Analyse Volleybal

Vier coaches over de armoede in het clubvolleybal: 'We hebben er nu met zijn allen een puinhoop van gemaakt'

De finales van de play-offs in het volleybal waren even matig als spectaculair. Lycurgus versloeg bij de mannen Orion na vijf duels. De vrouwen van Sliedrecht leiden in de serie tegen Alterno. Vier coaches over de armoede in het clubvolleybal. 'Waarom stappen we niet uit de Nevobo?'

De kampioenenmaker: Arjan Taaij (Lycurgus)

Arjan Taaiij Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Op het tandvlees behalen de volleyballers van Lycurgus de derde landstitel op rij door zondag het vijfde en beslissende duel met Orion in de finale van de play-offs met 3-1 te winnen. Zaterdag dwong Orion met een 3-1-zege in Doetinchem een verlenging af, in Martini Plaza in Groningen krijgt Lycurgus in de vierde set hulp van Orion-aanvaller Marcelis. Woedend rukt hij aan het net en maakt wegwerpgebaren naar de arbiters. Zijn rode kaart levert Lycurgus een kapitaal punt op dat uiteindelijk het verschil maakt: 25-23.

Opgelucht constateert de pas 34-jarige Taaij dat de missie is volbracht. Toch is het ook een benauwende gedachte dat de grenzen van zijn groei bij Lycurgus in zicht zijn. 'Je hebt als volleybalcoach in Nederland twee keuzes. Je maakt de sprong in het diepe en gaat naar het buitenland. Het is niet meteen lucratief en sociaal gezien vrij egoïstisch, maar je volgt je ambities.

'Of je kapt ermee en zoekt als Toon Gerbrands en Joop Alberda je heil in een andere sport. Ik werk bij de beste club van Nederland, ik zie me hier nog wel twee, drie jaar coachen. Maar ik word geen Foppe de Haan of Redbad Strikwerda, die tot zijn 65ste in de Nederlandse eredivisie werkt.'

Tot die tijd tracht Taaij bij Lycurgus een vicieuze cirkel te doorbreken. 'We willen graag de voorronde van de Champions League eens overleven. Maar als ik elk seizoen zes, zeven spelers moet inpassen, zijn wij nog aan het bouwen als we moeten presteren. Om de groepsfase te halen, moeten we ons budget van ruim vier ton royaal verdubbelen tot een miljoen euro. Ik zie die potentie in Groningen, maar dan moet de club in alle opzichten professioneler worden.'

Lycurgus is Nederland al ontgroeid, aldus Taaij. De top is volgens hem te smal in de eredivisie. Hij wil het voorbeeld volgen van ijshockeyclub Tilburg Trappers, die ook in Duitsland speelt. 'Ik mis de ambitie bij de meeste clubs. Ik zie maar één optie: kijken of wij in de Belgische of Duitse competitie kunnen meedoen. Anders komt Lycurgus niet verder. Ook nu zullen diverse talenten vertrekken, de doorstroming stagneert.

'Ik benaderde een jongen van 18 jaar die waarschijnlijk kiest voor de nummer acht van België, alleen om in een sterkere competitie te kunnen spelen. Dat vind ik echt pijnlijk. De Nederlandse eredivisie heeft een imagoprobleem. Ook topclubs uit landen met kleine competities verruimen hun speelveld. Valero Zürich hoopt in Frankrijk te kunnen spelen. Waarom kan Lycurgus dan niet samenwerken met Belgische en Duitse clubs?'

De querulant: Redbad Strikwerda (Orion)

Redbad Strikwerda Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ondanks een knappe inhaalrace na een 2-0 achterstand tegen Lycurgus neemt Redbad Strikwerda bij Orion geen afscheid met een titel. De 52-jarige succescoach is tevens de querulant van het Nederlandse volleybal, die er in zijn columns voor Volleybalkrant.nl geregeld met gestrekt been invliegt.

Strikwerda: 'Voetbaltrainer Leo Beenhakker zei ooit: 'Haben Sie eine Stunde? Bij de analyse van het Nederlandse clubvolleybal zou ik ervan maken: 'Haben Sie einen Monat?' Tien jaar geleden coachte ik Dynamo in de Champions League en wonnen we soms een wedstrijd van ploegen die ertoe deden. Lycurgus verliest nu in de voorronde van matige teams. Het niveau is behoorlijk gezakt. Spelers van 27, 28 jaar kiezen voor hun maatschappelijke carrière en stoppen te vroeg.

'De instroom van nieuw talent ontbreekt, want de betere volleyballers uit het Talentteam worden door de coaches op Papendal naar het buitenland gesluisd. Zo vernachelt het opleidingsinstituut van de Nevobo de eredivisie. Volgens het convenant zouden spelers worden opgeleid voor de topclubs in Nederland. Nu worden ze zesde of zevende met het Talentteam en nemen de wijk naar het buitenland. Zo is het systeem niet bedoeld.'

De Nevobo beschouwt de eredivisie als een noodzakelijk kwaad, aldus Strikwerda. Hij pleit voor een revolutie, een eredivisie geleid door de clubs. 'Waarvoor hebben we de Nevobo nog nodig? Vanuit mijn woonkamer kan ik een eredivisie voor tien clubs organiseren, scheidsrechters vind ik wel in de regio. En we hanteren vast een betere opzet dan de bond, die de laatste jaren heeft uitgeblonken in verkeerde formats. Vorig jaar waren beide finales al na twee sets in de tweede wedstrijd beslist, een giller eerste klas.

'Nu kopieerden we het Belgische systeem, waarbij de nummer 1 uit de reguliere competitie met 6 punten begon in de kampioenspoule en de nummer 6 met één. Zo simpel denkt de bond: als het in België werkt, dan ook bij ons. Maar in België spelen dezelfde teams altijd de finale, ook in Nederland leverde die poule niets op. De nummers 4,5 en 6 hebben acht wedstrijden voor Jan met de korte achternaam gespeeld. Was niet moeilijk te voorspellen.'

En dus wil Strikwerda pionieren als Rintje Rintsma, die met zijn commerciële ploeg buiten de bond om het schaatsen een nieuw gezicht gaf. 'Schaatsers in Nederland, darters in Engeland; ze hadden geen bond nodig om hun sport te professionaliseren. Wij kunnen dat ook, nu staan de belangen van het Nederlandse vrouwenteam of het beachvolleybal voorop en niet van de clubs. Zelfs de website van de Nevobo is een doolhof.'

Het perspectief is somber, stelt Strikwerda. 'Voor de topdrie in Nederland zijn geen spelers meer te vinden. Logisch, wanneer je van bondscoaches te horen krijgt dat de eredivisie er niet toe doet. Dan gaan ze het nog geloven ook. Maar de meeste spelers die vroeg naar het buitenland zijn gegaan, hebben niks gepresteerd. Het is hoog tijd voor een masterplan, want we hebben er nu met zijn allen een puinhoop van gemaakt.'

Bij Dynamo kan Strikwerda onmogelijk de oude gloriejaren laten herleven. Hij keert terug naar de basis en gaat in Apeldoorn zelfs jongens van 12 jaar opleiden, onder wie zijn zoon. 'We mogen van de bond nooit over geld praten, maar daar draait het wel om.'

En lachend: 'Mijn zoon is klein, maar hij weet dat libero's slecht betaald worden. Ik hoop dat hij later als diagonaalaanvaller geld gaat verdienen voor de familie Strikwerda. Hoezo is topsport leuk of mooi? En moeten we alleen talent ontwikkelen? Ik word moe van al die verhalen over persoonlijke ontwikkeling. Het mag van mij best wat harder in de opvoeding. In topsport gaat het om snoeihard werken en winnen. Verder geen gelul.'

De missionaris: Matt van Wezel (Sliedrecht)

Matt van Wezel Foto FotoHoogendoorn.nl / Pim Waslander

Matt van Wezel werkte jaren als talentcoach op Papendal en wil bij de vrouwen van Sliedrecht afscheid nemen met de landstitel. De regerend kampioen piept en kraakt in de finale van de play-offs tegen Alterno. Sliedrecht ontsnapt zaterdag na een 0-2 achterstand in sets en kan door de moeizame 3-2 zege (22-25, 23-25, 25-20, 25-21, 15-13) woensdag in Apeldoorn opnieuw kampioen worden.

Daarna gaat Van Wezel het volleybal in Noorwegen op de kaart zetten, als coach van het nationale vrouwenteam. Het is een kortstondig project, want het beroepsperspectief voor een Nederlandse volleybalcoach is nihil. 'Ik ben geen Guidetti die de hoofdprijs krijgt bij Vakifbank Istanbul. Zo goed ben ik niet, het zou me bovendien acht jaar kosten om dat niveau te bereiken. Ik vraag me steeds meer af of dit mijn leven is.

'Ik zeg het met respect, maar het is mijn grootste nachtmerrie om de nieuwe Jan Berendsen te worden. Die man gaat na 40 jaar nog steeds met Eurosped naar Peelpush. En voor mijn gevoel zit ik in Nederland al aan mijn plafond. We werden met Sliedrecht in de Europa Cup van het veld getimmerd door het Franse Béziers. Ik wist: we kunnen nooit op tegen die fullprofs. Over vijf jaar verliezen we nog van die club.

'Oud-bondscoach Joop Alberda zei ooit tegen mij: een goede coach is gescheiden. Dat klinkt gechargeerd, maar hij heeft een punt. Mijn dochter was drie dagen oud, toen ik voor twee weken naar Servië ging. Dan ben je geen trotse vader. Iedereen denkt dat volleybal mijn leven is, maar ik heb culturele antropologie gestudeerd. Ik was een avonturier, heb zonder geld de wereld rondgefietst. In mijn hart ben ik meer een missionaris dan een topcoach.'

Zo kwam Van Wezel terecht in Nepal, waar hij topatleten leerde volleyballen. Meestal in de openlucht, want na de aardbeving heeft het land in opbouw nauwelijks sportzalen. 'Ik wil de minder bedeelde mens helpen, in Nepal gebeurden de gekste dingen. Ik zou 18 spelers krijgen, stonden er 34 voor mijn neus. Op één veld. De afmetingen in het veld klopten niet. Voetfouten, netfouten? Interesseerde niemand.

'Die jongens hadden het fysieke vermogen om Lycurgus weg te tikken, maar tot de tien punten maakten we negen fouten. Ze waren buiten opgegroeid, lijnen hadden ze niet en je mocht in het net hangen. Ze hadden ook nooit blessures. Er was nu eenmaal geen dokter of fysiotherapeut die zei dat ze geblesseerd waren.

'Plannen was een relatief begrip. Waren we een kwartier aan het trainen, zeiden mijn collega-trainers: 'Matt, we gaan lunchen.' 11 uur was lunchtijd, maar waarom gingen wij dan om kwart voor elf trainen? Ik kon fantastisch werken met die jongens, tot de kolonel van het leger zich meldde. Was ik door zijn speech weer een half uur training kwijt. Fluisterde die kolonel in mijn oor: 'Ik heb gezegd dat die jongens harder moeten werken.' Nou, daar lag het niet aan.'

Toch was de progressie van Nepal indrukwekkend. Van Wezel: 'Mijn opvolger kon met het mannenteam zelfs naar de Asian Games. Het was een geweldige ervaring, maar ik kon het niet regelen met mijn gezin. En ik zat niet vrolijk in de bergen, Kathmandu is een vieze smogstad. In Noorwegen doe ik een project van vier maanden per jaar, mijn gezin gaat acht weken mee. Verder wil ik een bedrijf voor coaching opzetten.'

Met een glimlach: 'En als het niet lukt, kan ik altijd nog Jan Berendsen worden.'

De zakenman: Ali Moghaddasian (Alterno)

Ali Moghaddasian Foto Pim Waslander

Vier jaar geleden werd Ali Moghaddasian kampioen met Alterno, toen international Celeste Plak nog in Apeldoorn speelde en libero Kristen Knip voor Sliedrecht uitkwam. Nu moest de in Iran geboren coach de reeds gestopte Kathy Bonsen smeken om nog een paar wedstrijden mee te doen. Prompt werd de 25-jarige passer/loper de gangmaker van Alterno, dat als vijfde eindigde in de reguliere competitie. Woensdag kan Bonsen er op haar 26ste verjaardag een vijfde duel uitslepen.

Het niveau in de finale van de play-offs is soms belabberd, erkent Moghadassian. 'In 2014 waren we ook kampioenskandidaat, nu hebben we de volleybalwereld verrast. Zeven speelsters uit de selectie maakten hun debuut in de eredivisie. Het maakt me trots, maar het is zorgwekkend dat de teams steeds jonger worden.

'Ik zie speelsters op hun 21ste, 22ste stoppen, nadat ze te vroeg zijn doorgestroomd. Bonsen werkt fulltime, terwijl ze eigenlijk nog drie, vier jaar de kar kan trekken bij Alterno. Maar het geld ontbreekt. En dus zijn spelers te snel verloren voor de sport.'

Moghaddasian was in 2014 ook als sponsor verbonden aan Alterno, nu heeft de eigenaar van Scapa enkele modezaken verkocht. Volleybal is voor hem een dure hobby, zegt Moghaddasian. 'Ik heb mijn bedrijf anders ingericht, maar ook mijn auto rijdt niet op water. Er moet in alle geledingen een mentaliteitsomslag komen. Verschillende clubs kiezen nu voor jonge trainers, ik vind het riskant. Het lijkt op paniekvoetbal, laat die jongens eerst twee jaar assistent zijn bij een ervaren trainer. Ook zij stromen te snel door.'

Eens betalen de nationale ploegen de tol voor de afkalving van de top, voorspelt Moghaddasian. 'Bij de mannen is het al zichtbaar, de vrouwen gaan het ook ondervinden. Het wordt niet beter als speelsters de eredivisie gaan mijden. Wie een bal rechtdoor kan serveren, krijgt van de bondstrainers al het advies om naar het buitenland te gaan. Ga eerst eens uitblinken in de eredivisie.

'Maar het lijkt wel alsof het volleybal is uitgevonden op Papendal, de nationale teams zijn heilig verklaard. Waar is de kennisuitwisseling? Ik kan me niet voorstellen dat coaches als Van Wezel, Berendsen of Petra Groenland minder verstand hebben van volleybal dan Jong Oranje-trainer Julien van de Vijver of Eelco Beijl, assistent-coach bij het Nederlandse vrouwenteam.'

Het blijft zijn droom om ooit trainer te worden in zijn vaderland Iran. 'Het mannenteam heeft al een buitenlandse topcoach. De Iraanse vrouwen hebben nu ook een nationale ploeg, maar die moeten volgens de wet door een vrouw worden gecoacht. Ik heb de vrouwen een keer stiekem getraind, eigenlijk mocht het niet. Iran wordt steeds vrijer. Vrouwen mogen nu ook naar sportwedstrijden voor mannen kijken. Maar sommige regels blijven absurd.'

Komend seizoen hoopt Moghaddasian de droom van de bemiddelde Huizen-sponsor Jan Kos te realiseren. De eigenaar van Prima Donna Kaas wil met zijn club naar de eredivisie. 'Ik hou van uitdagingen. Er ligt een mooi plan voor de vrouwen van Huizen, hun ambities gaan dwars door het dak heen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.