Analyse PSV

Van koopclub naar opleidingsclub: hoe PSV zich aanpast bij de status van het Nederlandse voetbal

Jeugdspelers worden tegenwoordig eerder klaargestoomd voor de top, zegt PSV-directeur Toon Gerbrands. ‘Jongens in Nederland moeten doorbreken als ze 17, 18 of 19 jaar zijn.’ En van die jongeren moet Nederland het ook hebben.

Mark van Bommel instrueert Steven Bergwijn. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De renovatie van het jeugdcomplex op trainingscentrum De Herdgang van PSV moet in juni zijn voltooid. Tijdens de rondleiding wijst Ernest Faber (47), terug in Eindhoven als hoofd jeugdopleiding, naar een foto van zichzelf in 1992. Op 20-jarige leeftijd maakte hij als rechtsback zijn ­debuut in de Supercup tegen Feyenoord. Nu breken jeugdspelers als Ihattaren (17), Gakpo (19) en Malen (20) eerder door. Ze geven PSV een nieuw imago.

Zo vanzelfsprekend was het niet dat ­Faber als kind van de club het eerste elftal haalde. PSV was destijds een koopclub, die uit Zuid-Amerika sterren haalde als ­Romario en Ronaldo. Was de eigen jeugd niet goed genoeg? Dan haalde de club toch een betere speler?

Faber: ‘De meeste spelers van mijn lichting hebben het betaald voetbal gehaald, maar niet bij PSV. Hoop om vanuit de jeugd meteen door te stoten naar het eerste elftal was er niet, dat kon hooguit als je eerst werd verhuurd. Dat beleid is bijgesteld, je ziet nu een andere cultuur bij PSV. Het is een proces van jaren geweest.’

De opleiding moest worden versneld, zegt algemeen directeur Toon Gerbrands (61). De piramideopbouw is volgens hem achterhaald. ‘Het geldt voor bijna alle sporten. We denken nog in een brede vijver, een middenklasse en een top. Maar het midden is verdwenen. Vanuit de brede basis loopt een dunne pijplijn ­direct naar de top, het gaat niet meer ­geleidelijk. Nu zou ­Faber als 20-jarige vermoedelijk al zijn afgevallen. Jongens in Nederland moeten doorbreken als ze 17, 18 of 19 jaar zijn.’

Extra route

Toch is de droom van elk talent tastbaar geworden. Een klein laantje op De Herdgang scheidt de jeugd van de profs. Gerbrands: ‘Ihattaren maakt nu een uitzonderlijke stap, al vervolgt hij het leerproces ook bij Jong PSV. We kennen de parameters die nodig om zijn op topniveau te presteren. We hebben voor toptalenten in feite een extra route gecreëerd, het vergt veel van de opleiding. Spelers worden eerder klaargestoomd om dat smalle paadje naar de profs te kunnen oversteken.’

PSV investeert ook om economische redenen 10 miljoen euro in een nieuw complex, de investeringen in de jeugd moeten geld opleveren. Gerbrands: ‘40, 50 procent eigen spelers in het eerste elftal is een verdienmodel. Bij mijn aantreden in 2013 moest PSV mede door de deelname aan de Champions League en diverse transfers een schuld uit het verleden van 50 miljoen euro wegwerken. Nu is het motto: minder kopen en beter verkopen.

‘Er komen al tien, elf van de 23 spelers uit de jeugd, we zijn al meer opleidingsclub dan koopclub.’

Het past bij de status van het Nederlandse voetbal, stelt Gerbrands. Tijdens de duels met Bayern München, eind 2016 in de Champions League, besefte hij opnieuw dat topclubs als Ajax en PSV met begrotingen van rond de 100 miljoen euro modale spelers zijn in Europa. ­Accepteer dat Nederland een opleidingsland is, hield Bayern-voorzitter en oud-prof Karl-Heinz Rummenigge hem voor.

‘Wij zaten nog op een begroting van 70, 80 miljoen, Bayern op ruim 700. Rummenigge vergeleek het Europese voetbal met een flatgebouw. Bayern zit op de achttiende verdieping, wij op de dertiende. En er gaat geen lift naar boven, zei Rummenigge. ‘Het lijkt dichtbij. Maar je zult moeten klimmen en als je valt is er geen vangnet.’

Lift naar de hoogste verdieping

‘Ajax en PSV kunnen maximaal de zestiende verdieping bereiken, verder leiden wij spelers op die bij Bayern of Barcelona de achttiende etage halen. Luis Suárez is het beste voorbeeld: van FC Groningen via Ajax en Liverpool naar Barcelona. Daarom komen spelers als ­Lozano en Guttiérez naar PSV. Nederland is voor hen de springplank naar de hoogste verdieping, want daar worden geen spelers meer opgeleid.’

Uiteindelijk staat en valt de doorstroming vanuit de jeugd bij de keuzes van de hoofdtrainer. Phillip Cocu gaf de eerste aanzet door Zoet, Hendrix en Locadia door te schuiven. Zijn opvolger Mark van Bommel durft ook bij tegenwind te kiezen voor de jeugd, zoals bij een 2-0-achterstand in Heerenveen.

Met hun invalbeurten prikkelen Ihattaren, Gakpo, Malen, Rigo en Sadilek hun leeftijdgenoten. Faber: ‘Die voorbeeldfunctie is goud waard. Het is van onschatbare waarde dat Van Bommel een PSV-verleden heeft. Hij versterkt de band met de jeugdopleiding. De praktijk ­levert het bewijs, de visie van de club is zichtbaar op het veld.’

PSV ondervindt nu ook de nadelen van de verjonging. De talenten krijgen te weinig speeltijd, omdat de reserves bij het eerste elftal niet altijd kunnen worden ingezet bij Jong PSV. Faber: ‘We moeten een gezonde balans vinden. Iedereen in ­Nederland is gebaat bij een optimale ontwikkeling van talenten.

‘Te veel jongens van Ajax en PSV staan nu aan de kant. Topspelers als Frenkie de Jong en Steven Bergwijn hebben de meerwaarde van de beloftenteams in de eerste divisie allang bewezen. Niet iedereen kan als Ihattaren pas bij Jong PSV spelen, nadat hij het eerste al heeft gehaald. De ‘Jong-teams’ zijn een ideaal podium.’

De jeugd van PSV bloeit op door de gemoedelijke sfeer

Wat is het geheim van de PSV-opleiding die nu zo veel talenten aflevert? ‘In de Randstad heerst een harde cultuur.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden