Analysetopturnen

Vertrek bondscoach Van Bokhoven brengt turnen op kruispunt: is stoppen met topturnen niet veel gezonder?

Bondscoach Bram van Bokhoven rondt deze week zijn werk bij turnbond KNGU af. Hij gaat op 1 februari als prestatiemanager aan de slag bij sportkoepel NOCNSF en laat een enorme leemte achter. De turnbond heeft nu geen bondscoach meer bij de mannen en vrouwen en is op zoek naar een nieuwe technisch directeur. Hoe moet het nu verder met de geplaagde turnsport?

Eline van Suchtelen
Beeld van een turnkamp bij de Hazenkamp in Nijmegen. De belasting van turntalent is onderwerp van discussie na alle misstanden in de sport. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld van een turnkamp bij de Hazenkamp in Nijmegen. De belasting van turntalent is onderwerp van discussie na alle misstanden in de sport.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In de afgelopen twee jaar hebben verschillende oud-turnsters hun verhalen in de media gedeeld over hoe ze zijn behandeld door trainers. De weg naar internationale titeltoernooien verliep lange tijd via een uit het voormalige Oostblok gekopieerde angstcultuur. Turnsters werden vernederd en in sommige gevallen geslagen. Blessures werden genegeerd. Turnzalen werden afgesloten voor ouders en wie zijn mond opentrok kreeg ervan langs. Sommige vrouwen kwamen zwaar gehavend, psychisch en fysiek, uit hun carrière.

Ook talenten die goed zijn behandeld, kwamen niet altijd ongeschonden uit hun sportjeugd. In augustus zocht deze krant vier voormalige turners op die in 2012 aangaven dat ze de nieuwe Epke Zonderland wilden worden. Negen jaar en vele blessures verder waren ze bijna allemaal gestopt. Eentje kwam tijdelijk in een rolstoel terecht na een val tijdens de training en heeft nu nog dagelijks last van zijn nek.

Stoppen met topturnen

De verhalen uit het verleden roepen de vraag op of de bond niet beter kan stoppen met het faciliteren van topturnen in Nederland. Dat idee werd al geopperd in het onderzoek Turnonkruid uit 2015. Stoppen en opnieuw beginnen zou de ruimte geven aan nieuwe coaches om met een andere visie aan de slag te gaan. Het onderzoek, waarin de verhalen over een angstcultuur werden bevestigd, is nooit openbaar gemaakt. Het bondsbestuur vond dat het onduidelijk was over welke periode de klachten gingen. Er zouden bovendien al een hoop verbeterpunten zijn doorgevoerd.

Uit nieuw onderzoek naar misstanden in het turnen, dat vorig jaar werd gepubliceerd onder de titel Ongelijke leggers, bleek er inderdaad een cultuuromslag te zijn ingezet. De huidige generatie zegt zich niet te herkennen in de verhalen uit het verleden. De sfeer is verbeterd en er is meer aandacht voor het welzijn van de vrouwen. Tegelijkertijd beseffen turnsters vaak pas na hun carrière wat hun is aangedaan. Wat komt er over tien jaar nog naar boven?

Het probleem in de turnsport is de jonge leeftijd waarop talenten worden klaargestoomd. Trainers zijn ervan overtuigd dat je voor de groeispurt bepaalde coördinatieve vaardigheden aangeleerd moet hebben. Wie goed is, traint daarom op zijn tiende al twintig uur per week in Nederland. Dat wordt dertig uur in de tienertijd, als de grootste talenten van 12 à 13 jaar de overstap maken van de bond. In totaal zitten er ongeveer 100 sporters in de selectie die voor de absolute top gaan.

Om de oefeningen goed uit te voeren helpt het om zo klein en licht mogelijk te zijn. Dit speelt vooral bij meisjes. Jongens kunnen de technische oefeningen beter uitvoeren, omdat spierkracht belangrijker is. Trainers zien het liefst dat turnsters zo laat mogelijk ongesteld worden. Daarna krijgen ze meer vet en andere (voor turnen) beperkende lichamelijke ontwikkelingen.

Recht op spel in gedrang

De extreme hoeveelheid trainingsuren op jonge leeftijd geldt volgens hoogleraar kinderrechten Ton Liefaard niet als kinderarbeid, maar dat is alleen omdat de kinderen niet betaald worden voor de vele uren in de gymzaal. Wel komt het recht op spel, rust en vrije tijd volgens hem in het gedrang. Liefaard zegt dat het goed voor de ontwikkeling van kinderen is als ze tijd hebben om te lummelen met vriendjes.

De KNGU is een groot voorstander van het verhogen van de leeftijdsgrens waarop turnsters hun debuut mogen maken van 16 naar 18 jaar, zodat de druk van de vaak problematische puberleeftijd af gaat. De internationale turnfederatie FIG voelt daar niks voor. In 1997 ging de leeftijd waarop turnsters hun internationale debuut maken voor het laatst omhoog van 15 naar 16 jaar. Maar in de praktijk betekent dit dat er nog steeds meisjes van 15 meedoen: ze mogen hun debuut maken in het jaar dat ze 16 worden.

NOCNSF, een organisatie die gezond leven en sporten propageert, zou stelling moeten nemen over wat gezonde sport is. De deze week benoemde opvolger van Maurits Hendriks, directeur topsport André Cats, zou af kunnen stappen van de bekritiseerde toptienambitie en het welzijn van de sporters op de eerste plek kunnen zetten. Waarom tientallen meisjes extreem belasten voor de kleine kans dat er één olympisch kampioen wordt?

Laat Nederland dan een voorbeeldland zijn en zelf de minimumleeftijd opschroeven naar 18 of 20 jaar. En stel een maximum aan trainingsuren per leeftijdscategorie in. Met minder trainingsuren wordt de kans op internationaal succes nog kleiner voor Nederland. Zonder zicht op de medailles houdt de geldstroom vanuit NOCNSF, die een miljoen per jaar in de sport pompt, vanzelf op.

Het topturnen sterft dan een stille dood, als dat niet al is gebeurd door het te laat op gang gekomen onderzoek naar misstanden en de jarenlange onzekerheid waarmee de turners nu al moeten leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden