelste vrouw van Europa minder voor dan Ireen Wüst of Jorien ter Mors?

Zes wedstrijden had Dafne Schippers nodig om Nederland te veroveren, Europa te inspireren en sprintsters in de rest van de wereld aan het denken te zetten. Driemaal 100 meter, driemaal 200 meter, twee Europese titels. En dat voor een zevenkampster.

Voor de EK had ze nog nooit zesmaal op rij gesprint. Ze had geen idee hoe haar lichaam de snelheid zou verteren. Ze wist niet of ze bestand zou zijn tegen de druk om steeds nagenoeg foutloos te presteren. Op de zevenkamp leidt een fout niet tot uitschakeling.

Ze doorstond de test glansrijk en ervoer de magie van de sprint. Wüst en Ter Mors bereiken op ijs weliswaar hogere snelheden, de onnatuurlijke zijwaartse afzet van het schaatsen, hoe elegant die ook kan ogen, imponeert minder dan de snelle passen waartoe de menselijke natuur lijkt aan te zetten. Wie heeft als kind niet gerend?

Sprinten lijkt op voetballen: alle kinderen proberen het en de besten nemen het serieus. Hoeveel atletes de 100 en 200 meter lopen, doet er nauwelijks toe. De snelste vrouw van Europa is waarschijnlijk echt de snelste vrouw van Europa. De snelste schaatsster is de beste van de paar duizend wedstrijdrijders die het continent telt.

De snelste van de wereld was Schippers niet. Op de 100 meter liep ze met 11,03 seconden de dertiende tijd van het jaar. Op de 200 meter was ze 0,01 seconde langzamer dan olympisch kampioene Allyson Felix: 22,03 om 22,02.

Toch is vooral Schippers' dubbele sprint uitzonderlijk. Ze liep de snelste Europese tijd in negentien jaar. Op de Europese ranglijst aller tijden staat ze elfde, achter tien, merendeels Oost-Europese sprintsters uit de hoogtijdagen van de doping. Het is mogelijk dat niemand zonder verboden middelen sneller is geweest dan Schippers.

Het belang van haar prestatie gaat verder dan titels en tijden. Haar verkiezing tot Europees Atlete van het Jaar en haar plaats bij de laatste drie bij de mondiale verkiezing dankt ze ook aan het feit dat ze het gangbare beeld van de sprint heeft bijgesteld. Ze heeft bewezen dat blonde vrouwen niet automatisch onderdoen voor donkere atletes.

Schippers is de fotogenieke opvolgster van Christophe Lemaitre, de Fransman die de 100 meter als eerste blanke atleet onder de 10 seconden liep. Ze trekt zich niets aan van stereotypen, ze spot met dogma's, ze tart de verbeelding. Ze schudt, kortom, in haar eentje de belangrijkste olympische sport op. Hoe kan zij geen Sportvrouw van het Jaar worden?

Dafne Schippers na de winst op de 200meter tijdens de Europese kampioenschappen in Zürich.Beeld ap

Jorien ter Mors (24), schaatster

Een nieuwe richting gewezen
Olympisch kampioene op de 1.500 meter en de ploegenachtervolging: Europees kampioene shortrack
Geen medaille begeerde Ireen Wüst meer dan het goud op de 1.500 meter, maar tijdens de warming-up wist ze al dat ze verloren had. De tijd van Jorien ter Mors, die vroeg het ijs op moest, was simpelweg te snel.

De koningin van Sotsji al voor haar eigen rit kansloos laten op haar favoriete onderdeel: alleen die stunt is al voldoende om Ter Mors uit te roepen tot Sportvrouw van het Jaar. Sport is meer dan klinisch cijferwerk. Welk onderdeel je wint en wie je verslaat, dat bepaalt de grootsheid van de prestatie.

Er is meer dat pleit voor de 24-jarige Enschedese. Ter Mors was de eerste Nederlandse schaatser die bij de Winterspelen aan zes disciplines meedeed, verdeeld over twee ijssporten.

Bij het shorttrack kwam ze uit op alle vier de afstanden, met een vierde, vijfde en zesde plaats als beste resultaten. Bij de ploegenaflossing kwam een teamgenote ten val. Op de langebaan reed ze twee wedstrijden, met tweemaal goud als score: op de schaatsmijl en de ploegenachtervolging.

Vooral op de 1.500 meter gaf ze blijk van haar ongewone talent. De shorttrackster spotte met alle wetten van de langebaan. Terwijl haar tegenstanders de dag voor de finale rust hielden, werkte zij de 1.500 meter af bij het shorttrack. Op het baantje van 111 meter moest ze die afstand driemaal rijden. In de finale kwam ze net tekort voor een medaille: ze huilde na de vierde plek tranen met tuiten.

De volgende dag bleek ze fysiek en mentaal hersteld van die tegenvaller. In de zevende 1.500 meter uit haar jonge langebaancarrière reed ze bijna 1,5 seconde sneller dan ze ooit had gedaan. Haar tijd van 1.53,51 minuten was ruim een halve tel sneller dan de eindtijd van Wüst. Ze stond op de seizoensranglijst vijfde met die laaglandtijd, tussen 22 schaatssters die hun snelste rit op hooglandbanen reden.

Met haar twee gouden medailles wees Ter Mors de schaatssport nadrukkelijk een nieuwe richting, net als Michel Mulder deed met zijn zege op de 500 meter. Shorttrack en skeeleren zijn meer dan training voor de langebaan: de disciplines vallen op hoog niveau te combineren. In Nederland vonden velen dat vijf jaar geleden nog een bespottelijke gedachte.

De gouden medailles waren ook een beloning voor onbegrensd denken, het durven nemen van risico's. Dat is een zeldzaamheid in de schaatssport.

Het rijden van de 1.500 meter shorttrack als opwarmertje voor die afstand op klapschaatsen, minder dan 24 uur later, lijkt gekkenwerk, maar het raakt aan de essentie van topsport. Grenzen opzoeken, scheren langs de rand van de afgrond, speuren naar de verrassingen die lichaam en geest in petto hebben. Ter Mors heeft dat aangedurfd. Hoe kan zij geen Sportvrouw van het Jaar worden?

Jorien ter Mors.Beeld ANP

Sifan Hassan (21), atlete

De droom geleefd
Europees kampioene op de 1.500 meter, EK-zilver op de 5.000 meter
Op hun 16de waren Ireen Wüst, Jorien ter Mors en Dafne Schippers al ontdekt. Ze werden opgenomen in de jeugdprogramma's van hun sportbonden en met behulp van liefdevolle ouders en vakkundige trainers klaargestoomd voor een topsportloopbaan.

Sifan Hassan ontvluchtte rond die leeftijd haar geboorteland Ethiopië. Ze kwam zonder geld, familie of toekomstplannen terecht in het vreemde Nederland, niet wetende of ze haar moeder ooit zou terugzien. Een loopbaan als hardloopster leek hooguit een functionele fantasie, bedoeld om haar dagelijkse bestaan als onbegrepen asielzoekster te verlichten.

Hassan werd deze zomer Europees kampioene op de 1.500 meter. Ook liep ze, in een andere wedstrijd, de snelste mondiale tijd van het jaar: 3.57,00 minuten. Met slechts anderhalf jaar serieuze training en een gloednieuw Nederlands paspoort, groeide ze uit tot een gevreesde wereldtopper op een discipline die internationaal hoog staat aangeschreven.

De 21-jarige atlete kan als levend bewijs dienen tegen de populaire stelling dat tienduizend trainingsuren noodzakelijk zijn om de wereldtop te halen.

Dat aantal gaat misschien op voor sommige balsporten, maar niet voor hardlopen. Soms volstaan aanleg, innerlijk vuur en volharding.

De snelheid waarmee Hassan de wereldtop heeft bereikt, wekt de indruk dat haar succes vooral Afrikaans is. Een genetische voorsprong, luidt al gauw de conclusie. Anders gezegd: gratis talent. Haar matige Nederlands na een verblijf van bijna zes jaar, vooral voor de camera, versterkt de indruk dat haar snelheid losstaat van haar nieuwe vaderland.

Dat is een misvatting. Natuurlijk heeft ze in Ethiopië in haar jeugd meer kilometers gelopen dan Nederlandse kinderen, gedwongen door armoe. Ze heeft pijn leren verdragen die hier wellicht voor kindermishandeling zou doorgaan. Zoals haar coach Honoré Hoedt dit jaar zei: 'Het ontbreekt Nederlandse kinderen aan niets, behalve tegenslag.'

Maar Hassan is in Nederland tot atlete gevormd. Ze kon er aanvankelijk weinig van. Zelfs matige regionale loopsters kon ze niet bijhouden. Toch zette ze door. Ze had een doel voor ogen: leven van hardlopen. Met behulp van Hoedt, het omvangrijke netwerk van haar managementbureau en de (para-)medische begeleiding op Sportcentrum Papendal heeft ze dat bereikt.

Hassan belichaamt de traditie en de toekomst van de Nederlandse atletiek: immigranten als Nelli Cooman, Troy Douglas en Lornah Kiplagat gingen haar voor, opvolgers als Abdi Nageeye en Khalid Choukoud staan te trappelen. Ze vertegenwoordigt ook een nieuw Nederland. Dat doet ze trots en zelfbewust, schijnbaar immuun voor het negativisme over die onvoltooide samenleving.

Als er een Nederlandse droom zou bestaan, als poldervariant op de Amerikaanse, dan was Hassan nu een gevierd atlete. Van verschoppeling tot Europees kampioene, in krap zes jaar tijd, met een oranje strik in haar weelderige afro als blijk van loyaliteit. Hoe kan zij geen Sportvrouw van het Jaar worden?

Beeld EPA

Ireen Wüst (28), schaatster

Een unieke reeks neergezet
Olympisch kampioene op de 3.000 meter, de ploegenachtervolging, olympisch zilver op de 1.000 meter, 1.500 meter en de 5.000 meter; Europees en wereldkampioene allround

Met Inge de Bruijn heeft Ireen Wüst meer gemeen dan ze misschien denkt. Samen staan ze te boek als de succesvolste Nederlandse olympiërs aller tijden: de zwemster en de schaatsster hebben allebei acht medailles veroverd, waarvan vier van goud. En ze zijn, ondanks hun unieke prestaties, slechts één keer gekozen tot Sportvrouw van het Jaar.

Wüst kan afstand nemen van De Bruijn door die eretitel dinsdag voor de tweede keer te bemachtigen tijdens het jaarlijkse Sportgala. Of beter gezegd: op te eisen. Want spreken de cijfers niet voor zich? In Sotsji viel de 28-jarige Brabantse in de prijzen op alle afstanden waaraan ze meedeed: goud op de 3.000 meter, goud op de ploegenachtervolging, zilver op de 1.000, 1.500 en 5.000 meter. Daarnaast werd ze Europees en wereldkampioene allround.

Buiten Nederland viel de olympische score van Wüst op. Alleen Eric Heiden en Cindy Klassen kwamen eerder tot vijf medailles: de Amerikaanse schaatser won op alle afstanden goud in 1980, de Canadese kende in 2006 een topjaar, met vijf medailles op de Winterspelen van Turijn. Haar zeldzaam rijke oogst leverde Wüst vorig maand in Thailand een nieuwe prijs op: de associatie voor nationale olympische comités riep haar uit tot de beste vrouwelijke olympiër van Sotsji. Alsof dat ter discussie stond.

Toch kan Wüst dinsdag niet gerust zijn op de verkiezingsuitslag tijdens het sportgala. Internationaal prestige noch het aantal medailles geeft in de RAI de doorslag. Ze weet uit eerdere jaren dat wintersporters het vaak afleggen tegen de zomersporters, van wie er meer in de zaal aanwezig zijn. Bovendien speelt jaloezie de schaatsers parten. Veel sporters vinden dat hun prestaties (financieel) worden overschat.

Het staat buiten kijf dat schaatsen een relatief kleine sport is. In het olympische seizoen reden volgens Nederlandse schaatsstatistici wereldwijd zo'n 1.800 vrouwen de 3.000 meter, junioren en veteranen meegerekend. Op de 1.500 meter was dat ongeveer tweemaal zoveel: een kleine 3.400. De vuistregel is: hoe langer de afstand, hoe minder deelnemers. Aan de 5.000 meter waagden minder dan 400 vrouwen zich.

Dat is geen reden om Wüst te negeren. Lang niet alle eerdere winnaressen van het Sportgala beoefenden sporten met een brede internationale top: dressuur (Anky van Grunsven), wielrennen (Marianne Vos, Leontien van Moorsel), snowboarden (Nicolien Sauerbreij) of langeafstandszwemmen (Edith van Dijk).

Meer tegenstand zou Wüst ook weinig uitmaken. Ze is zelf haar grootste opponent. Keer op keer tracht ze haar onzekerheid te overwinnen. Ze moet zich verzetten tegen de aangeboren neiging om haar lichaam te willen uitputten. Ondanks die karaktertrekken, of juist dankzij, is ze uitgegroeid van een ongedurig talent tot een ervaren kampioene die onder druk vrijwel altijd optimaal presteert.

Het beste bewijs daarvan is een andere unieke reeks. In Sotsji won Wüst voor de derde Winterspelen op rij goud. In Nederland is ze de eerste topsportster die zo'n drieslag heeft gemaakt. Hoe kan zij geen Sportvrouw van het Jaar worden?

Ireen Wüst.Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden