Verslingerd aan gooien

Kort voor de val van de Berlijnse Muur (1989) emigreerde de Poolse handballer Piotr Konitz naar Nederland. Zeventien jaar later is hij coach van de eredivisieclub Tachos en volgt zijn zoon Bartek de omgekeerde weg door te gaan spelen voor het Poolse Kielce....

Mark Misérus

Bartek Konitz kan zich er telkens weer over opwinden. Als hij een wedstrijd van de A-junioren van zijn club bijwoont, ziet hij de jonge handballers in de rust naar de kleedkamer snellen. Niet om de eerste helft te analyseren, maar om toe te geven aan hun nicotineverslaving.

‘En wat doet de trainer? Die komt met een peuk naast ze staan.’ De verbazing klinkt in zijn stem door. Roken strookt niet met zijn beleving van sport. Een atleet doet dat niet, want daarmee schaadt hij zijn lichaam. Zelf zal hij geen sigaret aanraken. Met alcohol heeft hij eveneens weinig op.

In zulke opzichten leidt de 21-jarige Konitz een sober leven. Het is typerend voor iemand die zijn eerste vijf levensjaren doorbracht in Polen, maar werd gevormd in Nederland, zegt hij. Konitz noemt het uitgesloten dat Poolse handballers, net als de jonge spelers van zijn club Tachos, halverwege een wedstrijd naar buiten rennen om een sigaret in de brand te steken. Ze zijn zich ervan bewust dat ze het imago van de club ermee zouden kunnen schaden.

Elk jaar oefende hij met het eredivisieteam uit Waalwijk in en tegen Oborniki in Polen, de eerste-divisieclub waar zijn oom het als trainer voor het zeggen heeft. Wat hem opviel, was dat geen speler het in zijn hoofd haalde de coach met zijn voornaam aan te spreken, zoals in Nederland gemeengoed is geworden. ‘Mijn oom werd er nooit tegengesproken.’

Hoewel de laatste visuele barrières tussen het rijke westen en het arme oosten van Europa zestien jaar geleden werden geslecht, zijn de Polen van nu nog even plichtsgetrouw als de vorige generatie, die in isolatie leefde. Volgens Barteks vader Piotr zijn ze nog immer gehecht aan strenge en duidelijke hiërarchische verhoudingen.

De 46-jarige Konitz weet genoeg van de twee landen om ze met elkaar te kunnen vergelijken. Al zeventien jaar staat zijn leven in het teken van Tachos, de club die hij drie jaar als speler en veertien jaar als trainer diende. Onder zijn bewind heeft het eerste mannenteam onafgebroken in de eredivisie meegedraaid.

Enkele maanden voordat de Berlijnse muur onder luid gejuich tegen de vlakte werd gehaald, zocht hij nieuw geluk in Nederland. Hij wist een beetje wat hem te wachten stond. Als professioneel handballer van Pogon Zabrze had hij drie oefentoernooien gespeeld in Goes. De bezoeken aan Zeeland staan hem nog helder voor de geest.

‘Het was hier totaal anders dan in Polen. Er was meer vrijheid en tolerantie, kinderen werden losser opgevoed en mochten meer. Een groot verschil met de manier waarop ik ben grootgebracht. Polen was een soldatenland. Alles moest op commando, hoewel het communisme langzaam overging in iets anders.’

Konitz kon ook naar Duitsland, waar de handbalsport toen al op een veel hoger niveau werd beoefend dan in Nederland. Hij sloeg de uitnodigingen af. ‘Ik vond alles hier veel schoner, groener en gezelliger. Nederland, klein en plat, dat had wel wat.’

De meeste Polen hadden geen idee wat zich in West-Europa afspeelde, laat staan hoe het leven zou zijn in Nederland. Dat gold ook voor Konitz’ vrouw Renata, die verdienstelijk handbalde op eerstedivisieniveau. ‘Daarom moest ik de knoop doorhakken. Ik vond het moeilijk weg te gaan, maar wilde tegelijk wat aan mijn gezinnetje laten zien.’

In Zabrze had zijn leven volledig in dienst van het handbal gestaan en werd hij als professional betaald. De overgang naar Waalwijk, waar hij op sportief en financieel gebied een stap terug moest doen, viel hem zwaar.

‘In Polen deed ik niets meer dan opstaan, trainen, eten, trainen, eten, slapen en wedstrijden spelen. Toen ik hier kwam, moest ik erbij werken. Ik ben begonnen bij een autoschadebedrijf dat ons sponsorde. Simpel handwerk, meer kon ik niet, want ik verstond de taal niet.

‘Er is niemand geweest die me heeft geholpen met de taal. Ik had ook weinig tijd Nederlands te leren, want ik werkte acht uur en trainde en speelde de rest van de tijd. Ik probeerde daarom veel tussen de mensen te zijn en goed te luisteren, ook naar de tv en de radio. En maar vertalen en nazeggen wat ik hoorde.

‘Het ging stroef, maar ik kon me in mijn ogen al snel verstaanbaar maken. Het was een kwestie van willen. Mijn motto toen was: je bent hier nu eenmaal beland, je moet je zo snel mogelijk aanpassen, want je hebt geen keus.’

Hier was hij een onbekende buitenlander. In Polen werd hij, net als zijn medespelers, door het volk op handen gedragen. Topsporters die bij een WK of de Olympische Spelen het landsbelang hadden verdedigd, mochten veel meer dan hun landgenoten, herinnert hij zich.

‘Als we bijvoorbeeld problemen hadden om snel een koelkast te kopen, meldden we ons bij de manager van de club en was het zo geregeld. We hadden overal voorrang, je was een ster. Niets was onmogelijk.’

Konitz leidde een sprankelend leven. ‘Ik had een speciaal paspoort om in het buitenland toernooien te mogen spelen. Ik kon overal naar toe, al was reizen naar West-Europa extreem moeilijk. Dan moest je toestemming en een visum vragen aan de regering en werd gecontroleerd of je wel een goed persoon was.’

Zijn privileges stelden hem in staat zijn familie een beter leven te schenken. ‘Als we aan een toernooi meededen, kregen we Duitse marken of dollars in handen gedrukt. Daar had je in Polen niets aan, omdat er met zloty’s wordt betaald. Behalve in de speciale valutawinkels. Daar kon je met buitenlands geld spullen kopen, ook voor je familieleden.’

De aan het handbal verslingerde familie Konitz heeft het nog steeds goed in Oborniki, waar Piotr werd geboren. De ene oom traint het eerste mannenteam van de plaatselijke club, de andere is volgens Bartek Konitz ‘de baas van alle sportevenementen in de stad. Hij heeft het daardoor een stuk beter dan de andere burgers.’

Topsporters worden nog altijd op handen gedragen, zegt Piotr. Daarom voorspelt hij dat zijn zoon het zwaar zal krijgen bij Vive Kielce, waar Bartek een tweejarig contract heeft getekend. ‘Hier is hij de enige ster, daar komt hij terecht in een hemel met alleen maar sterretjes. Hij zal moeten vechten voor zijn plaats.

‘Bij Tachos is hij omringd door vrienden in het team. Daar zijn je medespelers je concurrenten, zelfs een beetje je vijanden. Het draait voor een groot deel om de wedstrijdpremies, waardoor je ervoor moet zorgen dat je constant en zo lang mogelijk op het veld staat.’

In Polen, waar de handballers als professionals worden betaald en elk moment beschikbaar dienen te zijn voor de club en de sponsors, is het eten of gegeten worden.

Er is een kans dat het misgaat, beseft Konitz senior. ‘Ik ken de trainer goed, omdat ik met hem in het nationale team heb gespeeld. Hij is een vriendelijke man, maar wie niet aan zijn eisen kan voldoen, vliegt eruit. Er is niemand die Bartek in zo’n geval kan troosten. Geen mama, geen papa. Hij kan hooguit de telefoon pakken.’

Toch zegt Piotr zijn zoon goed genoeg te hebben voorbereid op de fysiek zware competitie, waarin hij moet rijpen voordat hij de gedroomde stap naar de Bundesliga kan zetten. In het veld is Bartek zijn verlengstuk geweest.

De andere spelers luisterden braaf naar hem, omdat hij met kop en schouders boven ze uitstak. Hij was op de belangrijke positie van opbouwer uitgegroeid tot international en tot een van ’s lands meest veelbelovende handballers. Bartek stopte, zonder toestemming van zijn ouders, met school omdat hij toch wel wist dat zijn toekomst in de sporthal lag.

Zijn vader leerde hem nooit tevreden te zijn met zijn spel. Bartek had het er soms moeilijk mee. ‘Tijdens trainingen was hij veel kritischer op mij als iets misging dan op anderen. Hij wees me duidelijk terecht als ik een foutje maakte. Hij had altijd wel iets op me aan te merken. Het was nooit goed, omdat hij mij beter wilde maken.’

Piotr: ‘De kinderen hebben thuis niks anders gehad dan balletjes. Het was alleen maar gooien, gooien, gooien met papa.’ Tegen Bartek: ‘Je sliep met de bal.’

Het liefst zou hij met zijn zoon nog jaren tot diep in de nacht aan de keukentafel discussiëren over de omschakeling van verdediging naar aanval en het bedienen van de hoekspelers. Maar hij beseft dat het tijd is Bartek te laten gaan, want de Nederlandse competitie is een sterfhuis voor talenten die er te lang blijven rondhangen.

Deze maand reist Bartek met zijn vriendin naar Kielce om er een huis te zoeken. Ze speelde jaren in het eerste van Tachos en zet haar sportieve toekomst eveneens voort bij Vive. ‘Ze zal het er moeilijker krijgen dan ik. Maar ik vind het erg moedig van haar.’

Piotr glimlacht. Dat zijn zoon zeventien jaar nadien de omgekeerde weg bewandelt die hij als pionier heeft afgelegd, vervult hem met trots. Maar pas als de lange Bartek buiten gehoorafstand is, laat hij het masker van de strenge vader zakken. Op zachte toon voorspelt hij dat ‘die kleine’ binnen twee jaar zal zijn uitgegroeid tot ‘een heel grote’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden