nieuws ek zwemmen

Van Rouwendaal bij EK ook de snelste op 10 km open water

Tweemaal binnen ruim 24 uur heeft openwaterzwemmer Sharon van Rouwendaal al haar concurrenten over de knie gelegd. Zelfs haar strenge Franse coach moet erkennen dat zij iets bijzonders heeft gepresteerd.

Sharon van Rouwendaal. Beeld AFP

‘De dubbel’, twee races binnen ruim 24 uur, de 5 en de 10 kilometer, in het donkere water van Loch Lomond. En die dan ook winnen. Er was volgens de Franse coach Philippe Lucas maar één zwemster in Europa die dat zou kunnen: zijn Nederlandse pupil Sharon van Rouwendaal, de olympisch kampioen van Rio 2016.

De coach, een drilsergeant, kreeg gelijk. Van Rouwendaal veroverde donderdag haar tweede Europese titel op rij. Na het Europees kampioenschap op de 5 kilometer van woensdag, veroverd via een rigide tempo van kop af gedicteerd, was er donderdag de titel op de 10 kilometer. Ook gepakt door het hele veld om hun moeder te laten schreeuwen.

Waarom Van Rouwendaal dat als enige kan, twee dagen op rij zonder krimp te geven door het water raggen, is een vraag die zij snel beantwoordt. Zij kan de trainingen van Lucas aan. Elke sessie 8 kilometer, twee op een dag. En de volgende dag om 7 uur weer in het bad, voor een volgende slooptocht door het water.

Wie dat kan, die voelt geen pijn, zei de Nederlandse zwemster na haar tweede triomftocht door Schots water. Zondag gaat ze de 25 kilometer zwemmen, in koud water, zo rond de 16 graden. Ze zal dan verplicht een hinderlijk wetsuit moeten dragen die de schouders afknelt. ‘Dat volhouden is al moeilijk genoeg.’ Zij gaat het doen, om de triple te halen; een waar kunststuk in de afmattende discipline van het ‘openwater’.

Pfeiffer

Vorig jaar kampte Van Rouwendaal met de naweeën van pfeiffer. Op het hoofdnummer van de WK in Hongarije, de 10 kilometer, werd zij zestiende. Vijf dagen later greep ze al weer zilver op de 25. Ze miste snelheid, maar had nog altijd, de vermoeidheidsziekte ten spijt, voldoende ausdauer om de marathon te volbrengen.

Na die teleurstellende zomer verhuisde Lucas met zijn zwemmers van het saaie Narbonne naar het opwindende Montpellier. Van Rouwendaal mocht tot de jaarwisseling maar één keer per dag trainen. Ze mocht uitslapen. ‘Philippe wilde dat mijn lichaam rust kreeg.’ Ze ging uit in het weekeinde, dansen. Montpellier is van o-la-la, niet van vroeg naar bed. Maar in januari was de pret voorbij en werd de training weer opgeschroefd. In april was het weer ouderwets: tien sessies van acht kilometer per week.

De inhoud moest op peil worden gebracht. ‘En in wedstrijden investeerde ik in mijn sprintvermogen. Ik zwom expres niet weg in de wereldbekers, omdat ik het sprinten wilde leren. Maar als ik in de medailles wil zwemmen, dan moet ik met een groepje weg’, aldus de kampioen.

Tranen

Het was de tactiek van woensdag en donderdag. Zo hard zwemmen dat de groep voortdurend breekt. In de laatste kilometer van de 10 waren er nog twee Italiaanse zwemsters (‘die ene tikte aldoor op mijn voeten’) en teamgenoot Esmee Vermeulen die konden volgen. Die moesten ook stuk voor stuk afhaken. Vermeulen eindigde met brons en bleek een zeer gewaardeerde kamergenoot. ‘Ik heb haar de hele week opgenaaid. En ook gezegd dat ze moest opletten wat ik hier zou doen.’

Degenen die lang konden bijblijven, hadden de 5 kilometer van een dag eerder gemeden. Van Rouwendaal deed ‘de dubbel’. Haar dictaat van de koers kon dan eindelijk de waardering van coach Lucas oogsten. Hij is een man die niet snel in euforie uitbarst. Een brom geldt als compliment. Na het olympisch goud van Rio gunde hij zijn winnares bijna geen blik waardig. Ze had zijn Franse pupil Aurélie Muller, de wereldkampioen, verslagen. De Fransman had moeite zijn sympathieën te tonen.

Donderdag in een Schotse kleedkamer was dat voorbij. Van Rouwendaal, de dag tevoren nog genegeerd: ‘Dat was het mooiste moment. Ik ging hem zoenen, voor het eerst. Op de wang. Kreeg ik allemaal zoenen in de nek terug. Ik zei: deze is er dankzij jou, Philippe. Jij bent de kampioen, jij bent al vijf jaar mijn trainer. Nee, jij zwemt, zei-ie terug. Maar ik zag tranen in zijn ogen. Ik heb hem niet vaak ontroerd gezien. Hij kon geen woord meer uitbrengen. Ik ben hem maar blijven omhelzen.’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.