Verlost van een keurslijf dat langzaam begon te knellen

Vier talenten uit de opleidingsploeg van de Rabobank verhuisden dit seizoen naar Frankrijk. Na in de watten gelegd te zijn in eigen land zijn ze op vreemde bodem op zichzelf aangewezen....

Met Mathieu Heijboer hoeft niemand medelijden te hebben. Wat heb je te klagen als je als jonge, nog onbekende renner een appartement bewoont aan de Côte d’Azur?

De ploegleider van Cofidis had gezegd dat iedere renner naar Zuid-Frankrijk moest verhuizen. Het laatste dat in Heijboer opkwam, was daartegen in verzet komen. Een renner tornt niet aan stalorders, zo had hij dat bij de Rabobank geleerd.

Maar twee maanden later is hij de enige renner van Cofidis met een appartement in het centrum van Nice. Het plan van de ploegleiding was leuk, maar toen vooral de Franse renners bleven zitten waar ze zaten, werd er maar van afgezien.

De Franse slag bestaat. Ze hebben het aan den lijve ondervonden. ‘Ik verbaas me af en toe, maar stoor me er niet aan’, zegt Stef Clement. Hij heeft een kamer in het kasteel van zijn ploeg in Les Essarts, aan de Franse westkust. ‘Wij zijn de vreemdelingen, dus wij moeten ons aanpassen.’

Met z’n vieren zijn ze dit seizoen in Frankrijk: Clement rijdt voor Bouygues, Michiel Elijzen en Heijboer voor Cofidis en Hans Dekkers voor Agritubel. Het was een opmerkelijke uittocht uit de opleidingsploeg van de Rabobank.

Drie van de vier konden ook blijven, maar kozen voor het avontuur. Omdat hun nieuwe werkgevers slagvaardiger en enthousiaster waren dan de oude. Rabo-manager Theo de Rooij liet Clement drie weken wachten en vroeg hem helemaal naar Holten te komen.

Met manager Jean-René Bernadeau van Bouygues, zat Clement na drie dagen aan de rijkgevulde dis, op de Champs Elysées, in Parijs. Clement: ‘Als je prof kunt worden, ben je uitverkoren: zo is het ons geleerd bij de Rabobank. Dus waren wij altijd heel nederig.’

Die houding veranderde al toen Koen de Kort en Bas Giling vorig jaar aantoonden dat de profploeg van de bank niet de enige optie was voor een jonge renner. De eerste vertrok naar het Spaanse Liberty Seguros, de laatste naar het Duitse T-Mobile. Een trend was gezet.

Clement: ‘Als je je opleiding bij de Rabobank krijgt, wil je alleen daar prof worden. Maar op een gegeven moment word je ouder en realiseer je je dat het belangrijkste is dát je prof wordt en niet waar.’

In Frankrijk, waar nauwelijks talent doorbreekt en zich maar geen opvolger wil aandienen voor Bernard Hinault, wordt hoog opgegeven van de Nederlandse opleiding. De beloften van Rabobank rijden er regelmatig en winnen er veel.

Tel daarbij de resultaten van andere adepten uit de Rabo-wielerschool, zoals Thomas Dekker, Pieter Weening en Joost Posthuma, en de reden waarom de Nederlandse talenten over de grens tegenwoordig zo gewild zijn, is gevonden.

‘Posthuma won in zijn tweede profjaar een etappe in Parijs-Nice, Dekker in zijn eerste het Critérium International. Daar durven ze bij ons in de ploeg alleen maar van te dromen’, zegt Clement.

‘In Frankrijk willen ze het Nederlandse opleidingssysteem het liefst nabootsen. Rabobank is een keurmerk geworden’, zegt Elijzen, die al vier jaar contact onderhield met de huidige assistent-ploegleider van Cofidis, Lionel Marie. Elke twee weken mailde hij de Fransman zijn uitslagen.

‘Wij komen van een amateurploeg, maar wel een heel professionele amateurploeg. Ze hoeven ons wat voeding en verzorging betreft niets meer te leren. Het is eerder andersom’, vertelt Elijzen.

Hij is ervan overtuigd dat het voorbeeld dat hij en Heijboer bij Cofidis geven al wordt gevolgd. Ze krijgen geen cola meer na een training van zes uur. ‘Iedereen let nu op koolhydraten en eiwitten. Wij hebben dat op jonge leeftijd al ingepeperd gekregen.’

Clement is bij Bouygues een van de twee buitenlanders. ‘Ik was verbaasd dat ik bij hen terecht kon. Andersom verbaasde Bernadeau zich over mijn interesse in zijn ploeg. Waarom ga je niet naar de Rabobank, vroeg hij. Alsof dat zo simpel is.’

Clement koos bewust voor Bouygues, een ploeg die erom bekend staat jonge renners de kans te geven te groeien. ‘Ik heb mezelf de vraag gesteld: wil ik per se twee jaar in een truitje rijden waar iedereen tegenop kijkt, of wil ik zorgen dat ik een goede beroepsrenner word en over tien jaar nog deel uitmaak van het peloton?’

Het antwoord was simpel, vond hij. ‘Het is voor jonge renners belangrijker veel te rijden en jezelf te ontdekken. Ik mag fouten maken. Bij de Rabobank kan dat niet, daar zijn fouten nogal kostbaar. Als je daar als jonge renner die paar kansen die je krijgt niet grijpt, zit je zo weer een paar weken thuis.’

Eigenlijk denken ze er allemaal zo over. Langzaam raken ze verlost van het keurslijf dat begon te knellen. Clement: ‘Geen negatief woord over de opleiding die ik heb gehad, maar het was wel allemaal strikt geregeld. Als ik nu ergens een wedstrijd heb, moet ik zelf maar uitzoeken hoe ik daar kom.’

Bij Cofidis is het een gezellige chaos, vindt Heijboer. ‘In de positieve zin van het woord.’

De automatismen waarop Hans Dekkers als sprinter kon vertrouwen in zijn oude ploeg, zijn er bij Agritubel nog niet ingeslepen. ‘Daar moet ik aan wennen. Ik moet mijn eigen weg zoeken.’

‘Nico Verhoeven (ploegleider, red.) wist in november al hoe het volgende seizoen eruit zou zien. Je wist precies waar je aan toe was’, aldus Elijzen. ‘Dat maakt je als renner ook lui. We zijn best verwend. Nu worden we aan ons lot overgelaten, daar moet je maar mee om zien te gaan. Daar ben je prof voor. Je wordt gedwongen je eigen beslissingen te nemen.’

Aan de Franse slag zijn ze inmiddels gewend. Als Heijboer drie mensen aan de telefoon krijgt over hetzelfde onderwerp, kijkt hij daar niet meer van op.

Alleen over het antidopingbeleid laten de Franse ploegen bij hun renners geen misverstand bestaan. Tijdens het eerste trainingskamp werden Elijzen en Heijboer avond na avond bijgepraat door artsen van de UCI, de Franse bond, de universiteit en de eigen ploeg. ‘Dat was vermoeiend. Het was moeilijk te volgen. Zo goed is mijn Frans niet’, zegt Elijzen. ‘Maar het woord Epo verstond ik wel. Ik geloof dat dat verboden was. Dat heb ik toch goed begrepen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden