Nieuws WK Schaatsen

Verbij schaatst ‘gecontroleerd’ naar goud, ook wereldtitel voor Bergsma

De honderden in oranje uitgedoste Nederlandse schaatsfans in Inzell moesten tot de derde dag van de WK afstanden wachten om te kunnen juichen voor een individuele Nederlandse overwinning. Toen het eenmaal zover lieten ze ook meteen uit volle borst ‘een, twee, drie’ door de Max Aicher Arena schallen. Kai Verbij was de beste op de 1.000 meter en Thomas Krol en Kjeld Nuis vergezelden hem op het podium. Een paar uur later won ook Jorrit Bergsma goud op de 10.000 meter, voor Patrick Roest.

Kai Verbij springt van vreugde op het podium voor de huldiging nadat hij goud gewonnen heeft. Thomas Krol ( links ) wordt 2e en Kjeld Nuis 3e. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De top-3 was dezelfde als vorig weekeinde bij de wereldbekerwedstrijden in Hamar. Toen had de 24-jarige Verbij geëxperimenteerd met een andere racebenadering. Hij was iets behoudender gestart dan hij gewoon was. Het werkte toen en op de WK in Inzell wederom.

‘Ik rijd de 1.000 meter iets gecontroleerder nu. Ik heb een iets efficiënter plannetje. Eerder deed ik maar wat’, zegt hij. ‘Ik probeer nu op zo’n 80 tot 90 procent te openen. De tweede binnenbocht rijd ik op safe en daarna probeer ik vol elke buitenbocht aan te vallen en de rechte stukken ontspannen rijden.’ Het bracht hem naar een baanrecord van 1.07,39.

De overwinning was een opluchting voor de half-Japanse sprinter, die vorig seizoen in de aanloop naar de Winterspelen kampte met een liesblessure en daardoor in Zuid-Korea niet had kunnen schitteren zoals hij had gehoopt. Hij werd er zesde op de kilometer.

Het stroeve olympische seizoen liet hem inzien dat hij meer moest genieten van de momenten dat het wel goed gaat. Daarom was de ontlading om zijn wereldtitel groot. Groter dan toen hij in 2017 wereldkampioen sprint werd. ‘Dit was heel bijzonder. Ik ben heel blij.’

Toen Nuis in de laatste rit de derde tijd (1.07,81) had gereden, vielen Verbij en Krol elkaar in de armen. De twee zijn al acht jaar dikke vrienden en ook al rijden ze sinds afgelopen voorjaar in verschillende ploegen, de blijdschap voor elkaar was er niet minder om. Krol: ’Het is mooi om dit samen met hem te beleven.’

Krol had graag het goud gewonnen, maar accepteerde dat zijn 1.07,67 niet voldoende was. ‘Dit was voor mij een supergoede rit. Ik denk niet dat ik heel veel harder had gekund.’ Hij telde zijn zegeningen. ‘Ik had ook vierde kunnen worden. Even was er misschien de teleurstelling, maar daarna de blijdschap dat het de tweede plek was en niet derde of vierde.’ Het biedt hem hoop op een mooie uitslag op de 1.500 meter die zondag wordt betwist en die hem nog iets beter ligt dan de 1.000 meter.

Voor Nuis, de olympisch kampioen en de wereldkampioen van 2017, was de uitslag een teleurstelling. ‘Het liep gewoon niet lekker’, mokte hij. ‘Ik rijd nu langzamer dan het eerste trainingswedstrijdje dat ik dit seizoen in oktober reed. Dat kan gewoon niet.’

Hij kon niet goed verklaren waarom het zo moeizaam was gegaan. ‘Geen idee. Het ijs is zo snel, ik raak ze zo lekker. Je denkt bijna: twee vingers in de neus en dan lukt het wel’, zei hij. ‘Ik reed misschien te krampachtig. Laten we maar snel naar morgen gaan.’ Op zondag verdedigt Nuis zijn wereldtitel op de 1.500 meter, de afstand waarop hij ook olympisch kampioen is.

Een paar uur na het Nederlandse succes op de 1.000 meter, was het weer raak op de 10 kilometer. Jorrit Bergsma won de langste afstand op het WK-programma in een tijd van 12.52,92. De Fries moest nadat hij gereden nog twee ritten afwachten om te weten wat de tijd waard was. Hij vreesde voor een teleurstelling omdat hij met name in de slotronde (32,0) tijd had laten liggen. ‘Het was absoluut spannend. Toen ik klaar was, dacht ik dat Patrick Roest er in goede doen wel onder moest kunnen.’

Dat dacht Roest zelf ook. In de slotrit vertrok op het schema van zijn landgenoot en versnelde op een gegeven moment iets te veel. ‘Daar ging het mis. Ik probeerde het rustiger aan te doen, maar schoot te ver door’, vertelde Roest. Zijn tempo voelde hij na 20 van de 25 ronden wegzakken.

Even leek het erop dat Bergsma op het middenterrein opgelucht adem kon halen omdat Roest al tegen meer dan twee seconden achterstand aan keek. In de laatste twee rondes versnelde de pupil van coach Jac Orie echter zo hard, dat hij het gat nog bijna dichtte. Met een slotronde van 29,88 kwam hij uiteindelijk slechts 0,41 seconden tekort voor de zege. Jillert Anema, coach van Bergsma, vreesde even dat het goud verloren was. ‘Ik kreeg bijna een hartverzakking.’

‘Ja, die laatste ronde is wel een dingetje’, gaf Roest na afloop met een glimlach toe. ‘Maar ik gooide gewoon alles eruit. Als ik 100 meter eerder was gaan versnellen was het niks geworden.’

Het brons op de 10 kilometer ging naar Danila Semerikov in 12.57,40. De Rus was slechts 2 duizendsten sneller dan thuisrijder Patrick Beckert, die daarmee net van het podium duikelde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.