Vergeet je kleur als je wilt slagen

Pape Diouf is de enige zwarte voorzitter van een grote voetbalclub in Europa, Olympique de Marseille. ‘Positieve discriminatie hoeft voor mij niet.’..

Het regent zonder ophouden op de velden van La Commanderie, het hoofdkwartier van Olympique de Marseille, hoog in de heuvels boven de stad. De spelers lopen hun rondjes op een ongewoon zompig veld, de hoofden staan strak.

Zo kijkt ook Erik Gerets als hij het perszaaltje binnenstapt. Op deze doorsnee maandagochtend staan vijf camera’s klaar, bijna dertig journalisten luisteren aandachtig als de coach uitlegt waarom een dag eerder van het nietige Sochaux is verloren.

De club staat daardoor vierde, nog onder aartsvijand Paris Saint-Germain, en ligt sinds vorige week ook uit het bekertoernooi. ‘Dit is geen dag om grappen te maken’, zal Gerets later zeggen, op weg naar zijn kantoor waar de uit Istanbul meegenomen hond George op hem ligt te wachten.

Voetbal is een zaak van levensbelang bij Olympique de Marseille (OM). De mooiste club van Frankrijk, met de meeste en luidruchtigste fans, die je overal in het land kunt aantreffen. Met de mooiste geschiedenis ook – OM is de enige Franse club die de Champions League won. En met de spannendste schandalen – niet lang na de in 1993 gewonnen cup moest voorzitter Bernard Tapie de cel in en werd OM teruggezet naar de tweede divisie. Sindsdien zoekt OM naar de glorie van weleer. Tweede plaatsen genoeg, maar een titel of beker werd al zestien jaar niet gewonnen.

Pape Diouf, die sinds 2004 de club leidt, is daarmee een verre nazaat van Tapie. Hij is ook de eerste die qua postuur in diens schaduw kan staan. Sinds Diouf aan het bewind is, is het rustig bij OM. Tamelijk rustig in elk geval. ‘Al vier jaar lang wordt hier meer geld verdiend dan uitgegeven.’

Er is nog iets opmerkelijks: Pape Diouf is zwart. Op de Franse velden wemelt het van de gekleurde spelers. Maar hij is, in heel Europa, de enige zwarte voorzitter van een grote voetbalclub. ‘Ik ben een anomalie’, heeft hij daarover gezegd. ‘En dat is een schande.’

Het geeft hem een grote verantwoordelijkheid, vindt hij. ‘Als ik ertoe kan bijdragen dat jongeren in de arme voorsteden over hun positie gaan nadenken, is dat prachtig. Ik hoop dat ik het waard ben als voorbeeld te worden gezien. Ik wil graag goed doen, maar het is niet aan mij te zeggen of dat lukt.’

In zijn kantoor op de eerste verdieping van de witte kantoorvilla van OM is alles groot: bureau, stoelen, het uitzicht op verwaaide palmbomen en cypressen. Het kan moeilijk anders: Pape Diouf is ruim 1.90 meter lang en heeft een solide postuur. Spreken doet hij bedachtzaam. Hij neemt de tijd, zoals dat misschien ook moet bij een club waarnaar met argusogen gekeken wordt.

Hoe komt het dat u zo succesvol bent, in een land waar zo weinig zwarten een hoge positie bereiken?

‘Toen ik als jongen van 18 in Europa kwam, wist ik dat ik om te slagen mijn kleur moest vergeten. Ik ben gewoon iemand die wil laten zien wat hij waard is, nam ik me voor. Vergeet dat er racisme is – die houding is voor alle minderheden belangrijk: vraag niet om hulp, maar overtuig met wat je doet. Black is beautiful, zeggen de zwarte Amerikanen. Dat zou niet mijn tactiek zijn. Laat anderen maar uitmaken of je mooi bent, of intelligent.’

Lijkt Frankrijk op de Verenigde Staten, als het om kansen voor minderheden gaat?

‘Amerika is van iedereen en ook van de zwarten; vóór Obama waren er al zwarte zakenlieden, politici, leiders. Frankrijk is niet van de gekleurde mensen.’

Frankrijk heeft veel zwarte en Noord-Afrikaanse spelers. Maakt dat voetbal extra belangrijk voor de minderheden?

‘Het is een middel om sociaal te klimmen. Maar na hun carrière zie je die spelers niet meer. Frankrijk heeft, anders dan Nederland, amper zwarte trainers of managers, of spelers die zich anderszins laten gelden.

‘Op minderheden wordt hier alleen een beroep gedaan als ze nodig zijn. Zoals in de jaren zeventig, toen er schaarste was op de arbeidsmarkt. Of zoals in het voetbal, waar zwarten nodig zijn om te kunnen winnen. Zonder Zidane, Desailly of Henry en al die anderen was Frankrijk niet ver gekomen.’

Toch merk je op de Franse velden weinig van racisme.

‘Dat is waar, het is hier anders dan in Italië of Spanje. Maar wat wil je als soms driekwart van het nationale elftal gekleurd is. Al die spelers kun je bezwaarlijk allemaal uitjoelen.’

Vindt u dat de gekleurde spelers zich bewust moeten zijn van hun rol als voorbeeld voor jongeren?

‘Dat is veel gevraagd. Die jongens beginnen op hun 16de of 18de. Als ze talent hebben, verdienen ze op hun 20ste al heel veel geld. Ze kennen de problemen niet die andere immigranten hebben.

‘Vaak komen ze uit eenvoudige gezinnen, hebben ze weinig opleiding gehad en beschikken ze niet over politiek bewustzijn. Er zijn er, zoals Liliam Thuram, die een voorbeeldrol vervullen. Het zouden er meer mogen zijn, dat zou het begrip vergroten.

‘De club kan ze geen opleiding geven; ons belang is het dat ze optimaal presteren. Wel kunnen we ze leren mens te zijn.’

Marseille is voor Frankrijk de poort naar Afrika. Heeft de club daardoor een aparte positie voor zwarte spelers?

‘Het is een kosmopolitische stad, waar allerlei mensen door elkaar wonen. Voetbal versterkt dat nog, omdat daarbij naar heel specifieke kwaliteiten wordt gekeken, die niets met afkomst te maken hebben. En voetbal brengt mensen samen. Het is net als Kuifje, geschikt voor 7 tot 77 jaar en voor arbeiders en notabelen. Laat ik zeggen dat minderheden het in Marseille iets gemakkelijker hebben dan elders.’

Van Afrikaanse spelers wordt gezegd dat ze individuele kwaliteiten hebben, maar minder geneigd zijn aan het collectief te denken. Heeft het spel van Marseille Afrikaanse invloeden?

‘Léopold Senghor, de vroegere president van Senegal, zei dat de rijkdom van de mens schuilt in de ontmoeting met veel beschavingen. Afrika vormt een verrijking van het Europese voetbal, door de fantasie en het vernuft. Afrikanen kregen op hun beurt een zekere strengheid en discipline. Die combinatie maakte het Franse elftal van 1998 zo goed. Maar ook in de politiek, het bedrijfsleven of de literatuur kun je baat hebben bij het samenkomen van verschillende eigenschappen.’

U bent 57, een man met veel ervaring. Hoe stelt u zich uw toekomst voor: nog eenmaal kampioen worden met Marseille en dan terug naar Senegal, de politiek in?

‘Waarom zou ik naar Senegal gaan? Senegalese artsen die hun opleiding in Frankrijk krijgen, gelden als de meest getalenteerde studenten. De mensen zijn intelligent. Wat daar ontbreekt, zijn niet de grijze cellen maar de middelen. Was ik Bill Gates, dan kon ik veel doen. Nu help ik m’n familie waar ik kan. Ik stuur geld, voor onderwijs, om rijst te kopen. Ik heb altijd een band met Senegal gehouden.

‘Europa zou meer moeten helpen. De Afrikaanse televisie toont beelden van een continent dat baadt in overvloed, vanwege de rijkdom die is ontstaan omdat Afrika mensen, soldaten en grondstoffen heeft geleverd.

‘Mijn landgenoten gaan met bootjes de zee op, omdat in armoede achterblijven erger is dan de kans op verdrinking. Zoals André Malraux schrijft in Het menselijk tekort: men wordt revolutionair als de dood de enige hoop is die resteert.’

U praat over diepe armoede, en verkeert zelf in een wereld van grootverdieners. Voelt dat niet vreemd?

‘Dat ik hier zit, wil niet zeggen dat ik vergeet dat in de voetballerij veel wordt verdiend. Ik ga vaak terug naar Afrika, om me daarvan nog beter bewust te zijn. Zwarte spelers doen dat ook. Voetbal is niet anders dan andere werelden die veel media-aandacht krijgen, zoals muziek, showbizz, politiek, kunst. Het verschil is dat in voetbal een soort waarheid zit en die ligt op het veld. Je speelt goed of slecht, je wint of verliest.’

Wat zou concreet moeten gebeuren om de positie van minderheden te verbeteren?

‘De politiek moet haar goede wil tonen. Positieve discriminatie hoeft voor mij niet. Ik ben voor een meritocratie; geef de mensen de kans hun positie te verdienen met wat ze doen. Zorg voor gelijke kansen, niet alleen in de dure Parijse buurten, ook in de banlieues. Wie met zes of acht kinderen in een tweekamer-appartementje opgroeit, loopt meteen een achterstand op.

‘Dat de mogelijkheden in wezen gelijk zijn, zie je in het voetbal. Wat daar kan, of in de muziek, moet ook in de wiskunde of de politiek mogelijk zijn. Dat te laten zien, is het gevecht van mijn leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.