Veens vergaart drie titels en twee records in Amersfoorts sprintbad Wouda doof voor 'sceptische geluiden'

Marcel Wouda werd door de viering van zijn recente wereldrecords zo opgeslorpt dat er zelfs tijd geen resteerde om zijn website bij te werken....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

AMERSFOORT

Wouda toog naar Amersfoort om van KNZB-voorzitter Beijer het bondsereteken in ontvangst te nemen. Met tweevoudig Olympisch medaillewinnares Kirsten Vlieghuis werd hij ook gelauwerd als Nederlands prominentste zwemmer van 1996. Toch lanceerde hij zichzelf pas dít jaar werkelijk naar de wereldtop. Zijn winterse winnaarslijst was bijna overweldigend: twaalf zeges, zes Nederlandse records, drie Europese titels en, op de loodzware 400 meter wisselslag, twee wereldrecords.

Toch had Wouda al weer 'sceptische geluiden' gehoord: dat het wel heel moeilijk zou worden om zijn tovertijden op de kortebaan straks te evenaren op de langebaan. Maar Wouda is niet meer de schuchtere lange slungel van vijf jaar geleden die door zulke scepsis danig uit het evenwicht zou zijn gebracht.

Wouda durfde het vorige week zelfs tegen Paul de Leeuw op te nemen, en niet voor niets werd daar in Amersfoort voortdurend aan gerefeerd: het zou nog niet zo lang geleden ondenkbaar zijn geweest dat hij de handschoen, in dit geval de badmuts, opnam tegen een 'opponent' van zo'n kaliber. 'In de zeik werd ik niet gezet', luidde zijn eigen slotsom: een overwinning op zich.

'Het probleem wordt nu om me weer af te sluiten en nee te zeggen. Want de voorbereiding op het langebaan-seizoen vergt 25 uur in het water, zes uur krachttraining én ik heb een baan van twintig uur. Dan zit de week vol.'

Marcel Wouda, die werkt bij een kantoorinstallatiebedrijf, dat de stichting achter PSV-zwemmen sponsort, wil komende zomer bij de Europese kampioenschappen van Sevilla natuurlijk tonen dat zijn wereldrecords geen toevalligheden zijn geweest. Maar als anderen die nú al relativeren, dan heeft hij zijn repliek klaar.

'Het wereldrecord op de 400 wissel stond op naam van de Fin Sievinen, toch niet de minste. Maar wat ik het belangrijkste vond was dat ik het eerste record, in Gelsenkirchen, vestigde in een nek-aan-nek-gevecht, een superrace tegen die Australiër Dunn, en het tweede solo, zonder tegenstand. Alleen kon ik het dus ook, dat is toch een bevestiging van je kwaliteiten.'

Die kwaliteiten werden in Amersfoort niet zichtbaar. Wouda was moe van de tournee die al vorig jaar oktober aanving en waarin hij zijn vierde en vijfde plaats bij de Olympische Spelen van Atlanta wilde verzilveren. Hij deed meer dan dat en logenstrafte met telkens nieuwe explosies de aloude theorie dat zwemmers maar een keer per jaar werkelijk kunnen 'pieken'. Wouda bleef pieken: 'We zijn ook in Nederland waarschijnlijk te lang doorgegaan met oude methoden. De periodisering is heel belangrijk: trainen, rusten, extra hard trainen, wedstrijden, die afwisseling moet er zijn.'

In 1993, na de Olympische teleurstelling en zijn eerste Amerikaanse ervaringen, had Marcel Wouda een 'fantastisch jaar', hij beleefde in 1994 bij de wereldtitelstrijd een dieptepunt, en zag na twee knie-operaties in het volgende jaar zelfs het einde van zijn loopbaan in zicht komen. Maar hij vond in Jacco Verhaeren bij PSV ten slotte de juiste man langs het juiste bassin.

Toch complimenteert hij, op nationaal niveau, ook bondscoach René Dekker en technisch-directeur Ad Roskam, met hun vernieuwingsdrift en met de individualisering van het zwemmen. Het enige nadeel van de KNZB-aanpak (maar wat heet nadeel) is dat voor een NK sprint de helft van de top niet meer komt opdraven. Elk kernploegplid mag het eigen programma uitstippelen, als maar de garantie bestaat dat hard genoeg wordt getraind. Alleen voldoende conditie geeft recht op (hoogte)stages.

'Als ik pr-medewerker van de bond was', zei Ad Roskam, 'zou ik het jammer noemen dat zo'n sprintkampioenschap slecht bezet is, maar ik ben geen pr-medewerker, en ik zou die pr-medewerker trouwens zeggen dat de lange termijn belangrijker is. Pieter van den Hoogenband moet er in Sydney zijn, laat hij dus nu maar eerst zijn middelbare school afmaken. Dat gebeurt natuurlijk met onze volledige instemming.'

Waarbij aangetekend moet worden dat de revelatie van Atlanta een uitzondering is. Zijn mede-PSV'er Mark Veens, die heimelijk de ambitie heeft zich uit Van den Hoogenbands schaduw los te maken, heeft zijn CIOS-opleiding in Sittard eraan gegeven en een zwemster als Madelon Baans, die zich ook steeds furieuzer in het water wentelt, doet evenmin meer iets aan cognitieve scholing. Maar ze sprongen er, met Angela Postma en de 'oude' Ron Dekker (62 titels nu), wél uit in het gehalveerde Sportfondsenbad.

Veens, met zijn achttien jaar en met zijn zwemvliezen maat 47, verbeterde zaterdag ondanks schommelingen in zijn techniek, ondanks een vreemd ademritme en ondanks ongelukkige keerpunten tot twee keer toe het Nederlands record, uiteindelijk tot 24,49. Hij maakte in Atlanta deel uit van de vrije slag-estafetteploeg, maar liet zich voorheen nogal eens te veel afleiden, en zeker toen hij twee jaar geleden voor het Europees jeugdkampioenschap als eerste was geplaatst doch slechts zestiende werd.

Sindsdien heeft hij veel geleerd, zegt hij. Vooral van Wouda.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden