WedstrijdverslagEK Wielrennen

Van der Poel succesvol onschadelijk gemaakt op EK, Italiaan Nizzolo kampioen

Mathieu van de Poel was favoriet tijdens de EK, andere landen stemden hun tacktiek af op hem. Hij eindigde mede daardoor als vierde, de titel ging naar de Italiaan Nizzolo.

Mathieu van der Poel in actie tijdens het Europees Kampioenschap in Plouay, Frankrijk, 26 augustus 2020. Beeld BELGA

Toen het aanvaller Mathieu van der Poel ondanks talloze pogingen niet was gelukt om weg te komen op het glooiende EK-parcours, schakelde de Nederlandse ploeg in de laatste kilometers over naar plan-B: inzet op een massasprint. Pieter Weening, Nick van der Lijke en Sebastian Langeveld nestelden zich op kop van het peloton. Het was voorbereidend werk voor de sprinter van de Nederlandse ploeg: Mathieu van der Poel.

Geen van de andere deelnemende landen had het overwogen om voor de aanval en de massasprint één en dezelfde man aan te wijzen. Zij hadden een keuze gemaakt voor het een of het ander. Dat gold voor Frankrijk, die topsprinter Arnaud Démare naar het goud wilden piloteren, en ook voor de Italianen. En er waren ploegen, zoals België, die probeerden die sprint te ontlopen door de koers hard te maken en de sprinters overboord te wippen.

Eensgezind waren de landen in één aspect van hun tactiek: Van der Poel in de gaten houden. Sterker nog, meer dan op een open koers werd het EK een soort een spoedcursus ‘Van der Poel onschadelijk maken’.

Die cursus werd uiteindelijk door de sprintende deelnemers met goed gevolg afgesloten, zij het met de hakken over de sloot. Van der Poel won niet, maar het had niet veel gescheeld. Als Giacomo Nizzolo, de Italiaanse winnaar, en Démare in de laatste meters niet naar elkaar waren toegetrokken, dan had hij nog een gooi kunnen doen naar de kampioenstrui.

Gesandwicht

Nu werd Van der Poel gesandwicht tussen beide sprintbommen, die naar elkaar toe trokken en moest hij inhouden. Vier pedaalslagen miste hij en rolde zodoende als vierde over de finish, net achter de Duitser Pascal Ackermann. ‘Het gat waar ik tussen had gekund ging dicht’, zei hij.

Het tekent zijn uitzonderlijke talent, dat hij in één wedstrijd zowel aanvaller als spurter kan zijn. Démare en Nizzolo hadden zich met het oog op de eindsprint de hele koers gespaard en wisten zich voortdurend omringd door helpers die hen uit de wind hielden. Van der Poel had vrolijk met zijn krachten gesmeten.

Een uur of wat voor de koers zou beginnen, was hij even de teambus uitgekomen voor een kort interview. Hij was keurig uitgedost in het nationale tenue en had een bijpassend oranje mondkapje om. Op zijn hoofd droeg hij een pet met een plaatje van een geit. ‘G.O.A.T.’, stond eronder geschreven. Een gebbetje. Behalve geit betekent het greatest of all time, een acroniem dat gemunt werd door bokser Muhammad Ali. 

De 25-jarige Van der Poel had de pet niet gedragen om zichzelf als grootste aller tijden te afficheren. ‘Die pet wil niks zeggen. Ik heb meer petjes van dat merk, allemaal met dieren. Dat zal ik mezelf nooit toekennen, die naam.’

Toch leek het erop dat zijn tegenstanders hem tenminste als grootste van die dag beschouwden. Niemand werd zo nauwlettend in de gaten gehouden als hij. Elke keer als hij een serieuze aanval plaatste - vijf keer in totaal - en dan na een minuut of wat omkeek om de schade te monsteren, zat er iemand in zijn wiel. Zelden nam diegene dan de kop van hem over en het peloton, met steevast een rijtje Fransen aan het roer, was nooit ver weg.

Bretonse klimmetjes

Van tevoren had het parcours in Plouay perfect op Van der Poel toegesneden geleken. Het was een omloop van 13 kilometer met drie felle, typisch Bretonse, klimmetjes. En dat dan 13 keer. De eerste beklimming in de ronde had volgens het hoogteprofiel een maximaal stijgingspercentage van maar liefst 19 procent. De andere twee piekten op 9 procent. Dat zijn cijfers waar sprinters ’s nachts van wakker schrikken en Van der Poel van droomt.

Maar dat was op papier en meer hadden de Nederlanders er niet van gezien. Het EK zou aanvankelijk in het Italiaanse Trentino worden verreden, maar werd vanwege corona uitgesteld. Daar had bondscoach Koos Moerenhout het parcours verkend, maar er was in de krappe wielerkalender geen tijd meer geweest om dat ook in Bretagne te doen. Volgens Van der Poel, die afgelopen zondag nationaal kampioen werd, was dat ook niet nodig. Met dertien rondjes had hij tijd genoeg om te bekijken hoe het in elkaar zat.

Zo ervoer hij dat de omloop inderdaad zwaar was, maar alleen voor diegene die het waagde om het peloton te verlaten. In de buik van de groep was het juist vrij goed te doen. Een ontsnapping forceren was er daarom niet bij. ‘Het rondje was wat makkelijker dan we gehoopt hadden.’

Het enige punt in de ronde waar iemand alleen iets tegen de meute kon beginnen was op het steilste van de drie klimmen. Niet voor niets probeerde Van der Poel het daar meermaals. ’Als we er daar nog een van hadden gehad, was er wel een afscheiding gekomen.’

Teleurgesteld over het koersverloop was hij niet en over zijn vierde plaats evenmin. ‘Er had misschien wat meer in gezeten’, zei hij monter. ‘Maar de benen waren weer heel goed.’ Alsof dat nog niet duidelijk was geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden