ColumnPeter Winnen

Veilig wielrennen bestaat niet, het noodlot vindt altijd wel ergens een gaatje

Peter Winnen artikel ColumnBeeld .

Wijlen mijn echtgenote ging altijd in de gang op de trap zitten wanneer er een afdaling werd ingezet. Ze kon er niet naar kijken. Pas als we beneden waren kwam ze weer tevoorschijn. In een bergrit met veel cols zat ze dus regelmatig op de trap duimen te draaien. Ik kan me voorstellen dat de echtgenotes, vriendinnen, de vaders, de moeders, de opa’s en de oma’s van topsprinters ook massaal op de trap gaan zitten wanneer de onvermijdelijke massasprint wordt ingezet. Misschien dat zelfs de huiskat of de hond het televisiescherm ontvlucht.

Er is de afgelopen week veel gezegd en geschreven over ‘de horrorcrash’ in Polen. Over schuld, instinct en adrenaline ging het, over het gebrek aan veiligheidsmaatregelen, over celstraf en boetedoening. Uiteindelijk ging het over machteloosheid terwijl dat woord niet eens viel. Organiseer een koers op de zoutvlakte van Utah en nog worden er schedels gebroken. Veilig wielrennen bestaat niet; het noodlot vindt altijd wel ergens een gaatje.

Wielrenners praten niet graag over hun angsten. Door ze weg te stoppen bestaan die niet. Ik had eens een slapie die het uitschreeuwde in zijn slaap en wild om zich heen sloeg. Ook angst vindt altijd gaatjes, of moet ik zeggen: mazen in het net. Ik had vaak dezelfde droom, een nachtmerrie was het eigenlijk niet te noemen: voortkabbelend in een babbelend peloton sloeg ik ineens over de kop, alsof er iemand een stok in het voorwiel stak. Maar ik schrok altijd wakker, goddank net voor het neerkomen. De fnuikende nachtmerries kwamen later, toen ik weer een gewone burger was.

Later ook herinnerde ik me glashelder de momenten waarop het maar net goed ging. Het waren er best veel. Eigenlijk. Een voorbeeldje. Lekke voorband in een felle afdaling, de fiets gedraagt zich als een rodeopaard. Ik, als een elastieken pop erop, kom tot stilstand op vijf centimeter van de afgrond en kijk in een loodrechte steilte van een meter of honderd diep. Beneden wachtte de dood kennelijk op iemand anders. Hup, nieuw wiel erin met dezelfde soepele maar o zo kwetsbare banden, en voort maar weer. Geen tijd te verliezen.

Hoe de angsten nu bezworen worden in het peloton weet ik niet, wij spraken toen vaak in de derde persoon meervoud: ‘Ze vielen me toch op hun koppen daar’, zoiets. ‘Ze’ zijn het die vallen. ‘Ze’ staan ook weer op. Meestal. Dat is het verraderlijke.

Toen Fabio Casartelli verongelukte in de Tour – ik was een jaar of vijf coureur af – ging de kelder met weggedrukte angsten pas echt open.

Zaterdagmiddag, in de afdaling van de Poggio joeg Wout Van Aert op de ontsnapte Julian Alaphilippe. Twee specialisten van de hoge snelheid. Ik kon er haast niet naar kijken. Aan de andere kant kwijlde ik uit bewondering voor deze twee zen-artiesten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden