Van apex tot DRS: het grote Formule 1-woordenboek

De Formule 1 is te ingewikkeld. Het kritiekpunt achtervolgt de autosportklasse steeds hardnekkiger. Fans haken af, critici roeren zich. Tijdens races gaat het over DRS, ERS of compounds. Daarom een Formule 1-woordenboek om de argeloze sportkijker die de wondere wereld van Max Verstappen wil begrijpen op weg te helpen en de ervaren F1-kijker te verlichten.

Vonken schieten weg onder de auto van Max Verstappen tijdens de Grote Prijs van Singapore in 2017.Beeld afp

107 procent-regel

De grote vrees voor de mindere teams. Als een coureur in het eerste gedeelte van de kwalificatie zo langzaam is dat hij meer dan 107 procent trager is dan de tijd van de snelste auto, mag hij officieel niet starten aan de race. In de praktijk strijkt de wedstrijdleiding vaak over het hart bij de 107 procent-regel, omdat bijvoorbeeld een plotse regenbui de tijdverschillen extreem groot maakt. In 2012 werd voor het laatst een auto uitgesloten wegens de 107 procent-regel.

Aandrijving

Datgene wat de Formule 1-auto's voortstuwt. Sinds 2014 worden de auto's aangedreven door een hybride V6-turbomotor. Centraal in de aandrijving staat nog steeds een traditionele verbrandingsmotor met turbo. Hierop is een energieterugwinningssyteem aangesloten. De motoren zijn begrensd op 15 duizend toeren. De topteams weten zo'n 1000 pk uit hun motoren te persen. De motor is met afstand het duurste gedeelte van een F1-auto, maar bijvoorbeeld de voorvleugel - waarin honderden uren aan ontwerptijd zit en gemaakt van de sterkste koolstofvezels - kost ook al snel een ton. Lees hier over waarom Formule 1-auto's zo prijzig zijn.

Apex

Wil iedere coureur 'raken'. Is namelijk het punt waar de ideale lijn de binnenkant van de bocht raakt. Om zo snel mogelijk door een bocht te gaan en vervolgens weer zoveel mogelijk snelheid mee te nemen naar het rechte stuk is het essentieel voor de coureur de apex te 'raken'. Wie de apex 'mist', verliest kostbare tijd. De ene coureur is er beter in dan de ander.

Blokkeren

De bekendste slowmotion in de Formule 1. Coureurs moeten het doen zonder ABS. Dus als een band weinig grip heeft of als de coureur te hard remt, kan de remkracht de wrijvingskracht tussen band en asfalt overtreffen. De band stopt dan met omwentelen, waardoor hij al rokend over het asfalt schuurt. De coureur is even de controle kwijt en de band slijt extra snel, omdat het rubber op een plek over het asfalt glijdt. Het ziet er wel spectaculair uit

Brandstof

Een van de weinige zaken in een Formule 1-auto die vergelijkbaar is met een straatauto. De brandstof is voor 99 procent hetzelfde als de loodvrije benzine die bij zo ongeveer ieder tankstation verkrijgbaar is. Tijdens een race mag een auto maximaal 105 kilo aan brandstof meenemen.

Chicane

Een kunstmatige bocht op het circuit, bedoeld om de auto's af te remmen. Meestal heeft een chicane een S-vorm. Ze zijn vaak aangelegd op plaatsen die in het verleden als te gevaarlijk of te snel zijn aangemerkt. Omdat chicanes vaak volgen op een snel recht stuk, zijn het in de Formule 1 perfect plaatsen om in te halen.

Circuit

Baan waar de Formule 1-race verreden wordt. Er zijn verschillende soorten circuits. Korte stratencircuits zoals Monaco bieden nauwelijks inhaalmogelijkheden, waardoor de kwalificatie er belangrijker is dan op een snel, lang circuit als Spa-Francorchamps. De beste coureurs kunnen op alle typen circuits uit de voeten. Elk circuit is opgedeeld in drie tijdsectoren. Dit seizoen doet de Formule 1 twintig circuits aan in onder meer Europa, Zuid-Amerika, Noord-Amerika, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en zelfs Australië. Lees hier over de logistieke wereldtournee van de raceklasse en kom hier te weten wat coureurs doen om hun jetlags te bestrijden.

Compound

Term voor het type band waar een coureur uit kan kiezen. Pirreli biedt vijf typen droogweerbanden aan en twee soorten regenbanden. Elke 'compound' heeft zijn eigen kleur. De zachtere banden (ultrasoft, supersoft en soft) bieden veel grip en zijn voornamelijk op korte, bochtige circuits nuttig. Ze slijten wel snel. Op de langere, snellere circuits zijn de minder slijtagegevoeligere hardere banden (medium, hard) effectief. Regenbanden zijn opgedeeld in 'intermediates' en 'wet', die 25 of 65 liter water per seconde kunnen verwerken.

Coureur

Bestuurder van de F1-auto. Elk team bezit twee coureurs en een zogeheten derde rijder, die invalt als een vaste coureur niet kan racen. Coureurs hadden volgens Britse statistiekwetenschappers de afgelopen dertig jaar gemiddeld zo'n 14 procent invloed op de prestatie. De rest komt op het conto van auto/team. Coureurs kunnen zich op korte, bochtige statencircuits of natgeregend asfalt onderscheiden. Dan spelen snelheidsverschillen tussen auto's een minder grote rol en wordt stuurmanskunst belangrijker. De hoge snelheden in met name bochten zorgen voor een druk op het lichaam van de coureur die kan oplopen tot vijf keer de zwaartekracht. Met name de nek krijgt het dan zwaar te verduren. Lees hier over het trainingsregime van Max Verstappen.

Diffuser

De aerodynamische constructie met verticale schotten aan de achterkant van de vloer van de auto, waar de luchtstromen die onder de auto doorstromen de auto verlaten. Omdat de vloer van een F1-auto zo vlak is als een pannenkoek, is de diffuser essentieel als het gaat om grip. De diffuser versnelt de luchtstroom onder de auto, waardoor de luchtdruk lager wordt en de neerwaartse druk - en daarmee de grip - hoger. De diffuser zuigt de auto als het ware naar het asfalt.

Downforce

Neerwaartse kracht die de auto op het asfalt 'drukt'. Gecreëerd door onder meer de aerodynamische werking van vleugels, die luchtstromen zo stuurt dat de auto op het asfalt wordt geduwd. Hoe meer downforce, hoe meer grip. Meer grip betekent ook meer wrijvingsweerstand tussen band en asfalt, wat weer snelheid kost. Op sommige circuits is het nuttig veel downforce te hebben, bijvoorbeeld op bochtige circuits met korte rechte stukken. Op snellere circuits kiezen coureurs voor minder downforce en meer snelheid.

Drag Reduction System (DRS)

Kunstmatige inhaalknop op het stuur. In 2011 geïntroduceerd om meer inhaalacties af te dwingen. Met letterlijk een druk op de knop kan een coureur, als hij op minder dan een seconde van de auto voor hem rijdt, het opstaande deel van zijn achtervleugel tijdelijk 'plat' maken. Daarmee vermindert hij de luchtweerstand, wat een snelheidswinst van gemiddeld zo'n 10 kilometer per uur oplevert.

ERS-systeem

Energy Recovery System, oftewel het energieterugwinningssysteem in de motor waarmee het vermogen van de aandrijving wordt opgekrikt. Bestaat uit twee onderdelen: de MGU-H, oftewel het systeem dat hitte van bijvoorbeeld uitlaatgassen omzet in elektrische energie. En de MGU-K, het systeem dat kinetische energie van bijvoorbeeld de remmen omzet in elektriciteit.

Grip

Hoe goed de auto is 'vastgeplakt' op het asfalt. De auto wordt op twee manier op het asfalt gedrukt. Via mechanische grip, zoals bijvoorbeeld via de profielloze banen. En via aerodynamische grip, oftewel via luchtstromen. Hoe meer grip, hoe beter een coureur zijn auto over het circuit kan sturen. Teams zoeken voortduren naar manieren om de grip te verbeteren, aerodynamisch en mechanisch.

HANS-systeem

Head and Neck Support System. Veiligheidssysteem dat sinds 2003 verplicht is in de Formule 1. Na het dodelijke ongeval van drievoudig wereldkampioen Ayrton Senna in 1994 groeide de roep om meer veiligheid in de Formule 1. Het systeem bestaat uit een beugel, vastgekoppeld aan de achterkant van de helm, die als een soort extra steun voor nek- en schouderspieren zwaar hoofd- en nekletsel bij een zware crash moet voorkomen.

Ideale racelijn

De snelste manier om een circuit te ronden. Iedere baan heeft zo zijn eigen ideale racelijn die de coureurs kunnen dromen. Ze weten precies op welke manier ze bijvoorbeeld een bocht moeten nemen, waar de inhaalpunten op een circuit zijn en waar ze laat kunnen remmen. Ze hebben het meestal tot in den treure geoefend in de simulator. Max Verstappen kende voor zijn F1-debuut bijvoorbeeld al alle circuits uit zijn hoofd, ook de banen waarop hij nog nooit had gereden. Lees hier hoe hij traint in de simulator.

Kwalificatie

Bij de kwalificatie wordt de startopstelling van de race bepaald. De huidige kwalificatieopzet is een afvalrace, opgesplitst in drie gedeelten (Q1, Q2 en Q3). In Q1 vallen vijf coureurs af. In Q2 nog eens vijf. De overgebleven tien coureurs strijden om poleposition, oftewel de eerste plaats in de startopstelling. Tijdens de kwalificatie zetten de coureurs de snelste rondetijden van het weekeinde neer. De gehele kwalificatie duurt ongeveer een uur en is op zaterdag, de dag voor de racedag.

Marbles

De flarden rubber die gedurende het raceweekeinde van de banden vliegen en ophopen op de delen van het circuit waar tijdens het weekend weinig wordt gereden. Coureurs rijden er niet graag overheen. Marbles plakken aan de banden waardoor de prestatie van de band achteruitgaat en ze verminderen de grip van de auto.

Marshal

De mannen met helmen die overal langs het circuit staan. Zij zijn te vergelijken met stewards bij een voetbalwedstrijd, maar ze moeten veel meer doen dan alleen het publiek in de gaten houden. Ze zwaaien onder meer met vlaggen, vegen brokstukken op, blussen brandende auto's en moeten uitgevallen bolides zo spoedig mogelijk van het circuit krijgen. Zijn meestal 'locals', ingehuurd door het circuit.

Opwarmronde

Ook wel de formatieronde genoemd. Voordat de auto's aan de race starten, rijden ze eerst een ronde om zeker te zijn dat er geen gevaren op het circuit zijn en dat er geen auto's zijn die kampen met technische problemen. De coureurs warmen tijdens de ronde alvast hun banden op door te slingeren en hard te remmen, om zo meer grip te hebben bij de start en dus sneller te vertrekken. Na de opwarmronde parkeren de coureurs hun auto's op de startplekken. De race start als de vijf rode lampen boven de startopstelling doven. Wanneer ze precies doven, verschilt per race en is compleet willekeurig.

Overstuur & onderstuur

Gripverlies bij sturen. Bij onderstuur lukt het de coureur niet in te sturen voor een bocht vanwege gripverlies aan de voorkant van de auto. Meestal vanwege een te hoge snelheid. De auto draait niet genoeg en rijdt eigenlijk rechtdoor. Bij overstuur stuurt de auto juist te veel door gripverlies aan de achterkant. Bijvoorbeeld wanneer de coureur te snel accelereert met koude banden. De achterkant breekt uit en als de coureur niet snel tegenstuurt, spint zijn auto.

Paddock

Het exclusief toegankelijke gebied op een circuit achter de teamgarages waar de teams hun tijdelijke onderkomens hebben tijdens een race. Journalisten, coureurs, teamleden, oud-wereldkampioenen en bobo's lopen in de paddock door elkaar heen. Ieder team heeft in de paddock zijn eigen gebouw. Het is tegelijk de plek waar deals worden gesloten en politiek wordt bedreven, aangezien de gehele F1-wereld alleen bij elkaar komt tijdens races.

Penalty

Een straf in de Formule 1. Die kan uitgedeeld worden als een coureur zich tijdens het racen niet aan de regels in het vuistdikke reglementenboek van racefederatie FIA houdt of als een bepaald onderdeel in zijn auto vaker dan de toegestane vier keer vervangen moet worden. Meestal worden coureurs dan teruggezet in de startopstelling (de grid). Een versnellingsbakwissel is bijvoorbeeld vijf plaatsen straf. Daarnaast krijgen de coureurs strafpunten op hun superlicentie als ze de fout ingaan. Als een coureur twaalf punten in een jaar heeft verzameld, is hij de volgende race geschorst.

Pitmuur

Het overkappinkje direct voor de garage van het team met daaronder een paar barkrukken. Op de krukken zitten meestal de teambazen en de technici die direct met de coureur communiceren, net als de voetbaltrainer die tijdens een wedstrijd in de dug-out zit. Voor hun neus hangen schermen met racebeelden en data.

Pitstop

Stop van een auto tijdens de race om banden te wisselen of schade te herstellen. Ieder lid van een pit crew (21 mensen) heeft tijdens een pitstop zijn eigen taak. Sinds 2010 worden auto's in de Formule 1 niet meer bijgetankt. Daarom is de pitstop tegenwoordig normaliter een razendsnelle bandenwissel. De snelste teams lukt het in iets meer dan 2 seconden.

Race-engineer

De technicus in het team waarmee een Formule 1-coureur de nauwste band heeft. Alleen de race-engineer en de teambaas kunnen met de coureur communiceren tijdens de race. De race-engineer bespreekt met de coureur onder meer de teamstrategie en de afstelling van de auto. Als er tijdens een race iets niet klopt, geeft hij dat door aan zijn race-engineer. Het is essentieel dat coureur en race-engineer letterlijk aan een woord genoeg hebben, zodat er direct kan worden ingespeeld op onverwachte gebeurtenissen.

Racestrategie

Hoewel autosport draait om inhalen en snelheid, is in de huidige Formule 1 de juiste racestrategie vaak net zo bepalend voor winst of verlies. Het draait om de keuze voor de juiste banden (coureurs moeten verplicht twee verschillende soorten banden gebruikten tijdens een race) en op het goede moment pitstops maken. Een pitstop, inclusief het in- en uitrijden van de pitstraat, kost minimaal twintig seconden. Teams zijn tijdens een race voortdurend aan het rekenen waar, en vooral voor wie, ze op de baan komen na een pitstop.

Safetycar

Auto die wedstrijd neutraliseert, bijvoorbeeld na een crash of bij hevige regenval. Auto's zijn verplicht achter de safetycar aan te rijden en mogen niet inhalen. Door het 'trage' rijden van de safetycar verdwijnen alle tijdverschillen, waardoor een safetycarsituatie vaak een groot effect heeft op het verloop van een race. Vanwege de ongeduldig slingerende F1-auto's achter de auto lijkt de safetycar akelig langzaam te rijden. Toch moet safetycarbestuurder iedere ronde het maximale uit zijn Mercedes-AMG GT S persen. Soms rijdt hij 280 kilometer per uur. Lees hier een interview met Bernd Mäyländer, de man die al zeventien de safetycar bestuurt.

Setup

Afstelling van de auto. De coureur heeft het liefst dat zijn auto zoveel mogelijk een verlengstuk van hemzelf is. Hij moet hem precies kunnen besturen zoals hij dat wil, tegelijk zoekend naar het perfecte compromis tussen grip en snelheid. Het afstellen van de auto samen met zijn technici is een van de belangrijkste bezigheden van een coureur tijdens een raceweekeinde. Neerwaartse druk, de stand van de vleugels, de rembalans. Iedere coureur prefereert iets anders en geen race is hetzelfde. De juiste setup hangt af van bijvoorbeeld het type circuit, de weersomstandigheden of zelfs het soort asfalt.

Slicks

Droogweerbanden onder een Formule 1-auto. Bandenleverancier Pirelli biedt verschillende typen aan die tussen de 60 en 120 kilometer meegaan. Hoe meer een band is versleten, hoe meer grip en snelheid een auto verliest. De banden hebben de meeste grip bij een temperatuur tussen de 90 en 130 graden, afhankelijk van het type slick. Ze worden gevuld met een stikstofmengsel, zodat de bandendruk minder gevoelig is voor temperatuurschommelingen. Lees hier over Max Verstappen en speciale gave zuinig om te gaan met zijn banden.

Stewards

De scheidsrechters van de Formule 1. Als een coureur zich tijdens een race niet aan regels houdt, komen ze onder de loep te liggen van de stewards. Bij iedere race zitten vier stewards. Zij bepalen welke straf een coureur krijgt. Meestal is dat een tijdstraf. Die kan na de race worden opgelegd, of tijdens de race via bijvoorbeeld een drive-through penalty (langzaam door de pitstraat rijden) of een stop-and-go-penalty (een verplichte pitstop). Diskwalificatie is de zwaarste straf die een steward kan uitdelen.

Stuur

De hersenen van de Formule 1-auto. Het stuur is eigenlijk meer een computer dan een stuur. Formule 1-debutanten krijgen van hun teams als eerste de vuistdikke handleiding mee die hoort bij het stuur. Zo'n beetje alles in de auto kan de coureur via de twintig knoppen op zijn stuur afstellen. Hij moet het alleen wel met 300 kilometer per uur doen. Prijskaartje? 60 duizend euro.

Superlicentie

Het rijbewijs van een Formule 1-coureur. Na Max Verstappens debuut als 17-jarige in de Formule 1 zijn de eisen om een superlicentie te halen aangescherpt. Tegenwoordig moet een coureur in het bezit zijn van een regulier rijbewijs en moet hij aantoonbare ervaring hebben in diverse opstapklassen onder de Formule 1. Verstappen zal daardoor altijd de jongste F1-coureur aller tijden blijven.

Telemetrie

Het systeem dat de gegevens van de honderden sensoren in de auto en motor opvangt en doorstuurt naar de computers van de teamfabriek of garage. Aan de hand van de telemetrie kunnen de knappe koppen van het team de prestaties van de auto analyseren. Telemetriedata wordt tijdens raceweekeinden rechtstreeks naar de teamfabriek gestuurd, waar - alsof het een ruimtemissie is -tientallen technici met de laptop op de schoot de informatie verwerken.

Testdag

Ieder jaar bouwen teams nieuwe auto's. Om die auto's te testen zijn er op het circuit van Barcelona in de winter in totaal acht zogeheten testdagen. Vaker testen mag niet om zo de rijke teams niet te veel voordeel te geven en tegelijk de kosten van de sport te drukken. Sinds 2003 zijn er limieten als het gaat om het aantal testkilometers. In 2009 werd testen tijdens het seizoen praktisch verboden en werd het aantal testkilometers gehalveerd tot 15 duizend per seizoen. Het aantal wintertestdagen werd in de afgelopen drie jaar teruggebracht van twaalf naar de huidige acht. Tijdens het seizoen zijn er nog zes testdagen. Dit jaar na de races in Bahrein, Hongarije en Abu Dhabi. Lees hier een reportage over het gluren en begluren tijdens de testdagen.

Undercut & overcut

Manieren om met een goed getimede pitstop een positie te winnen. Bij een undercut maakt een coureur een vroegere pitstop dan de auto voor hem, om daarna op nieuwe en snellere banden tijd te winnen. Als de voorganger vervolgens een pitstop maakt, komt hij achter hem terecht. Althans, dat is het plan. Een overcut is precies het tegenovergestelde, oftewel: langer doorrijden banden dan de voorganger die eerder een pitstop maakt, om zo een voorsprong op te bouwen.

'Vieze' gedeelte

Blijven coureurs graag van weg. Auto's rijden over maar een klein gedeelte van het circuit, de zogenoemde ideale racelijn. Gedurende het raceweekeinde komt het asfalt naast deze racelijn vol te liggen met stof en stukken rubber. Als een coureur op het 'vieze' gedeelte komt, verliest hij meteen snelheid, grip en verslechteren zijn banden extra snel, omdat de loeihete profielloze banden alles absorberen.

Virtual safetycar

Digitale neutralisatie van de race. Tijdens een virtual safetycarsituatie moeten de auto's zich aan een snelheidslimiet houden en mogen ze niet inhalen. In 2015 ingevoerd, vooral om bij minder ernstige incidenten niet direct de safetycar op het asfalt te sturen zodat tijdverschillen in stand blijven en neutralisaties eerder te laten eindigen.

Vlaggen

Communicatie tussen raceleiding en coureurs tijdens de race. Zowel via vlagkleuren op het display van het stuur als in daadwerkelijke vlaggen. De wedstijdleiding beschikt over tien soorten vlaggen. De zwart-wit geblokte vlag (1) geeft aan dat een sessie ten einde is, of dat nou een race of training is. De gele vlag (2) staat voor gevaar. Coureurs moeten afremmen, inhalen is verboden. Een dubbele gele vlag betekent nog meer snelheidsvermindering. Een groene vlag (3) betekent dat het gevaar is geweken. De rode vlag (4) betekent dat de sessie is stilgelegd. Een blauwe vlag (5) is het teken voor een achterligger dat hij een snellere auto voorbij moet laten gaan. De rood-geel gestreepte vlag (6) waarschuwt voor gladheid door olie of water. Een coureur die een zwarte vlag met rode cirkel (7) krijgt moet direct naar de pitstraat wegens een mechanisch probleem. Een zwart-witte vlag (8) waarschuwt de coureur voor onsportief gedrag. De zwarte vlag (9) staat voor diskwalificatie. Een witte vlag (10) betekent dat er een langzaam rijdend voertuig op het circuit is.

Vrije training

Oefentijd. Omdat de teams amper kunnen testen met hun auto's, telt ieder raceweekeinde drie zogeheten vrije trainingen. Twee op vrijdag en eentje op zaterdagochtend. Ze duren allemaal anderhalf uur. Teams en coureurs kunnen dan experimenteren met nieuwe foefjes of de afstelling van de auto. Aan de tijdrangschikking na een de vrije training valt weinig af te leiden als het gaat om de krachtsverhoudingen, omdat niemand precies weet wat een team aan het oefenen is. Aangezien het aantal testdagen in de Formule 1 in de afgelopen drastisch is verminderd, zijn de vrije trainingen belangrijker geworden.

'Vuile' lucht

Hebben coureurs een hekel aan. Verstoorde luchtstromen, waardoor de werking van bijvoorbeeld de voor- en achtervleugels van de auto vermindert. Een auto verliest daardoor grip en snelheid. Vuile lucht ontstaat meestal vlak achter een andere auto, als er door hoge snelheden turbulente luchtstromingen ontstaan.

WK-punten

De heilige graal voor coureurs. De coureur met de meeste WK-punten aan het einde van het seizoen is wereldkampioen. De eerste tien coureurs in de race-uitslag worden beloond met WK-punten. De winnaar krijgt er 25, de nummer twee krijgt er 18. Een derde plaats levert 15 punten op. Vanaf de vierde plaats gaat het van 12, 10, 8, 6, 4 en 2 punten. De nummer tien krijgt een WK-punt. De punten van de coureurs tellen ook mee voor de constructeursranglijst van de teams. Voor de teams is die belangrijker de individuele ranglijst, want op basis van die lijst wordt het prijzengeld aan het einde van het seizoen verdeeld. Een puntje meer of minder kan zo tientallen miljoenen euro's verschil maken.

Pay driver

Coureurs die betalen voor hun stoeltje in de Formule 1. Zij vormen ongeveer de helft van het aantal coureurs in de raceklasse. Geldschieters zijn meestal rijke ouders of sponsoren. Zo heeft de Mexicaan Sergio Perez de Mexicaanse miljardair Carlos Slim achter zich staan. Hoewel een pay driver vaak wordt gezien als minder talentvol dan coureurs die betaald worden om in de F1 te rijden, is niet iedere pay driver talentloos. Latere meervoudig wereldkampioenen als Niki Lauda, Fernando Alonso en Michael Schumacher haalden de Formule 1 met een zak geld. Ze blonken uit en verdienden uiteindelijk een stoel bij een topteam. Lees in dit artikel en hier over de lange, dure weg naar de Formule 1. En lees hier over de vaak roemloze aftocht van een pay driver in de F1.

Een inkijkje in het imperium van de Formule 1

Met Max Verstappen is een Nederlander uitgegroeid tot een wereldster in de Formule 1, een mondiale miljardenindustrie. Maar in wat voor sport is Verstappen eigenlijk succesvol? De Volkskrant bezocht dit seizoen de races in Engeland, Italië, Maleisië, Japan en Amerika om de verschillende gezichten van de raceklasse door te lichten. Lees op onze Formule 1-pagina over het verleden, heden en de toekomst van Verstappens wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden