Verloren gewaande generatie staat op

Tennis..

Van onze verslaggever Robèrt Misset

Rotterdam Uitgerekend de twee talenten die zo lang tot een verloren generatie werden gerekend, bereikten de tweede ronde van het tennistoernooi in Rotterdam. Na de stunt van Igor Sijsling was Thiemo de Bakker het aan zijn stand verplicht om lucky loser Jan Hajek te verslaan. Maar pas na een bizarre eerste set wist de nummer 1 van Nederland de spanning uit zijn lichaam te verdrijven: 7-6, 6-3.

De loting had De Bakker oorspronkelijk aan de voor Kazachstan spelende Rus Korolev gekoppeld. De 21-jarige baseliner had opgezien tegen de confrontatie met een hardhitter uit de topvijftig. Na de ziekmelding van Korolov blokkeerde De Bakker bij de gedachte dat een primeur hem niet mocht ontgaan. Twee keer struikelde De Bakker in Ahoy in de openingsronde, dinsdag worstelde hij meer met zichzelf dan met de zwakke Hajek.

Het was zo’n partij die de Thiemo van twee jaar geleden geruisloos uit handen had gegeven. Nu De Bakker zich definitief in de tophonderd lijkt te hebben gevestigd en in de grote theaters mag optreden, groeit met zijn professionaliteit ook zijn mentale weerbaarheid.

Toen De Bakker op 3-2 in de eerste set op 0-40 leek te komen, werd vanuit het publiek een bal op de baan gegooid. Hij verloor de game, maar niet zijn hoofd. Twee keer leverde De Bakker (82ste) in de eerste set zijn service in tegen Hajek, die één plaats lager staat. En op 5-4, 40-0 op de service van Hajek leek de set al verloren.

Als het lichaam niet wilde luisteren, moest hij zich op karakter zien te redden, vertelde De Bakker. Zo spreekt een tennisser die de jeugdige onbezonnenheid van zich heeft afgeworpen. ‘Ik speel in Nederland en ik vind dat ik deze jongen moet verslaan’, aldus De Bakker. ‘Die combinatie leidde tot spanning. Mijn linkerbeen zat vast, ik merkte het vooral bij het serveren. Gelukkig sleepte ik me door de eerste set heen.’

De Bakker worstelde zich naar een tiebreak, die al even grillig verliep. Opnieuw leek het passieve spel van Hajek te worden beloond, tot hij op 5-5 een dubbele fout maakte. Na een knallende ace gooide De Bakker alle remmen los.

Het verbaasde de kopman niet dat Sijsling hem vooraf was gegaan. ‘Igor heeft net als ik tijd nodig gehad om de stap naar het proftennis te maken.’ Fijntjes formuleerde De Bakker de loden last die zijn lichting had meegezeuld. ‘De ene week geweldig tennissen, de andere week niet. Jongens als Sijsling en Van der Duim weten dat ze niet constant genoeg zijn.’

Maar juist Sijsling bewijst deze week dat een tenniscarrière door één partij een beslissende wending kan nemen. Zonder enige illusie had de 22-jarige Amsterdammer zich zaterdag gemeld in hal 1 van Ahoy voor het kwalificatietoernooi. ‘Ik werd vorige week in Dallas nog geveegd door de nummer 212 van de wereld.’ In Rotterdam versloeg hij Christophe Rochus en zijn landgenoot Huta Galung.

‘Ik begrijp geen bal van tennis’, zei Sijsling, lachend. ‘Ik had nauwelijks getraind op deze baan. Maar al in de eerste game tegen Rochus merkte ik dat de ballen lekker van mijn racket kwamen. En dan pang, pang, pang, staat een speler uit de tophonderd aan het net om je te feliciteren.’

Het was maandag al ver na middernacht, toen hij in een auto van de organisatie naar zijn hotel werd gebracht. Eindelijk had Sijsling zich een kerel getoond op de baan door niet te wijken bij een 5-2-achterstand in de derde set. Hij overleefde zelfs een matchpoint van de Duitser Zverev en de ontlading na de zege bij zijn debuut op het centre court in Ahoy was enorm. ‘Hier heb ik vier jaar op moeten wachten.’

Achter zijn blessures wilde hij zich niet verschuilen. Sijsling miste evenals vele generatiegenoten mentale hardheid. ‘De toppers staan er als het moet, ik sla weleens een dagje over. Dan voel ik me onzeker. Ik ben nog niet stabiel genoeg.’

Coach Nick Carr was helemaal klaar met wat hij de ‘verloren generatie’ noemde. Tennissen konden ze allemaal, oordeelde de ex-coach van Martin Verkerk. Maar dan alleen als het ze uitkwam. Sijsling voelde zich niet aangesproken. ‘Schrijf ons nog niet af. Ik tennis niet voor de coaches of de media, maar voor mezelf.’

Carr kon de spelers uit de lichting De Bakker moeilijk raken. Sijsling erkent nu dat hij ‘geen klik’ had met Carr. Hij is een eigenheimer, een jongen die zich lastig laat sturen. ‘Ik ben geen gemakkelijke jongen. Coaches zijn net babysitters, maar tennissen leren ze je niet. Als een coach mij vertelt wat ik moet doen, draai ik zo 180 graden de andere kant op. Ik ben eigenwijs. Het heeft vaak tegen me gewerkt. Ik heb menig coach tot wanhoop gebracht.’

Vandaag mag Sijsling een ‘potje beuken’ tegen toptienspeler Robin Söderling, die opbiechtte dat hij nooit van zijn tegenstander had gehoord. Sijsling, droogjes: ‘Gek hè? Het verbaast me niet. Ik heb nu eenmaal niet de Grand Slams gedomineerd.’

Sijsling beseft dat de echte test pas volgt na Rotterdam. ‘Ik heb een rondje gewonnen, ik ben nog nergens. Straks stuurt Söderling me naar huis en moet ik terug naar de challengers. Dat zal niet meevallen.’

De Bakker zal hem graag vertellen hoe je de brug van de eerste divisie naar de ATP Tour oversteekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden