Analyse

Veel ploegen vielen tegen in dit rare voetbalseizoen, trouwe supporters zijn de ware uitblinkers

Het seizoen in de eredivisie was aan de magere kant, zowel kwalitatief als qua beleving door de meestal lege tribunes.

Ajax-aanvoerder Dusan Tadic met de kampioensschaal. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Ajax-aanvoerder Dusan Tadic met de kampioensschaal.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Spannend? Mwah. Valt mee. Of tegen, eigenlijk. Zondag, tijdens de laatste speelronde van de eredivisie, was vrijwel alles al beslist. De redding van Willem II, dat de nacompetitie ontliep, was nog het aardigst. De meeste posities waren al ingenomen en Ajax is al maanden officieus kampioen.

Het aller-, allerspannendste van het hele seizoen profvoetbal was het fascinerende wachten op promotie van Go Ahead in het stadion van Excelsior, afgelopen woensdag. De ontknoping was uitgesteld, omdat het duel van De Graafschap in Doetinchem tijdelijk was gestaakt vanwege een hoosbui. De thuisclub had machteloos gebeukt op het doel van Helmond Sport, en wat volgde was een heerlijke ontlading bij volksclub Go Ahead, geleid door een de grootste trainerstalenten, Kees van Wonderen.

Goed voetbal? Mwah. Zonder Ajax, dat lichtjes teleurstelde in Europa, is sprake van een behoorlijke achterstand op het continent. Verliezen van Wolfsberger (Feyenoord), Olympiakos (PSV) en Rijeka (AZ), het is geen aanleiding te veronderstellen dat de aansluiting bij zelfs de subtop in zicht is.

De stijging van de laatste jaren op de Europese ranglijst is vrijwel totaal op het conto te schrijven van Ajax, dat qua salariëring en investeringskracht is afgeweken van de Nederlandse norm en meer naar de top van Europa kijkt dan naar onderen. Wie ook kijkt naar competities in Engeland, Spanje of Duitsland, ziet voetbal dat intenser is dan in de eredivisie, best een fijne competitie, maar in kwalitatief opzicht redelijk armoedig.

Modieuze inzakken

Armoedig, maar in elk geval aantrekkelijk toch? Soms wel, want Nederland blijft een land van positiespel en een gedegen opleiding, van passing en nagestreefde dominantie. Maar zelfs de aantrekkelijkheid staat onder druk. Het zogenoemde inzakken is volop in de mode, niet alleen in Nederland.

Ruimte scheppen voor opkomende spelers, afwachten, de bal niet per se hoeven. Het spelsysteem 5-3-2, door Vitesse gebruikt omdat de nieuwkomer Thomas Letsch afweek van ’s lands gewoonte en zijn elftal kneedde naar het spelersmateriaal, is doorgaans defensiever dan 4-3-3, wat trainers de volgers ook proberen wijs te maken. Ja, zeggen ze dan: onze 5-3-2 is eigenlijk 3-5-2. Zelfs dan. Het is ook een alternatief voor het ontbreken van echte uitblinkers in offensief opzicht. Zie het Nederlands elftal, hoe lastig het is om de voorselectie te vullen met aanvallers van internationale allure.

Wie geen topaanvallers heeft, kan ze ook niet opstellen. Nu laten trainers veel aan de vleugelverdedigers over, maar backs zijn niet voor niets backs. Dat was dan wel het mooie aan PSV, de verzamelde kwaliteit in aanvallend opzicht. Er was zoveel kwaliteit, dat trainer Roger Schmidt niet alle spelers tegelijk kon opstellen. Daardoor viel op hoe groot het verschil soms was met het povere gehalte van de rest van de selectie.

Tal van ploegen vielen tegen in dit rare seizoen: PSV en AZ minimaal een beetje, Feyenoord helemaal en FC Utrecht voor de winterstop. Heerenveen en FC Twente op de beginfase na, PEC Zwolle over het algemeen. Willem II en Emmen tot hun opleving, VVV op Giakoumakis na en ADO.

Arjen Robben

Bij FC Groningen leverde de rentree van Arjen Robben minder spektakel op dan gehoopt. Meevallers: Vitesse, ook door het bereiken van de bekerfinale, Sparta vooral, Heracles opnieuw, Fortuna Sittard en RKC. Ajax was goed, maar niet zoveel beter dan je van het verzamelde spelersmateriaal mag verwachten.

Voetbal in coronatijd profileerde zich als tv-sport, in een jaar met geen of soms plukjes publiek. Zaterdag, bij de FA Cup-finale in Engeland, met een fors aantal echte mensen in Wembley, klonk weer het geluid uit duizenden kelen dat ook op het EK te horen zal zijn, als onmisbaar aspect van de amusementsindustrie voetbal.

Clubs zouden omvallen, luidde de waarschuwing. Dat is (nog) niet gebeurd en dat gaat vermoedelijk niet gebeuren. De redding kwam deels van de overheid, want clubs zijn met miljoenen overheidsgeld gesteund met de NOW-regeling. En de meeste supporters zijn trouw aan hun club. Ze kochten hun seizoenkaart en zagen af van compensatie. Ze zijn de werkelijke uitblinkers van het seizoen.

De vraag is hoe het voetbal zich straks opricht. Het is spannend, in welke mate sponsors terugkeren, of supporters opnieuw hun jaarkaart kopen. Het is niet voor niets dat Ajax de schaal liet smelten en iedere seizoenkaarthouder een stukje van het kampioenschap cadeau deed.

Eigenaar Frans van Seumeren van FC Utrecht kondigde een fonds aan om supporters te steunen die door de crisis geen seizoenkaart kunnen kopen. Dat initiatief is door menig club genomen, in het besef dat de situatie precair is. Voetbal was afgelopen seizoen een zoethoudertje in tijden van crisis. Het is de vraag hoe straks de nasmaak is, als de tribunes zich weer vullen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden