Verlangen naar vleugje totaalvoetbal

De zucht van bondscoach Van Basten naar mooi, dominant voetbal steekt schril af bij het spel van Oranje. Of dat erg is?...

Willem Vissers

‘Wanneer is het afgelopen met dat laffe voetbal van jullie’, vroeg toenmalig bondscoach Leo Beenhakker in 1990 aan de vermaarde Belgische tv-commentator Rik de Saedeleer.

De Saedeleer stelde een wedervraag: ‘Stel dat er in 1830 geen Belgische Revolutie was geweest, dat België en Nederland één waren gebleven en dat jij bondscoach was van die gezamenlijke ploeg. Hoeveel Belgen zou je opstellen?’

Beenhakker antwoordde: eentje, doelman Preud’homme.

De Saedeleer nu: ‘Wij Belgen zouden sportieve zelfmoord plegen als we destijds naar mooi, aanvallend spel hadden gestreefd. Wij weten dat andere kwaliteiten de doorslag kunnen geven, zeker tegen multimiljonairs die het liefst winnen zonder zichzelf pijn te doen. Wij lopen de darmen uit ons lijf. Ploegspel is meer dan een optelling van talent.’

Volgens de clichés staat het Belgische voetbal voor strijdlust en bescheidenheid. Duitsland pocht over zijn fysieke kracht en het eeuwige geloof in de goede afloop.

Nederland is sinds de jaren zeventig een lichtend voorbeeld van de aanval, al dan niet gegoten in 4-3-3-vorm, het systeem met aanvallers op de vleugels dat bijna is uitgestorven buiten de polder.

Het Nederlands elftal past bij de brutale, frivole kleur oranje, die de herinnering oproept aan het totaalvoetbal van 1974; dominant spel met aanvallende verdedigers, verdedigende aanvallers en een spits, Cruijff, die aanvaller, middenvelder, leider en vedette was.

Maar is het huidige Nederlands elftal, dat vandaag tegen Roemenië de EK-kwalificatie hervat, een voorbeeld voor de wereld? Nee.

Guus Hiddink, een van de vorige bondscoaches (nu Rusland), zegt: ‘Waar je ook komt, er is altijd speciale herkenning en waardering voor de Nederlandse spelopvatting. In dit perspectief was de teleurstelling groot toen Nederland zich niet kwalificeerde voor het WK van 2002 en zijn stijl geweld aandeed tijdens het WK in Duitsland.’

Bondscoach Van Basten riep bij zijn aanstelling een hevig verlangen naar totaalvoetbal op, maar zijn elftal scheept de liefhebber te vaak af met halfhalfwedstrijdjes.

Om maar niet te spreken van het clubvoetbal, waarvan de internationaal belangrijkste vertegenwoordiger van het moment, PSV, meer Latijns is dan Nederlands.

De Engelse schrijver David Winner verklaarde in zijn boek Brilliant Orange de totale liefde aan het totaalvoetbal. Dat type spel was volgens hem zelfs een logisch gevolg van het werk van andere kunstenaars, zoals schilders en architecten. Hoe Nederlanders omgingen met hun schaarse ruimte, dát zag je terug op het voetbalveld.

Maar onlangs, op de dag van Arsenal - PSV, maakte Winner in The Guardian gewag van een spectaculaire omkering in Neerlands nadeel. ‘Eén team belichaamt de fijnste bijdrage van Nederland aan het menselijk geluk in moderne tijden: het totaalvoetbal. In de voetsporen van Michels, Cruijff en Van Gaal stelt deze ploeg schoonheid en creativiteit boven alles. Het elftal is onderworpen aan de vrije geest van de aanval.’ Deze strofe ging dus over Arsenal.

Over PSV schreef Winner dat het elftal voetbalt als het vroegere Arsenal, vertrouwend op Britse verworvenheden als werklust en teamgeest. PSV had de elegantie van een cementmolen.

Voetbalculturen vermengen zich met elkaar door de globalisering. Resultaatvoetbal is heilig verklaard. Reageren levert meer op dan creëren, leerde het WK, het toernooi van gemiddeld anderhalve aanvaller en van de spelhervatting, waarop iedereen oefent omdat de aanval geketend is.

De ploeg die glorieert met opvallend aanvalsspel, zoals Ajax ruim 10 jaar geleden of Barcelona vorig seizoen, wordt door miljoenen omarmd en kapotgeknuffeld.

Louis van Gaal is trainer van AZ, dat elk jaar kandidaat is voor de publieksprijs: ‘Uiteraard gaat het om de prijzen, maar voor mij telt heel erg het vertoonde spel. De spelers moeten het publiek vermaken. Niemand herinnert zich de saaie Champions League-overwinning van bijvoorbeeld Borussia Dortmund, maar iedereen heeft wedstrijden van Ajax, AC Milan en Barcelona op het netvlies staan.’

Zo wil Oranje ook zijn. ‘Hier voetballen we anders dan bij de club’, zegt aanvaller Arjen Robben van Chelsea, die vaart op de intuïtie van zijn dribbelkunst. In Mourinho heeft hij een trainer die wil winnen, en pas op het eind aan volksvermaak denkt.

Robben: ‘Barcelona is hier ons voorbeeld. Bij de club spelen we niet bepaald als Barcelona, ha ha ha. Bij het Nederlands elftal van Van Basten zijn we vanaf dag 1 heel bewust bezig geweest met hoe we het aanpakken. Als we de bal verliezen, moeten we meteen druk naar voren zetten en niet achteruit lopen. Het is een systeem dat heel goed kan werken, maar gevaarlijk kan zijn als een of twee spelers niet meedoen.’

Van Gaal: ‘Onze speelwijze bij AZ brengt een groot risico met zich mee, omdat je veel ruimte overlaat voor counters.’

In miniatuurvorm waart de geest van het totaalvoetbal nog rond in Alkmaar, bij Van Gaal. AZ en, soms, Ajax, lijken op nationaal niveau het meest op het elftal dat Van Basten voor ogen heeft. Hun trainers stellen bovendien veel Nederlanders op en de clubs zijn dus de hofleverancier van Oranje.

Ajax-trainer Ten Cate verontschuldigde zich net niet voor de speelwijze waarmee hij PSV zondag met ondubbelzinnige cijfers versloeg (1-5). In Amsterdam kan hij dat niet maken, zijn ploeg een beetje laten hangen en slechts twee aanvallers opstellen. Het Amsterdamse publiek vraagt om meer, verwend als het is sinds de geboorte van het totaalvoetbal in de stad.

Zelfs in het onlangs gepresenteerde beleidsplan van Feyenoord, de club die al jaren dolende is, staan alinea’s over initiatiefrijk, avontuurlijk voetbal, liefst in combinatie met winnen.

Van Basten zelf refereerde bij zijn aanstelling in 2004 aan de glorierijke traditie door te verwijzen naar het Nederlands elftal van 1974 als zijn ideaalbeeld van initiatiefrijk, dominant voetbal. Mocht hij kiezen, dan vond hij dat een mooier elftal dan de ploeg (4-4-2) waarmee hij de Europese titel behaalde in 1988. Daarin voelde hij zich soms geïsoleerd als spits.

En voor het aantreden van het kabinet Balkenende IV waardeerde Van Basten het woord ‘samen’ al op, als grondbeginsel voor zijn plannen om met relatief bescheiden, wilskrachtige voetballers toch het hoogste te bereiken, met een moeilijke vorm van voetbal.

Precies 20 jaar geleden, in de kwartfinale van de Europa Cup II tegen Malmö, speelde Van Basten met Ajax overigens het voetbal dat hijzelf als het prettigst ervoer. Natuurlijk was Cruijff trainer. Blind, Rijkaard, Spelbos en Silooy vormden de defensie, Wouters, Bosman en Mühren het middenveld. Bergkamp, Van Basten en diens huidige assistent Van ’t Schip acteerden voorin.

In die ploeg was meer klasse verzameld dan in het huidige Oranje. De ideeën van Van Basten dreigen een beetje af te drijven van de kennis en kunde van zijn elftal. Stug houdt hij vast aan 4-3-3, zelfs als hij de spelers daarvoor mist. Dan zet hij rustig Van der Vaart rechtsbuiten, of Van Persie. Hij blijft geloven in het evangelie van Cruijff, dat doorklinkt bij Ajax en Barcelona.

In januari schreef Cruijff in zijn column in De Telegraaf nog maar eens: ‘In het 4-3-3 zit veel tactiek, omdat door de korte afstanden spelers letterlijk veel kanten op kunnen. Dat is ook de basis van het totaalvoetbal geweest. Zo hoefde de rechtsback maar 20 meter af te leggen om over de rechtsbuiten te gaan, die zelf maximaal 20 meter terughoefde om de positie van zijn middenvelder of back over te nemen. Fysiek is dat makkelijk te doen.’

Van Basten blijft een apostel van die leer, hoewel hij hard is geconfronteerd met de grenzen van zijn verlangens. De opbouw is matig. Hij mist een inschuivende libero zoals Haan, Krol, Koeman, Blind of Frank de Boer vroeger waren. Zijn middenveld is vaak uit balans omdat fysiek en tactisch geniale spelers als Van Hanegem, Neeskens, Wouters of Davids ontbreken. Bovendien stouwt de tegenstander van tegenwoordig het middenveld vol. Hier wordt de strijd beslecht.

Flankaanvallers improviseren omdat ze geen echte flankaanvallers zijn, en ze slagen er te weinig in om de centrumspits tevreden te stellen. Van Nistelrooij, Huntelaar, Kuijt, ze zijn niet onomstreden.

Trainer Arie Haan, totaalvoetballer in de jaren zeventig: ‘Je moet de jeugd 4-3-3 laten spelen, om spelers te ontwikkelen en om ze te oefenen in het één-tegen-één op de vleugels en het offensieve denken. Maar met mooi voetbal pak je de grote prijzen niet. Het is een utopie daaraan te blijven vasthouden. Bovendien verdedigden de buitenspelers Overmars en Finidi bij Van Gaal tot in hun eigen strafschopgebied mee.’

Veel meer dan het spel stemmen de resultaten van Oranje tot tevredenheid: gemakkelijk geplaatst voor het WK. In de tweede ronde uitgeschakeld na een bizarre schoppartij tegen de Portugezen. Nu weer 10 uit 4 in de EK-kwalificatie. Maar met de uitstraling van het spel blijft het al tweeënhalf jaar behelpen, uitgerekend met een bondscoach die zich druk maakt om de schoonheid. Dat heeft iets tragisch.

Duitsers doopten het spel van Nederland tijdens het WK tot Effizienz-Fussball. Dat moet beledigend klinken voor iemand die totaalvoetbal propageert. Na de uitschakeling door Portugal werd het Nederlandse voetbal zelfs overgoten met hoon. Haan, woonachtig in Duitsland: ‘Nederland is na het WK over de hele wereld afgebrand.’

Haan: ‘Johan Cruijff kan lullen wat hij wil, maar wij waren in de jaren zeventig gewoon beter dan de huidige generatie. En als je voortdurend beter bent dan je tegenstander, kun je veel aanvallender spelen. Als je minder bent, zijn al die idealen prachtig. Maar dan pleeg je sportieve zelfmoord.’

Danny Blind, voormalig international en de vorige trainer van Ajax: ‘Het wordt steeds moeilijker dwingend en mooi te voetballen, volgens onze traditie. De ruimtes worden kleiner en ook bij mindere ploegen zijn voetballers en trainers tactisch uitstekend geschoold. De moeilijkheidsgraad van ons beoogde spel is toegenomen en dat wringt, want we zijn een veeleisend volk.

‘We zijn avonturiers en dat willen we terugzien op het veld. Wij associëren mooi voetbal vaak met drie spitsen, hoewel je daarover uren kunt twisten.’ Haan: ‘Ook de media in Nederland vragen vaak om 4-3-3, want dat begrijpen ze.’

Nieuwe talenten dienen zich aan, maar Nederland teert momenteel te veel op zijn naam uit het verleden. Overal ter wereld zijn Nederlandse voetballers actief met hun specifieke kwaliteiten. Overal werken Nederlandse trainers en in koor zeggen ze dat ze trachten een cultuuromslag te bewerkstelligen.

Hoewel? Denk niet dat Mart Nooij, sinds kort bondscoach van Mozambique, zich al te veel gelegen laat liggen aan Nederlandse waarden. Hij probeert dit weekeinde gewoon te overleven in Ouagadougou, waar hij voor de kwalificatie van de Afrika Cup tegen Burkina Faso speelt.

En verwacht niet dat Sef Vergoossen als technisch directeur van de club Grampus Eight in Japan elke dag hamert op dominant, initiatiefrijk spel. ‘Het Japanse voetbal is gekoppeld aan de cultuur van het land. Hard werken, elkaars fouten corrigeren, veel uren maken.’

Maar toch: twee leden uit zijn staf van twintig voorspelden vorige zomer dat Oranje de wereldtitel zou grijpen. Een stel anderen voorzag de halve- of kwartfinale als eindstation. Prognoses die waren gebaseerd op de echo uit de jaren zeventig, of desnoods de echo uit de jaren negentig, toen Van Gaal met Ajax en Hiddink met Oranje de weg wezen naar de aanval.

Hiddink: ‘Laten we alsjeblieft de Hollandse school handhaven en spelers daarop scouten en trainen. Dat levert ons een wereldwijd stempel op. Tenslotte is Nederland maar een stipje op de aardbol, al denken we vaak het centrum te zijn.’

Hoe dan ook valt dat in Van Basten te prijzen: in een periode van aanvallende dorheid tracht hij het totaalvoetbal tot leven te wekken, al is het maar een vleugje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden