Van zero tot hero

Over twee weken begint in Australië het Formule 1-seizoen. Christijan Albers (25) uit Laren (NH) heeft als enige Nederlander een `zitje' weten te veroveren....

Je hebt de jongetjes die achter een bal aanrennen of die met autootjes spelen.

Christijan Albers behoort onmiskenbaar tot die laatste categorie. Hij is groot geworden met dat speelgoed en nu is de 25-jarige bij de overtreffende trap beland: de Formule 1.

`Iedereen wil dat toch?', zegt CA, zoals hij zich op zijn website noemt. Hij doelt op al die ventjes die droomden van racen maar zich snel hebben neergelegd bij de onhaalbaarheid van die wens. Het zijn de mannen die de linkerbaan van de snelweg bevolken.

Zo'n jongen is Christijan Albers niet. Hij weet niet van opgeven. `Ik ken niemand met zo'n vechtlust', zegt vriendin Liselore. De doorzetter Albers mag dit jaar in de Formule 1 rijden. De Nederlander werd gecontracteerd door de Italiaanse renstal Minardi.

Vandaag test hij zijn racewagen op het fameuze circuit van Imola, bij Bologna. Het vooruitzicht doet hem goed: 'Ha, rijden.' Eerder legde hij al honderden testkilometers af op het circuit van Misano.

Op Imola zal Albers opnieuw versteld staan van wat de Formule 1 inhoudt. Hij testte in 2001 voor het eerst zo'n wagen, reed in 2002 en 2004 nog wat proefronden, maar nog steeds vindt hij het met niets te vergelijken.

Wat het bijzondere van die Formule 1 precies is, wordt hem dagelijks gevraagd. De fans vragen hem ernaar bij het tankstation. Albers kan alleen maar zeggen dat je dat proefondervinderlijk moet ervaren. Niet na te vertellen.

'Het is magisch. In tweeënhalve seconde naar de 100. Negenhonderd pk in je rug, 18.500 toeren. Zo'n versnelling is met niets te vergelijken.

'Het gevoel is betoverend. Daar zit je dan in die wagen, die is superlicht en supersnel. Je hebt dat stuurtje met al die knoppen in je handen, alles elektronisch. Dat enorme vermogen de sporen geven, geeft zo'n kick.'

Die ochtend heeft hij in het tv-programma Goedemorgen Nederland ook geprobeerd iets van dat voor hem zo schitterende geheim van de Formule 1 door te geven. Normaal lichten de ogen op als Albers over auto's praat. 'Maar ik vond Chris wat sipjes overkomen', zegt Liselore. Het was te vroeg, zegt Albers. Hij is geen ochtendmens.

Nog maar een keer dan: 'Met driehonderd op een bocht af. Weten wat je downforce is, de neerwaartse druk van de auto. Op de limiet rijden en het liefst er een stukje overheen. Maar niet afstellen om 400 in het uur rechtuit te rijden, maar om voor en na de bocht 200 te halen.

'Bij het testen snel op tempo zitten. Niet er even rustig inkomen. Een Formule 1 moet op zijn limiet worden gereden, wil je de wagen afstellen. Als je dat niet doet, krijg je een heel andere karakteristiek.'

Er is meer dan de techniek. Er is de fysieke sensatie van het Formule 1-rijden. Die is 'gigantisch. Dit is echt drie trappen hoger dan het rijden van een Mercedes-toerwagen in de DTM. Die was vooral warm, 65 graden werd het, een uur lang.

'De Formule 1 vraagt andere kwaliteiten dan hittebestendigheid. Het gaat daarin om spierkracht, om uithoudingsvermogen. Ik had wel verwacht dat het zwaar zou zijn, maar niet zo zwaar. Als je remt voor een bepaalde bocht, moet je tachtig kilo op het rempedaal trappen. Zonder bekrachtiging. Dan heb je in snelle bochten met een middelpuntvliedende kracht van 5G te maken. Dat is je lichaamsgewicht, bij mij 66 kilo, door tien delen en maal vijf: in zo'n bocht hangt een zak met 33 kilo aan mijn nek.

'Dan de armen. Die hebben 20 kilo te verduren als je die wagen door een bocht stuurt. Stuurbekrachtiging is heel matig. Je moet een zo natuurlijk mogelijk gevoel hebben.

'En dan is er downforce, de wagen wordt door de voorvleugels en de achtervleugel naar beneden geduwd. Banden plakken je aan de weg. Een top van 325 kilometer voelt voor het lichaam als 650.'

Wie de circuits van zijn joystick en PlayStation kent, heeft een volstrekt verkeerde voorstelling van het vak van Formule 1-coureur. 'Ik zeg niet dat het de zwaarste of beste sport is, maar het is een heel echte sport. Je moet allround zijn, alles trainen.'

Van de start bij een Grand Prix, de wedstrijdencyclus om het wereldkampioenschap, is bekend dat de hartslag door de stress boven de 200 slagen per minuut komt. Geen sporter schijnt dat te halen, zelfs niet bij het nemen van een strafschop in de finale van het WK voetbal.

'De eerste keer dat ik de Minardi testte, was ik na tien ronden kapot. Ik moest naar de kant. Met mijn nek was het afgelopen. De armen deden het ook niet meer.'

Nu is hij al heel wat ronden verder. Zestig op een dag, met pauzes, is haalbaar. In de wedstrijd, over twee weken in Melbourne, moet hij er doorheen zien te komen. Om dat te redden, hangt hij per dag tweemaal 2,5 uur aan de gewichten. Soms in Someren, soms in Breda.

'Het rijden is natuurlijk het leukst. Maar op dit niveau kun je niet zonder die voorbereiding. Al word ik er ook wel eens een beetje moedeloos van.'

H

et zijn kleine zorgen in een opwindend leven. Toen Albers met de Australische teambaas van Minardi, Paul Stoddart, het akkoord sloot, voelde hij zich bevrijd van een enorme last. `Nu ik eindelijk in de Formule 1 zit, is er veel stress van me afgevallen. Na al die jaren is doel één bereikt: rijden in de Formule 1.

'Doel twee is in 2005 zo goed en zo constant mogelijk rijden, kilometers maken. Het is voor de anderen anders dan voor mij. Mijn doel is GP's uitrijden. Ik moet heel veel tijd in die auto doorbrengen en de circuits leren kennen. En af en toe wat laten zien.'

De meeste mensen vinden het bijvoorbaat al geweldig. Als hij in een zilveren pijl, zijn nieuwe Porsche Carrera, door Nederland rijdt, op weg naar zijn woonplaats Antwerpen, wordt hij herkend. Ze zwaaien naar hem. Hij zwaait terug, straks vanuit zijn nieuw rode Porsche. Die zal nog meer opvallen.

`Dat is toch heel apart', zegt Liselore. 'Zo trouw als die fans zijn. En het zijn er veel, joh.' Nergens zijn er zoveel Formule 1-supporters als in Nederland, zegt Albers. Relatief dan, hè. Zijn fanclub telde na een week al drieduizend leden.

De Nederlandse fans moesten het een jaar zonder landgenoot stellen. Jos Verstappen verliet eind 2003 Minardi. Hij vond de wagen niet competitief; nu is Albers bij de fabriek uit Faenza aangetreden.

Albers heeft er opmerkingen over gehad. 'Mensen die zeggen: ach Minardi, zeker een beetje achteraan rijden?

`Tegen hun zeg ik: ik ken geen constructeur die je meteen in de allerbeste wagen laat rijden. Als je bij een bedrijf binnenstapt, zetten ze je ook niet zomaar in de directiekamer. Toch?

'Zo is het ook in de autosport. Topteams die kunnen winnen, nemen geen onervaren coureurs. Die hebben geen ervaring met de snelheden van de Formule 1. Dus wat blijft er voor die onervaren jongens over? De teams die niet de wagens hebben om te winnen.

'Ik houd me vast aan rijders als Mark Webber, Fernando Alonso. Jarno Trulli, Giancarlo Fisichella. Ze zijn allemaal begonnen bij Minardi en later toppers geworden. Ook Michael Schumacher is bij een kleine renstal begonnen, bij Jordan. Dat is de weg die je behoort te gaan. Zo moet je je omhoog werken.'

Hij noemt een voorbeeld uit zijn DTM-tijd. 'In 2001 stapte ik die competitie in met een oude Mercedes. Twee jaar later reed ik een fabriekswagen van dat merk. Zo snel kan het gaan. In de oude auto was ik een zero, in de nieuwe plotseling een hero.'

Hoe hij het gaat aanpakken, daar heeft hij vaak over nagedacht. 'Minardi is een kleine stal. Ik probeer het op mijn manier. Ik werk aan de sfeer in het team, aan de atmosfeer eromheen. Toyota stopt 700 miljoen per jaar in het Formule 1-team. Waarom wint dat niet? Omdat de staf uit Engelsen en Duitsers bestaat. Minardi is op een paar Engelsen na puur Italiaans.'

Liselore heeft haar Chris zien werken in de DTM. 'Hij is altijd met het team bezig. Dat zie ik als zijn grote kracht, zijn kwaliteit. Hij kan een team goed maken. Als er een officieel diner is in de paddock, loopt hij honderd keer terug naar de pits om met de monteurs te praten.'

Als er voor een coureur doelen zijn om na te streven, dan zijn die voor Albers rijden, presteren ('maar wel realistisch blijven'), rijk zijn ('rijk zijn is voor mij gezond zijn en doen wat ik het allerleukste vind') en heel blijven.

'Het is niet meer zoals in 1994, het jaar waarin Senna verongelukte. Sindsdien is er zoveel veranderd. Senna kon je zien zitten in de auto, zijn schouders staken er bovenuit. Nu is de stroomlijn helemaal om de coureur heen gebouwd. Alleen hoofd en helm zijn nog zichtbaar.

'Overal is aan gedacht wat veiligheid betreft. Er is zelfs een verankering voor het naar voren slaan van het hoofd. Zodat je je nek niet kunt breken. Heus, ik rijd liever in een Formule 1-auto op een circuit dan dat ik me op de fiets door Amsterdam waag. Bang? Als je angst hebt, zelfs maar een fractie: direct stoppen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden