Van Beek bevestigt comeback met Europese titel op 1.500 meter, 'een goed moment om terug te komen'
© AFP

Van Beek bevestigt comeback met Europese titel op 1.500 meter, 'een goed moment om terug te komen'

Breed lachend stond Lotte van Beek vrijdag op het podium bij de EK Afstanden. De 26-jarige Zwolse had zojuist even verrassend als overtuigend de 1.500 meter op haar naam geschreven. 'Dit is een goed moment om terug te komen.'

Van Beek moest relatief vroeg starten. Ze was de eerste van de favorieten. Alle andere 1.500-meterspecialisten na haar beten zich stuk op haar tijd van 1.55,52.

Het venijn zat in de staart van haar rit. Van Beek legde de voorlaatste ronde af in 30,0 seconden en de slotronde in 30,4. Een verval van slechts 0,4 seconden, terwijl de rondetijden van haar tegenstanders anderhalve seconde of meer opliepen aan het eind. 'Ik kon zo goed door blijven gaan. Ik had het gevoel dat ik niet moe werd.'

Moe was Marrit Leenstra wel. Zij bleef steken op de derde plaats, een honderdste van een seconde achter de Russin Jekaterina Sjikova (1.56,57). De 28-jarige Friezin was, zeker na de afmeldingen van Ireen Wüst en Jorien ter Mors, de favoriet voor de titel. Bij de laatste twee wereldbekerwedstrijden in Calgary en Salt Lake City werd ze tweemaal tweede achter de ongenaakbare Japanse Miho Takagi. Ze kon haar status in Kolomna echter niet waarmaken. Verkouden, hoofdpijn, niet fit.

De overwinning van Van Beek is het voorlopige hoogtepunt in een comeback die tijdens de komende Winterspelen in Pyeongchang een daverend slotakkoord moet krijgen. Een goedmakertje na vier jaar van pech en tegenslag.

Tot de vorige Spelen gold ze als een zondagskind. Van Beek, wereldkampioene bij de junioren in 2010, maakte vrij gemakkelijk de overstap naar het echte werk. In 2013, toen ze nog maar 21 was, won ze zilver op de 1.500 meter bij de WK Afstanden in Sotsji. Ze vierde het door met schaatspak en al de Zwarte Zee in te gaan. Een jaar later pakte ze olympisch brons op dezelfde afstand en dezelfde baan in Rusland. Ook maakte ze deel uit van de gouden achtervolgingsploeg.

Ze putte haar lichaam uit terwijl ze het rust had moeten gunnen

Van Beek keek vol vertrouwen de toekomst in het gezicht, maar al gauw ging het mis. Na de Spelen ging ze op skivakantie, stoom afblazen na het drukke olympische seizoen. Op de piste verdraaide ze haar knie en scheurde ze haar kruisband. In plaats van trainen moest ze revalideren. Dat ging trager dan ze hoopte en het seizoen gleed voorbij. Ze reed in de achterhoede tijdens de NK Sprint. Het werd er daarna niet beter op. Het rommelde in haar ploeg en haar lichaam haperde. 'Astma, blessures en ziek', vatte ze eerder dit seizoen haar medisch dossier samen.

Vorig jaar leken haar kansen te keren. Ze kreeg onderdak bij de ploeg van Jac Orie, maar het noodlot sloeg opnieuw toe. Ze kreeg de ziekte van Pfeiffer. In eerste instantie werd dat niet opgemerkt. Ze putte haar lichaam uit terwijl ze het rust had moeten gunnen. Elf maanden geleden was haar lijf compleet leeg. Op. 'Ik kon nauwelijks meer de trap op komen.' Haar contract werd niet verlengd en zo stond Van Beek er met het olympisch seizoen in aantocht ineens helemaal alleen voor.

Ze vertrok naar Lapland om haar gedachten te verzetten. Tien dagen trok ze op langlaufski's van hut naar hut met een groep mensen die haar niet kenden. Het werd een ingrijpende reis. 'Een doorbraakmoment', noemde ze het in november, toen ze derde was geworden bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen. Onder het noorderlicht had ze zichzelf en de drang om te schaatsen hervonden.

Een profcontract zat er niet meer in. Ze sloot zich aan bij Gewest Friesland. Ze kreeg geen salaris meer en moest zelf financieel bijdragen aan trainingskampen, maar de sfeer en het enthousiasme van haar ploeggenote vergoedden veel. Ze wilde nog één seizoen alles op alles zetten om haar plekje in de nationale schaatstop te heroveren. Ze kreeg er enthousiasme en een goede sfeer voor terug. 'Ik had het gevoel: ik ga één seizoen nog alles op alles zetten.'

Sindsdien heeft Van Beek de wind weer in de rug. Ze plaatste zich vorige week voor de 1.500 meter in Pyeongchang en hoorde vrijdag voor het eerst in haar seniorentijd het Wilhelmus voor haar alleen klinken. Het was een bevrijdend gevoel. 'Yes! Het balletje rolt mijn kant weer op. Mijn lichaam werkt weer mee. Ik heb veel pech gehad en meegemaakt. Het is een puzzel waarin geluk een grote factor is en het is mooi dat het op dit moment, na vier jaar, weer klopt.'

Al aan het begin van het schaatsseizoen was Van Beek niet bang om ambitieus te zijn. 'Net als vier jaar geleden zeg ik weer: ik ga goud halen', zei ze in november. Die overtuiging zal na haar Europese titel alleen maar toegenomen zijn. Al weet ze dat ze in Zuid-Korea dan wel moet afrekenen met Takagi en de Amerikaanse Heather Bergsma. 'Ik weet dat het harder en beter moet met het oog op de Spelen.'