Van het Marokkaanse elftal tot de Formule 1: de glorie van de emigrantenzonen

Succesvolle sporters die voor het geboorteland van hun vaders uitkomen

Niet alleen Marokkaans-Nederlandse voetballers komen uit voor het geboorteland van hun vader. Autocoureur Max Verstappen en veldrijder Mathieu van der Poel zijn geboren en getogen in België. Toch sporten ze voor Nederland, het geboorteland van hun vaders. Mbark Boussoufa: 'Ieder migrantenkind snapt dat.'

Sofyan Amrabat (midden) met drie spelers van Ivoorkust in gevecht om de bal tijdens het WK-kwalificatieduel Ivoorkust-Marokko. Beeld Legnan Koula / EPA

Vijf in Nederland geboren spelers kwamen voor het Marokkaanse elftal in het veld, toen dat zich zaterdagavond plaatste voor het WK door een 0-2-zege op Ivoorkust. Marokkaanse media komen superlatieven tekort voor het kwintet dat de Leeuwen van de Atlas creativiteit, body en toekomst schenkt.

Van die vijf is Mbark Boussoufa vanuit Nederlands perspectief de meest onderbelichte. Hij speelde nooit in het eerste van Ajax, Feyenoord of PSV, zoals Hakim Ziyech, Karim El Ahmadi, Nordin Amrabat en Sofyan Amrabat wel doen of deden.

Toch is alles bij Boussoufa begonnen. Door in 2006 als speler van Anderlecht resoluut voor het Marokkaans elftal te kiezen plaveide hij de weg. In die periode prefereerden de grootste talenten met Marokkaanse roots juist meestal Oranje. Ibrahim Afellay en Khalid Boulahrouz maakten zo menig eindtoernooi mee. Zelfs in Marokko was daar begrip voor. Bij de Marokkaanse bond was het een zooitje en het nationale elftal was een eilandjesrijk dat op het beslissende moment steevast faalde.

Toenmalig bondscoach Marco van Basten wilde Boussoufa wel een kans geven. Van Basten was een jeugdheld van Boussoufa, die geboren werd in Amsterdam en zijn opleiding bij Ajax genoot. Maar de technicus twijfelde niet: 'Als Van Basten belt, zal ik hem vertellen over mijn plannen voor Marokko te spelen.'

'Het was zijn eigen wens en die van zijn familie', vertelt Boussoufa's voormalige zaakwaarnemer Brian Berkleef. 'Dat telt zwaar. Bovendien had hij in Nederland eigenlijk nooit vertrouwen gevoeld. Bij Ajax belandde hij zomaar van de A1 in de A2 en toen hij later bij Chelsea op een zijspoor kwam, toonde in Nederland niemand interesse. Bij AA Gent erkenden ze zijn talent al na één training.'

Keuze 'op gevoel'

De gedrongen, vederlichte Boussoufa werd twee jaar na zijn entree bij Gent, in 2004, getransfereerd naar Anderlecht en ging met tal van individuele prijzen in de koffer door naar de Russische competitie. Sinds 2016 speelt de 33-jarige spelverdeler bij Al-Jazira uit Abu Dhabi.

Boussoufa noemde in interviews Ajax een 'kille club', maar als het over zijn keuze voor Marokko ging, zei hij dat hij die puur had gemaakt 'op gevoel'. Berkleef: 'Ik snap niet dat daar in Nederland zo raar naar gekeken wordt. Toen Jordi Cruijff voor Oranje koos, vond men dat in Nederland heel normaal, terwijl die vooral in Spanje was opgegroeid. Ook dat was puur op gevoel. Ieder migrantenkind snapt dat.'

In tranen was Boussoufa na zijn eerste doelpunt voor Marokko in een kwalificatieduel voor de Africa Cup in 2006. Tegenstander was het nietige Malawi. Niemand in Marokko deed badinerend over die tranen, integendeel: menig Marokkaan huilde hartstochtelijk mee.

In Boussoufa's kielzog volgden onder anderen Karim El Ahmadi (Feyenoord), Nordin Amrabat (ex-PSV), Mounir El Hamdaoui (ex-AZ) en recentelijk Mimoun Mahi (FC Groningen, bankzitter tegen Ivoorkust), Hakim Ziyech (Ajax) en Sofyan Amrabat (Feyenoord). Dat is niet zo vreemd. Nederlands-Marokkaanse voetballers hebben veel contact met elkaar en dat speciale gevoel van spelen voor Marokko begon via Boussoufa rond te zingen.

El Ahmadi daarover kort na zijn debuut in 2008: 'Er is meteen warmte en respect van alle kanten en dat mis je nog wel eens in Nederland. Als ik toch zie hoe er in Nederland wordt omgesprongen met een speler als Clarence Seedorf... Hij zou in Marokko een god zijn.'

Boussoufa nadert die status, nu hij na elf jaar eindelijk alsnog naar het WK gaat. Bondscoach Renard kan over veel goede middenvelders beschikken, maar Boussoufa is naast El Ahmadi onomstreden in het hart van de ploeg.

Feyenoord-speler Karim El Ahmadi. Beeld anp

Hij is nog fit genoeg, werd ook zaterdagavond duidelijk in de benauwde Ivoriaanse hoofdstad Abidjan. Boussoufa schoffelde en prikte, aan de bal nam hij niet te veel risico, in de wetenschap dat het dramatische veld geen lange passes toestond. Uit zijn hoekschop tekende aanvoerder Medhi Benatia na een half uur de 0-2 aan, een treffer die Ivoorkust de laatste wind uit de zeilen nam.

Benatia, wiens wieg in Frankrijk staat, is die andere belangrijke ervaren schakel bij Marokko. Naar verluidt trad de licht geblesseerde centrumverdediger tegen de wil van zijn club Juventus aan. Dat tekent het commitment en de daadkracht van de ploeg.

Sleepnet

Marokko drijft op de zonen van emigranten. Van het basiselftal dat aantrad in Abidjan zijn vier spelers geboren in Nederland, vier in Frankrijk en twee in Spanje. Alleen Nabil Dirar, de maker van de 0-1, zag het levenslicht in Marokko.

Sinds 2010 haalt de Marokkaanse bond een sleepnet over Europa. Daaraan gekoppeld is een imposant lobbyapparaat, waarvan bondsvoorzitter Lekjaa de enthousiast meewerkende voorman is. Zowel spelers als familie krijgen uitnodigingen voor de intense thuisinterlands, en nadien worden in luxe hotels gouden perspectieven geschilderd. Sofyan Amrabat werd toevertrouwd dat hij samen met Ziyech het middenveldblok El Ahmadi-Boussoufa zal opvolgen.

10 spelers van het basiselftal dat aantrad in Abidjan zijn buiten Marokko geboren: vier in Nederland, vier in Frankrijk en twee in Spanje.

De jongste Amrabat viel zaterdagavond in voor Ziyech, zodat zijn keuze voor de Marokkaanse nationale ploeg onherroepelijk werd. Hij kreeg een knipoog van zijn oudere broer Nordin, die onvermoeibaar de linkerflank afgraasde. 'Schitterend om eindelijk samen te spelen', vertelden ze zondagavond door de telefoon.

Samen hielden ze drie Ivorianen van de bal af in de slotminuten in het hoekje bij de cornervlag. 'Dat voelde als vroeger op het pleintje.' Later in de nacht van zaterdag op zondag werden ze samen in Marokko onthaald door duizenden enthousiaste fans, die met hekken op afstand moesten worden gehouden.

Dat hij met zijn broer kan voetballen, speelde natuurlijk mee bij de keuze van Sofyan Amrabat. En dat voor hem het WK gloort, terwijl veel ploeggenoten bij Feyenoord al vakantie kunnen boeken, evenzeer. Maar ook bij hem, vertelde hij, was het 'vooral een keuze op gevoel' geweest.

Bart Vlietstra


Nog geen seconde in Nederland gewoond, maar als vanzelfsprekend sporten voor het vaderland

Max Verstappen: 'Trots op zijn Nederlanderschap'

Formule1-coureur Max Verstappen (20) werd geboren in een ziekenhuis in het Belgische Hasselt. Hij ging naar school in België. Zijn eerste meters in een kart maakte hij op de kartbaan in Genk. Tot zijn 18de reisde hij met een Belgisch paspoort de wereld over. Eind 2015 verhuisde hij van het Vlaamse Maaseik naar Monaco; hij woonde dus nog geen seconde van zijn leven in Nederland.

Toch vind niemand in Nederland het vreemd dat Verstappen zoon van de Belgische Sophie Kumpen en de Nederlandse voormalig F1-coureur Jos Verstappen als Nederlander de afgelopen jaren de Formule 1 veroverde.

Verstappen zelf ook niet. Hij voelt zich 'gewoon Nederlander', zei hij in augustus bij de GP van België, waar tienduizenden in het oranje gehulde Nederlanders voor hem op de tribunes zaten.

Tekst gaat verder onder de foto.

Max Verstappen na de winst van de Grand Prix van Mexico. Beeld ap

Of hij dat Nederlandse gevoel iets exacter kon omschrijven? 'Nou ja, ik voel me geen Chinees of zo', zei hij droogjes.

Een beter antwoord kon hij eigenlijk ook niet geven. Dat hij voor Nederland rijdt, is voor Verstappen niet meer dan logisch. Net zo logisch eigenlijk als het besluit van in Nederland geboren voetballers met Marokkaanse wortels om voor de nationale ploeg van Marokko uit te komen.

Een nationaliteit verkiezen is meer dan een simpele optelsom van feiten. Anders was het een stuk logischer geweest als na Verstappens F1-overwinningen de Brabançonne had geklonken in plaats van het Wilhelmus.

Verstappen groeide op in het tegen de Nederlandse grens aangeplakte Maaseik. Een plaats waar volgens het CBS 5 tot 10procent van de inwoners de Nederlandse nationaliteit heeft, met name vanwege de fiscale en dus financiële voordelen die België biedt ten opzichte van Nederland. Neemt niet weg dat Verstappen in de Belgische samenleving opgroeide, er scholing kreeg en dat de helft van zijn familie Belgisch is.

'Jos (geboren in Montfort, op 10kilometer van de Belgische grens, red.) werd bij ons al als halve Belg beschouwd. En Max is nog veel meer Belg dan Jos', zegt sportjournalist Marc Cornelissen, die voor de Vlaamse krant Het Belang van Limburg sinds de jaren negentig de Formule 1 verslaat. Sindsdien volgt hij ook de Verstappens, omdat die in Belgisch-Limburg worden gezien als mede-Limburgers.

Cornelissen: 'Vroeger had Max ook veel meer een Belgisch accent. Hij zei toen altijd Mònàco in plaats van het Nederlandsere Mónáco. Dat accent verdween na de scheiding van Max' ouders in 2008. Max trok daarna wat meer naar de Nederlandse kant van zijn vader.'

Verstappen was geregeld te vinden in de loods van een dakbedekkingsbedrijf in het Nederlandse Maasbracht, waar de kartende broers Jorrit en Stan Pex onophoudelijk sleutelden aan hun karts. Hij was vaak in Nederland en bouwde er zijn sociale leven op. De broers Pex zijn nog steeds goede vrienden van Verstappen.

Cornelissen: 'Daarnaast zitten in de Formule 1 Nederlandse multinationals als Shell, Heineken en Randstad en Max heeft altijd Nederlandse sponsoren gehad. Ook op dat vlak was er geen reden om voor België te kiezen.'

Verstappens manager Raymond Vermeulen laat weten dat nooit overwogen is Verstappen als Belg de autosport in te sturen. Dankzij zijn dubbele nationaliteit kon hij aanspraak doen op racelicenties in beide landen. 'Vanaf zijn eerste meters in een kart reed hij met een Nederlandse licentie. Max is trots op zijn Nederlanderschap', zegt Vermeulen.

Toen Verstappen 18 jaar werd en dus meerderjarig, wisselde hij meteen zijn Belgische paspoort in voor een Nederlands, aldus Vermeulen. Wel was Verstappen volgens sportjournalist Marc Cornelissen eens door zijn oudoom Paul Kumpen, familie van moeder Sophie en bestuurslid bij de Belgische autosportbond KACB, gepolst om voor België te rijden.

Maar Kumpen werd teruggefloten door medebestuursleden, zegt Cornelissen. Dat had te maken met de Belgische coureur Stoffel Vandoorne, sinds dit jaar F1-coureur bij McLaren en in de klassen onder de Formule 1 beschouwd als kroonprins van de Belgische autosport.

Verstappens besluit in de Formule 1 uit te komen voor Nederland zorgde daarom niet voor veel beroering in België. Cornelissen: 'Alle hoop was daar gevestigd op Stoffel. Toen Max debuteerde, was er hoogstens de ergernis dat Verstappen eerder de Formule1 had gehaald dan Stoffel Vandoorne.'

Lennart Bloemhof


Mathie van der Poel: 'Een halve Belg'

Mathieu van der Poel heeft het altijd over 'de cross' in plaats van over veldrijden, en soms over een 'toerke' in plaats van een rondje. Hij zei zondag 'amai' als reactie op de veronderstelling dat het vast een zware slotfase was geweest in de wedstrijd om de Superprestige in Gavere, waarin hij een zekere zege kwijtspeelde door lekke banden, een val en materiaalpech. Niet zo verwonderlijk: Van der Poel (22), sinds vorige week zondag regerend Europees kampioen, is geboren en getogen in Kapellen, ruim 10 kilometer ten noorden van Antwerpen.

Mathieu is een halve Belg, zegt de Vlaming dan ook. Maar niemand onder Wuustwezel die hem er ooit aan heeft herinnerd dat zo'n verleden ook verplichtingen schept. Pogingen hem ertoe te bewegen voor de Belgische nationale ploeg uit te komen zijn achterwege gebleven, al zouden kampioenschappen in de sport die de Belgen en zeker de Vlamingen zo in de genen zit, daardoor nog meer zwart, geel en rood kunnen kleuren dan nu al het geval is.

Enige analogie met het moreel appel op de in Nederland opgegroeide Marokkaanse voetballers om te kiezen voor Oranje ontbreekt dan ook. Mogelijk speelt een rol dat de Belgen zelf al genoeg winnaars in huis hebben, al wordt zo'n veronderstelling al snel gepareerd met de vaststelling dat niemand uit die gelederen op dit moment kan tippen aan de prestaties van Van der Poel.

Nee, zegt zijn Nederlandse vader Adrie, voormalig wereldkampioen veldrijden, de Belgische nationaliteit is nooit overwogen. Waarom zouden ze? Toen hij zijn zoons Mathieu en diens oudere broer David ging aangeven bij de burgerlijke stand, kon hij kiezen. Het werd zowel Nederlands als Frans; moeder Corinne is de dochter van oud-renner Raymond Poulidor. En hoewel ze twee nationaliteiten hebben, beschikken Mathieu en David alleen over een Nederlands paspoort.

Nee, zegt ook commercieel directeur Philip Roodhooft van Van der Poels ploeg Beobank-Corendon, het is in het team nooit een item geweest. Mathieus sportieve aspiraties vielen altijd onder Nederlandse vlag ook al omdat vanuit Kapellen de grens niet ver weg is. Als kind crosste hij in een competitie in West-Brabant.

Mathieu Van Der Poel bij het 'Gala van de Flandrien 2017', de prijsuitreiking voor de beste Belgische wielrenner. Beeld belga

Voordat hij serieus werk ging maken van het fietsen in de drab, heeft hij nog even gedacht aan een carrière als voetballer. Hij liep stage, niet bij een Belgische club, maar bij Willem II in Tilburg. Sinds hij als 16-jarige deelnam aan wedstrijden bij de junioren, rijdt hij op licentie van de KNWU, de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie. Roodhooft: 'Mathieu heeft altijd in de selecties gezeten, in vrijwel alle categorieën. Op die manier heb je natuurlijk al veel langer een band met je land.'

Zou het voor zijn ploeg toch niet aantrekkelijk zijn Van der Poel als Belg te kunnen afficheren? De markt voor het veldrijden is er toch veel groter?

'Wel integendeel', reageert Roodhooft. In België valt volgens hem niet zoveel meer te winnen. Van der Poel evenaart er in populariteit zelfs zijn grote rivaal Wout van Aert, toch al tweevoudig wereldkampioen. Zijn rijstijl vol bravoure verovert iedere liefhebber, ongeacht de afkomst. In zijn publieke optredens gedraagt hij zich niet als de lawaaiige en arrogante Nederlander, het cliché waar andere Nederlandse veldrijders die vroeger succes boekten maar niet vanaf kwamen.

Vraag het Lars Boom of Richard Groenendaal. Dat twee jaar geleden tijdens het WK in Heusden-Zolder toch met bier en urine naar hem werd gesmeten, staat te boek als wangedrag van een handjevol toeschouwers dat bij andere wedstrijden nooit komt opdagen.

Als Nederlander kan Mathieu van der Poel juist in eigen land veel meer betekenen, meent Roodhooft. De verovering van het terrein is al begonnen, stelt hij tevreden vast. 'Veldritten komen live op de televisie. Kranten besteden dubbele pagina's aan hem. De NOS stuurde vorige maand een eigen cameraploeg naar de cross op de Koppenberg. Hij wordt uitgenodigd in talkshows. Dat zegt toch wel iets.'

Hoe kijkt Van der Poel er zelf tegenaan? Hij voelt zich vooral Nederlander, zei hij begin dit jaar in de Volkskrant. 'We rijden voor een Nederlandse selectie, onze familie waar we het meest contact mee hebben is Nederlands.'

Maar heel diep zit het niet. 'Het houdt ons niet zo bezig.' Radioprogramma Bureau Sport poogde hem onlangs in een uitzending het Wilhelmus te laten zingen. De eerste regel bleek voor Van der Poel al te hoog gegrepen. Maar het evenwicht bleef bewaard: het Belgisch volkslied kende hij evenmin.

Rob Gollin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.