ColumnWillem Vissers

Van der Poel is verslaafd aan de weldaad van de pijn

null Beeld
Willem Vissers

Elke poging tot beschrijving van de intense schoonheid van de zege van Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen schiet tekort. De koers van 277 kilometer is een boek waard, culminerend in een klassieke sprint in Oudenaarde, een schitterend, overweldigend hoogtepunt in de toch al zo rijke sportgeschiedenis van Nederland.

Alleen al dat potje pokeren van Van der Poel, voor en tijdens de sprint. Hoe ze terugkomen, de nummers drie en vier in de koers, Madouas en Van Baarle, omdat hij en Pogacar vooral naar elkaar kijken. Hoe de voor twee mannen bedoelde sprint opeens een kwestie van kwartetten is. De twee van achterop lijken sneller. Ach, hoeveel adviezen de tv-commentatoren in hun enthousiasme hebben gegeven aan Van der Poel; minder op kop rijden vooral. Maar Van der Poel is Van der Poel. Gelukkig maar. Zo zie je ze bijna nooit, sportmensen, met deze weldadige vorm van eigenwijsheid.

Madouas komt intussen naast Van der Poel te fietsen, die dan de van spanning trillende epiloog van zijn boek schrijft, door van kop af weer aan zijn stuur te trekken en alle kracht uit die indrukwekkende dijen naar de trappers te transporteren. Hij weigert te verliezen. Wie weet, is hij zelfs sterker dan voor zijn rugblessure.

Zijn verhouding met pijn is een verslavende liefde. Op de laatste beklimming van de Paterberg, als Pogacar opnieuw aanzet omdat hij niet met Van der Poel wil aankomen, zwalkt hij naar rechts, waar hij even in het gootje langs de kasseien verzeild raakt. Hij breekt, denken de commentatoren. Niet dus. Schokschouderend rijdt hij het gaatje dicht.

Het is talent, vermengd met wilskracht, het vermogen om dwars door de pijn heen te rammen. Zijn taal, later, is cryptisch, als zijn jongensgezicht de zege evalueert: ‘Ik denk niet dat ik ooit zo verzuurd bovenop de Pater ben gekomen.’

Het zijn welbestede uren, de halve dag voor je tv hangen. Eerst is er nog aandacht voor het rustgevende landschap, de elektriciteitskabels boven de wegen, de onverstoorbaar grazende koeien, de rijen publiek met slechts hier en daar een meerennende halve zool, de ballonnen voor de zieke Lara, het bedaarde protest van de boeren, de vroege kopgroep, de stoïcijnse wijze waarop Dylan van Baarle op zijn fiets zit en het voorspel op de finale die elke verwachting overtreft. Dat je op het puntje van je stoel denkt dat het alsnog verkeerd afloopt met Van der Poel, totdat hij in zijn derde sprint om de zege in Vlaanderen voor de tweede keer wint.

Het aantal onvergetelijke momenten is nauwelijks te tellen. Hoe Pogacar op de voorlaatste beklimming van de Oude Kwaremont iedereen inhaalt, een voor een, alsof hij bergaf rijdt en de rest bergop. Hoe Van der Poel de zege analyseert, kort na de wedstrijd, talig en ook sportief. Of het niet sneu is dat Pogacar zelfs het podium mist, willen ze weten. Jazeker. Van der Poel had hem zelfs de zege gegund, want de Sloveen was eigenlijk de sterkste in de koers. Maar ja, de wilskracht van Van der Poel overtrof de gunfactor.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden