Verrast door een zeldzame finesse

Volgens voetbalkenners was de topper Ajax -Feyenoord, die drie weken geleden in een 2-0 zege voor de thuisclub eindigde, in feite al na elf minuten beslist....

Ten aanzien van de partij die ik in het Bijlmertoernooi van Ndiaga Samb won, zou men iets soortgelijks kunnen beweren. De Senegalees, die het duel met de beste, althans meest agressieve bedoelingen had opgezet (met twee punten uit zes partijen had hij ook wel iets goed te maken. . .), liet zich namelijk al op de zevende zet door een zelden voorkomende finesse verrassen.

Daardoor werd Samb met een stellingstype opgezadeld dat hij nooit gewild had. De vele (positionele én combinatieve) dreigingen die de opsluiting van zijn rechter vleugel met zich meebracht, probeerde hij met kunst-en vliegwerk te pareren, maar dat lukte slechts gedeeltelijk. En toen Samb op de 28ste zet een nieuwe onnauwkeurigheid beging, was materiaalverlies onvermijdelijk. Enkele zetten later aanvaardde hij zijn vijfde nederlaag in dit voor hem zo desastreus verlopen toernooi.

Sijbrands -Samb Bijlmer-toernooi 2003 1.32-28 16-21 2.31-26 11-16 3.37-31 18-22 4.41-37 13-18 5.46-41 6-11?!

Ik overdrijf niet als ik zeg dat 5...7-11 of 5...9-13 exacter is. De reden komt spoedig aan het licht.

6.35-30! 9-13?

De gebruikelijke reactie op 6.35-30. Maar misschien had zwart in dit uitzonderlijke geval beter 6...8-13 annex 7...2-8 kunnen doen. . .

7.28-23!

Met als clou 7...18x29 8.34x23! 19x28 9.31-27!, waarna zwart zich in verband met het open veld 6 (9...22x31?? 10.33x22! 17x28 11.26x6 +) een situatie met een voorpost op 28 moet laten aanleunen. Weliswaar zou de witspeler in Wesselink -Salomé, NK 1999 (de enige andere partij waarin deze variant zich heeft voorgedaan), weinig concreets bereiken, maar ik kan mij voorstellen dat Samb het geen aantrekkelijk vooruitzicht vond. Na rijp beraad zag hij er dan ook van af:

7...19x28 8.30-24 20x29 9.34x32 14-19 Want 21-27x27 is onverantwoord.

Na de tekstzet stond ik voor één van de lastigste en meest tijdrovende keuzes van de partij: moest ik 31-27x27 of 32-27x27 doen? Mede omdat ik in mijn leven al menige hekstellingpartij gespeeld heb (hoewel – echt vervelen gaat dat eigenlijk nooit), koos ik voor de opsluiting:

10.31-27 22x31 11.36x27 1-6 12.41-36 4-9 13.37-31 10-14 14.42-37 18-22 15.27x18 12x23 Het is een positionele eis van de eerste orde dat zwart zich van zijn overtollige stukken op de diagonaal 1/45 ontdoet.

16.48-42! 7-12 17.31-27!

Blaast de opsluiting nieuw leven in, zonder dat zwart de gelegenheid krijgt zich los te werken middels de opstoot 23-28.

17...5-10 18.47-41 19-24 19.40-34 12-18 20.44-40 13-19 Met kennis van zaken gespeeld. 20...14-19? had via 21.37-31! 10-14 22.42-37!! 2-7 23.50-44! 7-12 24.33-28! en 25.40-35 in een strategisch fiasco geresulteerd.

21.36-31 8-13 22.34-29 Direct 22.41-36 is onscherp vanwege de vereenvoudiging 22...23-28.

22...23x34 23.40x20 15x24 24.41-36

Nu moet zwart voortdurend met de opstoot 27-22 rekening houden. Overigens zal ik in mijn epiloogje op de tekstzet terugkomen.

24...2-8 25.50-44 Om tactisch-psychologische redenen houdt wit zijn belangrijkste troef nog even achter de hand.

25...18-23 26.45-40! 24-30 Mét 24-29x30 is dit inderdaad de enige zet die ni¿et geforceerd materiaal verliest. Zo faalde 26...13-18? op 27.27-22! 18x27 28.31x22 17x28 29.33x22 11-17 30.22x11 6x17 31.37-31!, bijvoorbeeld 31...24-29 32.40-34! (32.39-33? 23-28!! +) 32...29x40 33.44x35 23-28 (anders 34.32-27! 21x32 35.38x27 +) 34.32x23 19x28 35.42-37! en 36.38-33 +. En ook na 26...10-15? 27.40-34! had zwart het niet meer gelijk gehouden.

De rechtvaardiging voor de tekstzet schuilt hi¿erin dat zwart zich na de thematische offerwending 27.40-34 30-35 28.27-22(?) 17x28 29.26x17 11x22 30.32-27 via 30...35-40!! enz. een weg naar de damlijn kronkelt. Wel kan wit in deze variant goed 28.33-28 spelen: na de gedwongen vereenvoudiging 28...17-22 29.27x29 13-18 30.26x17 11x24 heeft hij substantieel voordeel. Ik gaf er echter de voorkeur aan op nog groter wild te jagen:

27.40-35!

Nu volgt op 27...10-15? 28.35x24 19x30 wél 29.27-22!, 30.26x17 en 31.32-27 +, zodat zwarts volgende zet gedwongen is.

27...19-24 28.44-40 Zie diagram 28...24-29(?)

Hierna kan zwart niet meer onder schijfverlies uit. Nu moet gezegd dat Sambs positie al uitermate kritiek was. Maar het aantal mogelijkheden dat de diagramstand bevat, is dermate groot dat ik er – wat ik voorlopig overigens niet zal doen – een aparte rubriek voor zou moeten inruimen. Ik volsta daarom met de constatering dat van de drie serieuze alternatieven die zwart ter beschikking stonden, ook 28...14-20(?) en 28...13-18(?) hadden verloren. Enkel en alleen met 28...10-15(!) 29.49-44 13-18(!) kon hij nog voor overleving vechten.

29.35x24! 29x20 Zo lijkt Samb het nog te houden. Immers: onmiddellijk 30.27-22?, 31.26x17 en 32.32-27 is uitgeschakeld door 14-19-24! en 34...24x35 +. En op 30.49-44(?) kan zwart zich verdedigen met 30...20-24(!) 31.40-34? 23-28(!) 32.33x22 17x28 33.26x17 11x22 34.27x18 13x22 35.32x23 24-29.

Maar wits volgende zet maakt aan alle illusies een einde:

30.40-34!

Nu is de dreiging 31.27-22! absoluut dodelijk. Dit temeer daar 30...13-18 geen afdoende parade vormt wegens 31.27-22! (tóch) 31...18x27 32.31x22 17x28 33.26x17! (overtuigender nog dan 33.33x22, al lijkt daar na 33...20-24 34.26x17 24-29 35.34-30 29-34 36.38-33! 34x25 37.39-34! evenmin veel aan te mankeren) 33...11x22 34.33-29! 22-27 35.32x21! 16x27 36.29x18 en altijd 37.38-33 + dan wel 37.37-31 +.

30...20-24 31.27-22! 17x28 32.26x17! 11x22 33.32-27! 13-18 Eerst 33...24-29 had geen verschilgemaakt na 34.33x24 13-18 35.38-33! 8/9-13 36.24-19! +.

34.31-26 22x31 35.33x15 En zonder het vervolg 35...24-29 36.36x27 29x40 37.39-34 40x29 38.37-32 af te wachten, gaf Samb het op.

Tot slot dit. De kritische lezer zal zich wellicht afvragen of zwart op de 24ste zet in plaats van 2-8 niet beter 19-23 kon spelen. Na 25.27-22 18x27 26.31x22 17x28 27.33x22 11-17 28.22x11 16x7(!) 29.26x17 7-11 blijft wit weliswaar gunstig staan (hij kan de stelling als het ware 'kneden' zoals hij wil), maar van de opsluiting is zwart in elk geval verlost.

Ik erken volmondig dat ik deze mogelijkheid, wanneer ik haar had onderkend, tot elke prijs zou hebben geëlimineerd. Tenslotte had ik daarvoor alleen maar even mijn 24ste en 25ste zet hoeven om te wisselen: eerst 24.50-44! en dan pas 25.41-36!

Een excuus wil dit niet zijn. Maar ik schroom allerminst om als mogelijke verklaring voor een dergelijk schoonheidsfoutje de omstandigheid aan te voeren dat het mijn tweede partij van die dag betrof: ik had er al een bijna zes uur durend gevecht met Ndjofang op zitten! (Zie de rubriek van 29 november, als ook die van 6 en 13 december.) Twee partijen op één dag: het is niet voor niets dat men er bij titeltoernooien al lang geleden van af is gestapt. Al geef ik toe dat het voor een dammer die binnen tien à twaalf uur twee collega-grootmeesters verslaat, natuurlijk de leukste vorm van 'overwerk' is die er maar te bedenken valt!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden