Vertrouwen in kortste weg naar goud

Bij de Olympische Spelen staat de ploegenachtervolging voor het eerst op het programma. De Nederlandse schaatsers nemen het onderdeel uiterst serieus....

Van onze verslaggever Mark van Driel

Het ereschavot bood het afgelopen weekeinde bij de World Cup in Calgary slechts na één afstand een enigszins vertrouwde aanblik. Bij de ploegenachtervolging won Nederland twee medailles.

Het goud ontglipte Nederland, dat vorig jaar in Inzell de eerste wereldtitel op het nieuwe onderdeel won, evenals het wereldrecord. Canada bleek zaterdag het sterkste team te hebben. Maar aan de zilveren en bronzen medaille ontleenden de Nederlandse schaatsers en bondscoach Ab Krook veel zelfvertrouwen. Ze blikten vooruit naar de Olympische Spelen, waar de achtervolging voor het eerst op het programma staat.

‘Het goud ligt voor het oprapen’, vond Erben Wennemars, de schaatser die het nieuwe onderdeel vorig jaar in zijn hart heeft gesloten en zich officieus de aanvoerder van de ploeg mag noemen. ‘Het is de kortste weg naar goud’, zei Krook.

Dat vooruitzicht wordt gekoesterd, zeker nu blijkt dat de concurrentie op de individuele nummers buitengewoon hevig zal zijn. Het grote aantal Nederlandse toppers is in theorie een voordeel bij het samenstellen van de ploeg. Om in Turijn goud te kunnen winnen, zullen, verdeeld over twee dagen, afvalraces worden verreden.

Steeds zullen drie man in een wedstrijd over acht ronden (3200 meter) uitkomen tegen een ander landenteam van drie rijders. De winnaar gaat door naar de volgende ronde. Na vier ronden is de olympische kampioen bekend.

Krook mag vijf man selecteren en daaruit zijn ploeg per wedstrijd samenstellen. Als Nederland een medaille wint, krijgt iedere schaatser die in actie is gekomen een medaille. Volgens Wennemars is de breedte van de Nederlandse top een onmiskenbaar voordeel. Er kan worden gewisseld, waardoor het team fris blijft. ‘Je bent zo sterk als je zwakste schakel. Als je geen zwakke schakels hebt, zoals Nederland, heb je de meeste kans.’

Het basisdrietal staat vrijwel vast. Wennemars, Mark Tuitert en Carl Verheijen hadden bijna een jaar het wereldrecord in handen en zijn de regerend wereldkampioenen. Dat ze afgelopen weekeinde een honderdste seconde langzamer waren dan de gelegenheidsformatie Rintje Ritsma, Jochem Uytdehaage en Remco Olde Heuvel leidde tot hilariteit bij de laatste drie, maar de bondscoach relativeerde de uitslag meteen. ‘Nu wisselen zou paniekvoetbal zijn.’

Krook kan zijn enthousiasme over zijn eerste team nauwelijks onderdrukken. Hij heeft foto’s en videobeelden bestudeerd om te zien hoe aërodynamisch de ploeg is. Hij stond versteld. ‘Ik heb foto’s gezien, schitterend. De naden van de pakken lagen in lijn, de voeten stonden in lijn en ook de hoofden lagen precies achter elkaar. Het is te mooi om waar te wezen.’

Wennemars, Tuitert en Verheijen lijken fysiek op elkaar en kunnen in elkaars slag rijden. Ze beheersen alledrie zowel de 1500 meter als de 5 kilometer. Wennemars en Tuitert kunnen snelle rondjes rijden, Verheijen heeft meer duurvermogen. De wereldkampioen sprint: ‘Voor dit onderdeel moet je snel zijn, handig zijn, en je moet de andere twee nooit laten gaan als je stuk zit.’

Of de drie in Turijn het basisteam zullen vormen en welke twee schaatsers er als wissels bij komen, zal pas eind december bij het Olympische Kwalificatie Toernooi duidelijk worden. Bij de samenstelling van de ploeg zal worden geput uit schaatsers die zich voor individuele afstanden hebben geplaatst: Nederland mag niet meer dan tien schaatsers uitzenden.

Toch heeft Krook zijn gedachten al wel laten gaan over andere rijders. Gianni Romme en Beorn Nijenhuis maken nauwelijks kans, omdat hun techniek te onorthodox is. Sven Kramer, Remco Olde Heuvel, Jochem Uytdehaage en Rintje Ritsma komen wel in aanmerking. Zij zullen bij de komende drie World Cups achtervolging moeten laten zien wat ze in hun mars hebben.

Krook verwacht niet dat er door de ploeg veel moet worden getraind op het rijden van dezelfde slag of het overnemen van de koppositie net voor de bocht. Hij denkt dat de schaatsers dat snel onder de knie krijgen. ‘Deze jongens zijn sportintelligent. Ze weten heel goed wat ze op het ijs moeten doen.’

Ook Wennemars gelooft niet dat veel samen trainen noodzakelijk is, al pleit hij er wel voor dat het onderdeel serieus wordt genomen. Dat doet hij zelf ook. ‘Ik wil sowieso in de ploeg rijden. Wij kunnen in Turijn winnen. Dat de Canadezen hier winnen, zegt mij niet zoveel. Canada kan niet vier topraces neerleggen. Wij wel.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden