Van der Mark leert zoon de kneepjes van het vak

Henk van der Mark won ooit de 24 Uren van Le Mans en begeleidt zijn zoon Michael die dit weekeinde de TT rijdt....

Vorig jaar juni werd oud-coureur Henk van der Mark gebeld door de motorsportbond KNMV. Het betrof een verheugende mededeling. ‘We hebben een wildcard voor je zoon’, zei de functionaris aan de telefoon. Henks racende zoon, Michael, kreeg een uitnodiging om de TT van Assen te komen rijden.

‘Maar zijn jullie niet iets vergeten?’, sprak Van der Mark senior tot de bond die hij als trainer wegrace tien jaar diende. Of ze wel naar Michaels leeftijd hadden gekeken? Verrek, daar zeg je wat, was de reactie vanuit het KNMV-kantoor in Arnhem.

Michael van der Mark was op dat moment 14 jaar, een jaar te jong om in de grote motorencompetitie van start te gaan. De vereiste minimumleeftijd is 15 jaar. Dat is een ander leeftijdsreglement dan Van der Mark senior zelf meemaakte. ‘Ik moest eerst mijn motorrijbewijs halen. Het was het eerste dat ik deed toen ik 18 werd. Eerder mocht je niet racen.’

In navolging van de mediterrane landen is Nederland overstag gegaan in het leeftijdsbeleid. Michael: ‘In 2005 reed ik als 12-jarige al in de Junior Cup. Een grote wielencompetitie.’ Henk: ‘Michael heeft niet op van die mini bikes gereden. Meteen op een ding met grote wielen.’

De jonge Van der Mark, vorig jaar Rookie of the Year in Nederland, leerde het vak van zijn vader. Die was ooit een talentvol coureur die de Honda driecilinder van de verongelukte Jack Middelburg toegewezen kreeg. Van der Mark won ook de 24 Uren van Le Mans.

Maar hij stopte in ’88 toen hij een slechte Yamaha reed en genoeg had van zijn gemankeerde fysieke toestand. ‘Ik heb alles gebroken wat maar kan’, zegt hij in de truck die dienst doet als mobilhome.

In 1998 keerde de Rotterdammer, eigenaar van een transportbedrijf, terug in de racerij. Hij ging les geven op Assen maar ook in Spanje, bij de raceschool van wereldtopper Wilco Zeelenberg. Voorop rijden, bij een bocht het remmoment in kaart brengen en helpen bij de afstelling van de vering. Henk: ‘Dat doe ik voor de 125cc-machine van Michael ook nog steeds.’

Michael van der Mark, overduidelijk de oogappel van zijn vader, is achttien weekeinden plus één TT-week professioneel motorcoureur. Hij zit in de derde klas van het vmbo, scheepvaart en transport. ‘Maar als ik het juiste briefje invul, dan kan ik rustig vrij nemen.’ Hij straalt in alles uit dat hij het zadel interessanter vindt dan de schoolbank.

Coureur zijn in Nederland is vooral geduld betrachten. Henk: ‘In de eerste twee jaar reed Michael zeven races per seizoen. Zo’n race bestaat uit twee keer een kwartiertje trainen plus een keer een kwartiertje wedstrijd.’

In die fase neemt het Spaanse of Italiaanse talent, dominant in de WK 125cc, een enorme voorsprong in race-ervaring. Henk: ‘In die landen gaan de jonge rijders met pa en moe naar het circuit en dan kunnen ze het hele weekeinde gas geven. Hier heb je gedoe over geluid. En mag er maar beperkt gereden worden.’

Michael: ‘De laatste drie jaar ben ik steeds in november in Spanje geweest. Dan rijd ik een hele week, ik sla geen sessie over. Vijf sessies per dag, vijf racedagen op rij.’ Henk: ‘Dan is het bij hem van: gáán.’

Zijn vader is zijn begeleider in het Dutch Racing Team, een renstal met een budget van 80 duizend euro. Jarno van Geffen, een ex-coureur, is de chef monteur. De hoofdkleur van DRT is oranje. Van Honda hebben ze een ‘A-kit’, een speciaal raceblok van de fabriek, ‘mogen leasen’.

Michael van der Mark rijdt het Open Nederlands kampioenschap, ONK, plus de IDM, de Duitse titelstrijd. Henk: ‘Ik vind dat Michael geen stappen moet overslaan. Hij hoort nu bij de beste vijf van de IDM. Nu wordt het tijd voor het Spaanse kampioenschap.’

In die Spaanse titelstrijd werd de Brit Scott Redding, de sensatie van de voorbije Britse GP op Donington Park, onlangs vierde, achter de winnende Nederlander Joey Litjens. Michael: ‘Dat was in de regen. Scott ging daarheen om te trainen. En Joey is een regenrijder, net als ik.’

De stijl van Michael is soepel. Henk: ‘Je ziet niet dat hij hard gaat. Hij rijdt een mooie, vloeiende lijn.’ Hard, wat is hard? Henk: ‘Ik reed met mijn 500cc Honda 279 kilometer per uur.’ Michael: ‘De top van deze 125cc is 221.’

De jonge coureur, 1.74 meter lang, is een lichtgewicht, 52 kilo. Michael: ‘Vorig jaar reed ik nog met acht kilo ijzer rond. Want het gewicht van coureur plus machine mag niet minder dan 136 kilo zijn. En je wordt altijd onverwacht gewogen.’

Henk: ‘Nu tankt hij drie, vier liter extra benzine. Is de zaak ook op gewicht.’ Michael: ‘Laatst bij een race in Duitsland: 136,7. Net genoeg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden