Reportage Veldrijden

Veldrijdster Del Carmen Alvarado wint in Koksijde: van het Caraïbische zand naar de Vlaamse klei

Ceylin del Carmen Alvarado (linksvoor in het wit) in een kopgroep met vier andere Nederlandse rijders. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het nieuwe, grote talent in het veldrijden bij de vrouwen dient zich alweer aan en ze is geen alledaagse verschijning. Ceylin del Carmen Alvarado heeft haar roots liggen in de Dominicaanse Republiek. Zondag won ze de veldrit voor de wereldbeker in Koksijde.

Veel meer dan een handvol vage herinneringen heeft Ceylin del Carmen Alvarado (21) niet meer aan haar eerste jaren in de Dominicaanse Republiek. Ja, dat ze met haar peutervoetjes in het warme zand stond van de playa aan de noordkust. Ze woonde er pal aan het strand. Of dat ze er met een vriendinnetje tropische bloemen met de vingers fijnmaalde, totdat je van dat lekker plakkerige slijm overhield. Dat haar moeder Ramona haar op de scooter naar een schooltje reed.

De werkelijkheid van nu ziet er anders uit. Beroepshalve ploegt ze op een crossfiets door vooral Vlaamse klei, voor een vooral Vlaamse profploeg, Corendon-Circus, waar ook de wereldkampioenen Mathieu van der Poel en Sanne Cant voor rijden. Het is een niet voor de hand liggend vervolg, vond ook haar eerste trainer.

‘Weet je zeker dat je dit wel leuk vindt?’, riep Wim Verhagen uit ’s Gravendeel haar herhaaldelijk toe als het gelaat, het shirt en de koersbroek onder het egale grijs van de modder schuilging. Het antwoord was steevast hetzelfde: ja, dit is hartstikke leuk. Lekker afzien, tot het gaatje gaan voor de winst. Hoe zwaarder, hoe mooier, hoe beter. Ja, modder is vies, maar op de fiets maakt het haar geen ene bal uit. Ze is er goed in, dat helpt ook. Dit is topsport.

Ceylin del Carmen Alvarado wint de cross van Koksijde en wordt gefeliciteerd door Yara Kastelijn, die derde werd. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zeges

Het is meer dan ooit topsport. Waar ze vorig jaar geregeld meestreed voor een plek op het podium, heeft Del Carmen Alvarado, nota bene nog als belofte rijdend tussen de elite, dit seizoen al enkele keren de hoogste trede beklommen. Ze won wedstrijden in Meulebeke, Pelt, Gieten en Ruddervoorde en kroonde zichzelf tot Europees kampioen bij de beloften in Silvelle, waar ze als titelverdediger startte.

Deze zondag, in de duinrand van Koksijde, brengt ze een nieuwe glanslaag aan. In het belangrijkste klassement van het veldrijden, de wereldbeker, komt ze zegevierend over de streep. In de laatste ronde schudt ze landgenoten Lucinda Brand en Yara Kastelijn af - wederom een illustratie van de Nederlandse heerschappij bij de vrouwen. ‘Dit is de mooiste’, straalt ze na afloop. ‘Als je kijkt naar de strijd die we hebben geleverd, dan is het fantastisch om met een overwinning af te sluiten.’

Ze toont zich op het zanderige parcours het vaardigst. Ze blijft net wat langer op de fiets, ze houdt een hogere snelheid vast. Als Brand zich achter haar even vastrijdt, versnelt ze en is het beslissende gat geslagen. Het is oefenen, oefenen, oefenen, zegt ze. In het spoor rijden, de juiste bandendruk vinden, de balans houden.

Wapens

Ze heeft alle wapens, meent haar vorige trainer Verhagen. Een winnaarsmentaliteit, het juiste lichaam en uitzonderlijk goede techniek. ‘Ze is op haar best als iedereen denkt: daar kun je eigenlijk niet fietsen. Schuine kanten, ijs, glibberen door de modder; ze is nergens bevreesd voor.’ Hij herinnert zich een steile afdaling op een training. Waar de mannen even stopten om de duik naar beneden eens goed te bestuderen, stortte Ceylin zich meteen in de diepte.

Waarom nu veel lukt? In een hotel in De Panne, aan de vooravond van de Duinencross, doopt ze bedachtzaam een theezakje in een glas. ‘Ik heb er niet zo’n goed antwoord op. Ik heb wat meer op de mountainbike gezeten afgelopen zomer. Ik ben een jaartje ouder dus ook wat sterker. Het gaat stapsgewijs.’

Vijf jaar was ze, toen ze met vader Rafaël, moeder Ramona en haar drie jaar jongere broertje Salvador de Caraïben verruilde voor Nederland. Haar vader verbleef hier al langer, hij werkte als timmerman en kwam af en toe naar het eiland op vakantie of er te helpen in een restaurant, waar Ceylins oma het voor het zeggen had. De eerste halte was de Rotterdamse wijk Charlois. Daarna volgde de Beverwaard, een uitbreidingslob op de zuidoever van de Maas, oostelijk van de Van Brienenoordbrug.

Ceylin del Carmen Alvarado met haar moeder Ramona voor de wedstrijd in de camper. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Voor het wielrennen was er atletiek. Maar tijdens een winterse veldloop in Spijkenisse, waar haar schoenen doorweekt raakten met ijswater, verliet ze verkleumd de wedstrijd en verkondigde luidop snikkend op de achterbank van de auto dat ze nooit, nooit, nooit meer wilde hardlopen. Rafaël kwam met de suggestie het eens op de fiets te proberen – hij had vroeger zelf ook wedstrijden gereden, met zijn broer Antonio.

‘Ik ging rijden bij RWC Ahoy, ik was 8 of 9. Ik ging eerst met mijn broertje mee, ik dacht dat er helemaal geen meisjes reden. In het begin deed ik mee voor de gezelligheid, totdat ik trofeeën begon te winnen, ook waren het prijzen voor de vierde of de zevende plaats. Toen kreeg ik de smaak te pakken.’

Rol moeder

Het was vooral haar moeder die er de pees oplegde. Op weggetjes naast de A16 die samen een vierkant vormden, floot ze Ceylin en Salvador weg voor alweer een sprint die eindigde bij een groepje bomen. Klimmen oefenden ze op de opritten van de Van Brienenoordbrug en de Heinenoordtunnel. Voor het hardrijden zaten ze bij Rafaël in het wiel.

Wim Verhagen herinnert zich dat Ceylin op haar zestiende langskwam met de vraag of ze zich bij zijn trainingsgroep kon aansluiten. ‘Ze had een papiertje bij zich, met daarop per wedstrijd aangetekend wat haar doel was: daar bij de eerste tien, daar UCI-punten pakken, daar voor het podium gaan. Het was ik wil, ik wil, ik wil. Een enorme drive.’ Waar dat vandaan komt? In de Panne: ‘Als ik een doel heb, wil ik dat koste wat het kost bereiken. Ik denk dat ik het van mijn moeder heb. Die motiveert ons. Als je iets wil, moet je er werk van maken.’

Het geloof

Er is nog een factor: het geloof. Thuis in de Beverwaard liggen de bijbels voor het grijpen. ‘Voor mij is het belangrijk. Ik bid voor elk wedstrijd. Als ik iets post op Facebook sluit ik af met #godgrateful. Ik put kracht uit woorden en verzen in de bijbel. Wacht, ik zoek het even op. Hier, Filippenzen 4:13. ‘Ik ben in staat alles te doen door Christus die mij daarvoor de kracht heeft.’ Psalmen 121 vindt ze mooi. ‘De Heer is je wachter, de heer is de schaduw aan je rechterhand.’

Ceylin del Carmen Alvarado rijdt zich warm terwijl haar Rafaël toekijkt. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Bij de camper van de ploeg in Koksijde brengt vader Rafaël de banden van de fietsen op spanning. Hij reist mee als mecanicien. Zijn dochter rijdt zich warm op de rollen, met een koptelefoon op de donkere krullen. Opzwepende beats zijn het, maar het is soms ook gospel. Haar moeder is er ook, ze is verzorger. Ze heeft het koud, ze trippelt op haar laarsjes en heeft de neus weggestoken in een sjaal. Ze zijn trots op hun kinderen, samen hebben ze de basis gelegd voor hun prestaties. Bovenal geldt: ‘We zijn God dankbaar.’

Een Belgische ploeg pikte Del Carmen Alvarado op, Kleur op Maat. Ze begon crossen op niveau te rijden, te midden van voor haar grote namen: Sanne Cant, Thalita de Jong, Sophie de Boer, Marianne Vos. Vanaf dat moment koos ze voluit voor het veld. ‘Het is niet zo’n tactisch spelletje als op de weg. Het is ieder voor zich. Ik hou van het draaien en keren in het bos, het raggen door de blubber.’ Intussen is er een Vlaamse fanclub, met een supporterslokaal in café Jong Jut in Koningshooikt. ‘Superlieve mensen.’

Wit wereldje

Nee, ze heeft in het witte wereldje van het veldrijden nooit krenkende opmerkingen gehoord. Misschien dat er één incident was, ze weet het niet eens zeker. Tijdens de Koppenbergcross, bij een passage over een vervaarlijk schuin talud, reed ze achter twee landgenoten en meende ze te horen dat iemand riep dat hij hoopte dat ze zou vallen. ‘Dat kon geen chauvinisme zijn, we waren alle drie Nederlanders. Maar het kan goed dat ik het verkeerd heb verstaan.’

Nadat ze in 2017 bij de beloften tijdens de EK in Tsjechië ondanks kettingproblemen vierde was geworden, meldde Corendon-Circus zich. Er werden meer puntjes op de i gezet: op trainingskampen, in voedingsadviezen en met programma’s op haar lijf geschreven. Maar waar het crescendo gaat, valt ook wel eens een dissonant. In februari in Bogense, Denemarken, startte ze op de WK van de beloften als topfavoriet, maar reikte niet verder dan de derde plek. Ze voelde zich niet lekker, er zat geen kracht in de benen. De week erna werd ze ziek. ‘Of ik ongelooflijk baalde? Dat is nog zacht uitgedrukt. Ik had me het hele jaar in de kijker gereden en op de dag van de grote afspraak ging het mis.’

Het ligt vandaag ver weg. Op een weiland in Koksijde, aan de rand van de duinen, klinkt het Wilhelmus. De krullen springen onder het mutsje uit, de lach oogt breder dan het ereschavot. Ondanks het ongeloof na de finish – ze verborg beide handen achter het gezicht - weet ze dat het is gezien. Psalm 121: ‘Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden