Van Kalken geeft judograp gouden vervolg

Een kleine man staat in de morsige toiletruimte van een Poolse sporthal. Hij kijkt in de spiegel, ziet zijn gehavende gezicht en zegt: 'Wat een grap!' Het is zondagmiddag....

Van onze verslaggever Rolf Bos

Volledig onvoorbereid vertrok Van Kalken dinsdag naar de Europese titelstrijd in Wroclaw. Een polsblessure hield de winnaar van de bronzen medaille van de recente WK wekenlang weg van de tatami. Toch waren deze EK zijn laatste kans om vormbehoud te tonen voor deelname aan de Olympische Spelen van Sydney. Een vijfde plaats zou voldoende zijn. Volgens menigeen was dat voor een ongetrainde judoka een onhaalbaar doel.

Ze kregen ongelijk. Donderdag, tijdens de eerste ronden, begon dat 'grappige' optreden van Van Kalken. Die eerste dag noodde hij tijdens de wedstrijden teamarts Theo Schers nog dikwijls op de mat om even een adempauze te kunnen nemen. Het judoën zelf was hij natuurlijk niet verleerd, maar de conditionele achterstand was groot.

Zondag, tijdens de halve finale, gebruikte Van Kalken andere trucs om lucht te krijgen. 'Als ik lag dan maakte ik mijn judoband snel even met mijn duim los, dan viel mijn jas open en moest ik die weer dicht doen. Scheelde ook al snel dertig seconden.' In die halve eindstrijd, tegen de Moldaviër Victor Bivol, kroop hij bovendien door het oog van de naald toen de scheidsrechters verzuimden een waza-ari (half punt) tegen hem te noteren.

Even later lag hij languit op zijn rug in de catacomben, terwijl arts en fysiotherapeut beide armen masseerden. 'De grap duurt voort, ik sta in de finale.' De finale zelf, tegen Jozsef Czák, duurde exact twee minuten en elf seconden. Van Kalken was geheel onverwachts Europees kampioen, de eerste Nederlander in een lichtgewicht-categorie sinds Jan Snijders in 1962.

Beduusd en verbaasd stond hij na afloop de pers te woord. 'Ik was zo ontspannen, zo relaxed. Vooraf dacht ik dat ik tien procent kans zou hebben om de laatste vijf te bereiken, nu ben ik kampioen. Wat een grap. Ik was helemaal niet gespannen. Dat gevoel moet ik zien te kopiëren, straks in Sydney.'

Vrijdag, na het behalen van de halve finale, uitte hij nog harde woorden in de richting van zijn Kenamju-ploeggenoten, die te weinig 'respect' voor hem, een 'eigenwijze' lichtgewicht, zouden tonen. Zondag was nog niet alles vergeven en vergeten, maar, 'we gaan binnenkort praten, we komen er samen wel uit'.

Mannen-bondscoach Louis Wijdenbosch keek ondertussen met tevredenheid terug op deze EK, met tweemaal goud (Van Kalken en Van der Geest) en eenmaal zilver voor Mark Huizinga (-90) voerden zijn judoka's de medaille-spiegel van dit toernooi aan.

Bij de vrouwen was de oogst magerder. Deborah Gravenstijn (-52) en de onverslijtbare Jessica Gal (-57) bleven steken op een bronzen medaille, waar ze alletwee op meer hadden gehoopt. Gal, die haar zevende Europese medaille verdiende, stuitte in de halve finale op de Française Harel. In de strijd om het brons was ze sterker dan de Duitse Kubatzki.

Gravenstijn miste op een haar na de finale, in de troostfinale versloeg ze vervolgens de Duitse Imbriani. Het was, na 1998 en 1999, de derde brons gekleurde Europese medaille voor deze goedlachse judoka, die elke keer weer extreem moet afvallen naar een lichaamsgewicht van 52 kilo.

Met langdurig hongeren weet ze dat streefgewicht steeds opnieuw te bereiken, maar na de Spelen van Sydney komt aan haar lijdensweg een einde. Omdat de sterkere Gal stopt, kan Gravenstijn 'doorgroeien' naar de categorie tot 57 kilo. 'Een zak chips of een ijsje, daar kijk ik echt naar uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden