Van speelbal tot ondernemer

De macht van de sporter in het krachtenveld van de sportbestuurlijke wereld lijkt beperkt, maar dat is een verkeerde veronderstelling. Die sporter, zegt Yves Kummer, voorzitter van de Nederlandse sportervakbond NL Sporter, onderschat zijn eigen macht. Sterker: die sportman of sportvrouw moet de eigen macht nog ontdekken.

Kummer, ook Europees met EU Athletes op de barricaden: ‘Ik denk dat vooral de jonge sporters niet beseffen hoeveel macht ze hebben. Zonder hen gaat de sport niet door.’

Het is het ultieme middel, waarmee wat hem betreft alle raderen gaan stilstaan, maar soms is het nodig te laten zien om wie de sport eigenlijk draait.

]]>

Kummer: ‘Dus als Marco van den Berg, ex-bondscoach, vindt dat er bij een basketbalwedstrijd geen zes of zeven Amerikanen in het veld horen te staan, omdat dat ten koste gaat van de Nederlandse spelers, dan kunnen die spelers dat afdwingen door te gaan staken.’

Nog zo’n voorbeeld. Kummer: ‘Als je als hockeyer niet wilt spelen bij de Champions Trophy in snikheet Maleisië, omdat het niet gezond is. En de voorzitter van de wereldbond, Els van Breda, zegt dat je dat wel móet, omdat de tv zo veel geld heeft betaald. Dan moet je als sporter zeggen: doen we niet. Eén wedstrijd staken en dan luisteren ze wel naar ons.’

Basketbal
Kummer kent de voorbeelden uit het basketbal in Duitsland, waar voormalige spelers uit de NBA bij een All Star Game de eis van vakbond Spin om over een cao te onderhandelen kracht bijzetten door met een staking te dreigen. Krachtig middel: de bal neerleggen en op de grond gaan zitten, het liefst bij een live uitgezonden wedstrijd.

Het zijn de ultieme middelen om invloed en macht in een door werkgevers (clubs) en organisaties (bonden en liga’s) beheerste wereld. In Nederland Polderland gaat de onderhandeling nog altijd voor.

Als volleyballers hun geld niet krijgen bij het failliete Almeerse Omniworld wegens een falend licentiesysteem, gaat de boel niet plat. Er wordt gepraat tot een compromis is bereikt.

Staken
Theo van Seggelen, oud-voorzitter van voetballervakbond VVCS en tegenwoordig preses van de wereldbond FIFPro: ‘Staken zit niet in onze Nederlandse cultuur. Maar in Spanje ging het voetbal vijftien jaar geleden plat, omdat spelers in de vierde afdeling niet waren betaald. Ook FC Barcelona en Real Madrid deden mee. In Roemenië is het gebeurd, in Frankrijk net zo. En in Zuid-Amerika staken ze met enige regelmaat.’

In Nederland wordt eerder gestreefd naar invloed dan dat er gezocht wordt naar macht. Meepraten in plaats van tegenspreken, argumenteren in plaats van protesteren. De eerste stap bij dat alles is de oprichting van een vakbond, als vertegenwoordiger van de stem van de sportman.

In 1961 gaf het profvoetbal het voorbeeld. De onlangs overleden Karel Jansen, ex-prof van ADO, DHC en Holland Sport, was de oprichter van de belangenvereniging VVCS (Vereniging Van Contract Spelers). Hij zette zich in het eerste jaar van het bestaan in voor de afschaffing van de clubcontributie voor contractspelers en voor een deugdelijke verzekering.

In 1967 was er een doorbraak in de strijd van de VVCS met de zaak-Laseroms. Een profvoetballer, in casu de verdediger Theo Laseroms, was vanaf dat moment een normale werknemer. De clubs waren werkgevers geworden, met alle plichten vandien.

Professionalisering – in 1979 kwam er een voetbal-cao – maakte de verhoudingen in het voetbal in gestaag tempo volwassen. Er kwam een eind aan de transfervergoeding (het Bosman-arrest van 1995) en nu speelt het Webster-arrest, over het afkopen van een contract na drie jaar. Allemaal bevochten, zeggen ze in het voetbal.

Speelbal
Danny Hesp, voorzitter van de VVCS: ‘Vroeger was de voetballer een speelbal van de club of bond. Nu zitten onze vertegenwoordigers aan tafel met de FIFA (wereldvoetbalbond) en UEFA (Europese bond). We hebben volgens de nu één jaar oude overeenkomst met de UEFA plaats in alle belangrijke commissies. Er wordt naar de speler geluisterd. De voorzitter van de UEFA, Michel Platini, is, niet onbelangrijk, ook een oud-voetballer.’

Voetbal, de heersende sport wereldwijd en nationaal, geeft het tempo van hervormingen aan. Kummer: ‘Sport professionaliseert, met de jaren. En voetbal was daarin de voorloper. Onze lidbonden bij EU Athletes, het basketbal in Duitsland, de ijshockeyers in Zweden en het rugby in Engeland, ervaren dezelfde problemen als het voetbal vijftien jaar geleden meemaakte. Bonden die hen niet serieus nemen. Vertegenwoordigers die willen praten over een cao of arbeidsvoorwaarden, worden afgewezen. Niks mee te maken, zeggen ze.’

Van Seggelen: ‘Voetbal heeft de pioniersrol in de sport. En door de beste structuur in onze sport liggen wij mijlen ver voor. Als ik kijk naar de semi-profs of amateurs uit het zwemmen, de atletiek en het turnen, dan heb ik het idee dat sporters daar echt niks te zeggen hebben.

‘De invloed van voetballers is groot. Ze hebben ons bij de UEFA en FIFA liever aan tafel dan als tegenstander. Dat wij dicht bij het vuur zitten, vind ik normaal. En het was inderdaad vier jaar geleden nog niet normaal.’

Beconcurreerd
Voetballers organiseerden zich honderd jaar geleden al in Engeland en zestig jaar geleden reeds in Italië. In Nederland nadert het vijftigjarige jubileum van de VVCS, tegenwoordig beconcurreerd door ProProf, de andere vakbond.

Van Seggelen: ‘Als je onze vakbonden vergelijkt met die uit andere sporten, dan zie je een enorm verschil. Ik ben zelf met de VVCS betrokken geweest bij de oprichting van NL Sporter, in 2002. En EU Athletes, de Europese sporterbond, is van 2007. In die historie zit natuurlijk al een groot verschil.’

Dan een overeenkomst: sporters dromen niet van macht. Van Seggelen: ‘Zoals de tennisprofs hun eigen toernooienreeks van de ATP hebben opgezet, dat is bij voetbal nooit aan de orde geweest. En het zal er ook nooit komen. Voetbal zit anders in elkaar. De driehoek bestaat uit spelers, clubs en bond. Daar is geen speld tussen te krijgen. De bond zorgt voor de competitie. Het ligt niet in de aard van deze sport daar verandering in te brengen.’

De topsporter heeft in zijn actieve jaren nauwelijks de tijd om zich daadwerkelijk te bemoeien met zijn rechten in die wereld. Het zijn, zeker in de olympische sporten, monomane, egocentrische mensen die zich volledig richten op dat ene moment, die grote wedstrijd, die eeuwige roem kan betekenen.

Kummer, van NL Sporter: ‘Sporters zijn ontzettend gericht op dat ene ding. Hún wedstrijd. Bij het schaatsen hebben we de onderhandelingen naar het einde van het seizoen verschoven. Aan het begin van het seizoen had niemand zin ruzie te maken, ze wilden presteren. De sectie schaatsen van NL Sporter doet de onderhandelingen. ’

Rechtszaken
De positie van de sporter kan versterkt worden door rechtszaken. Kummer: ‘Sport wordt steeds meer juridisch. Zo worden de rechten van de sporter steeds duidelijker. Je moet als vakbond of individu meer rechtszaken voeren, zodat je weet wat de rechter ervan vindt en er jurisprudentie is.’

De sporter is als ster, vedette, kopman of publieksfavoriet een aparte entiteit in de sportwereld aan het worden. Rintje Ritsma veranderde met zijn status van professionele topper en de oprichting van een eigen ploeg de hele schaatswereld.

Trinko Keen, voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF, vertegenwoordigt de sporters in het bestuur van het nationaal olympisch comité. Dat is de bestuurlijke weg, waarin Keen steeds aandacht vraagt voor de positie en de rechten van de sporter.

Keen: ‘Maar de sporter die een medaille heeft gehaald op de Olympische Spelen, heeft ook zijn invloed. Die succesvolle sporter heeft een aparte dynamiek. Hij of zij kan met zijn optreden dingen naar de hand zetten. Ik moet dat in mijn verantwoordelijkheid voor de gezamenlijkheid doen.’

Ondernemer
Keen, tafeltennisprof, ziet de sporter niet direct als een werknemer die een wereld van keurige arbeidsvoorwaarden dient aan te treffen, maar eerder als ondernemer. ‘Ik heb als jonge sporter risico genomen door voor dit traject te kiezen. Je hebt je eigen BV, maar dat hoeft niet om geld te gaan. Het is je drive, je onderneemt, je bent zelf verantwoordelijk.’

Gek wordt Yves Kummer van NL Sporter van zulke vrije jongens. Individualisten laten zich niet snel verenigen en organiseren. De ergste? ‘Atleten. Die zien zichzelf als ondernemer.’

De Nederlandse topsport wordt voorgezeten door zo’n topper uit een individuele sport: de ex-zwemster Erica Terpstra. Zij is voorzitter van NOC*NSF. Keen: ‘Trinko, zegt ze dan, wat vinden jullie ervan? Er wordt naar ons geluisterd. Onze inbreng wordt volwaardig meegenomen.’

De Volkskrant tracht in drie verhalen de verdeling van de macht in Nederland Sportland te schetsen. Daarvoor werd een commissie samengesteld van acht leden: Jeu Sprengers (voorzitter KNVB), Maarten van Bottenburg (bijzonder hoogleraar sport), Margo Vliegenthart (ex-staatssecretaris van VWS), Frank van den Wall Bake (sportmarketingdeskundige), Theo Fledderus (directeur sportkoepel NOC*NSF), Kees Jansma (hoofd sport bij Sport 1, perschef Nederlands elftal), Arie van Eijden (o.a. voormalig algemeen directeur Ajax) en Richard Krajicek (directeur ABN Amro-tennistoernooi, oprichter Richard Krajicek Foundation). De sportredactie had zelf ook één stem.
De commissieleden mochten ook nieuwe mensen aan de lijst toevoegen. Ze mochten niet op zichzelf stemmen. Daar is in de telling rekening mee gehouden.

]]>

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden