Nieuws Olympische kwalificatie

Valse start van Nederlandse volleybalploeg bij olympisch kwalificatietoernooi Berlijn

Aan coach Roberto Piazza zal het niet hebben gelegen, maar Europees kampioen Servië bleek maandag te sterk voor het Nederlands volleybalteam. 

Coach Roberto Piazza. Beeld BSR Agency

Met de input van een gepassioneerde Italiaanse coach had de Nederlandse aanloop niet zorgvuldiger gepland kunnen zijn, maar krachtsverhoudingen liggen in het topvolleybal nu eenmaal vaster dan de verankering van de netpalen. Europees kampioen Servië, een gevestigde grootmacht, was maandag ‘de lat te hoog’ voor het Nederlands volleybalteam dat zijn olympisch vooruitzicht ernstig verduisterd zag: 0-3.

De Serviërs, daags tevoren onderuitgehaald door een op de top van het eigen kunnen spelende Frankrijk, haalden in een nagenoeg lege Max Schmeling Halle in Berlijn revanche voor de mislukte ouverture van zondag. Het team van de Balkan, sinds 2003 ongeslagen tegen de Nederlanders, sloeg de Lange Mannen, de geuzennaam waarmee de ploeg zich nog altijd afficheert, in drie sets van het veld: 25-18, 18 en 17.

Het gehoopte en verwachte olympische vuur ontbrak bij de Nederlanders. Bondscoach Roberto Piazza, normaal altijd koel langs de lijn, pookte in enkele time-outs wild zwaaiend de temperatuur op, maar zijn bleek ogende team bleef lauw reageren op de paukenslagen van de trainer.

‘Ik ben geen tovenaar. Ik ben ook maar een gewoon mens die zijn werk doet’, sprak de bondscoach na afloop. Hij zei zijn team vooraf misschien overvoerd te hebben met informatie. Er was niet uitgevoerd wat was afgesproken. Maar Piazza bleef, naast het wijzen op zijn eigen fout, bij de constatering dat het peil van emoties bij zijn team te laag was gebleven. Het was plat gezegd een dooie boel geweest op de 81 vierkante meters speelvloer die een volleybalteam moet bespelen.

Uitblinker

Piazza wees in een vergelijking onverbiddelijk op de twee spelers uit zijn clubteam, Allianz Milano, die op het volleybalveld hadden gestaan: ‘Nema’ en ‘Nimir’. Nemanja Petric was met 15 punten de uitblinker aan Servische zijde. Nimir Abdelaziz (7 punten) was de teleurstelling aan Nederlandse kant.

De bebaarde krijger Petric keerde in de derde set, bij het enige moment dat zich voor Nederland een mogelijkheid openbaarde, eigenhandig de stand van zaken om. Hij vuurde van de servicelijn zo hard, telkens boven de 100 kilometer per uur, dat de Nederlandse ontvangstlijn, Dronkers, Maan, Ter Horst en later Van Garderen, zich geen raad wist. Van 6-2 voor Nederland werd het met negen punten op rij 11-6, voor Servië. Het Nederlandse verzet was na dat spervuur gebroken.

Abdelaziz sloeg nog zijn zesde en zevende punt van de wedstrijd voor 11-7 en 11-8, maar sloeg vervolgens de bal tweemaal op rij royaal uit (13-8 en 14-8). Coach Piazza kon toen niet anders dan de gedroomde uitblinker naar de kant te halen. Daar stond al de gewisselde Thijs ter Horst die als Nederlands topscorer tot twaalf punten (inclusief twee aces) was gekomen.

Als Nederland de gevreesde kampioensploeg van Servië had willen verrassen, en dat was het drieste plan, dan had Nimir Abdelaziz, kind van een Nederlandse moeder en een Tsjadische vader, op zijn allerbest moeten zijn. Dan had het servicekanon moeten bulderen. Abdelaziz sloeg acht ballen hard op, maar nooit leidde het tot een ace of een Nederlandse break. Tweemaal was de bal zelfs buiten de lijnen.

Smashes

Het gemis van dat aanvalswapen moet frustrerend zijn geweest voor de ploeg en de coach en minimaal de topspeler zelf. In drie van de vier grote klassementen was Abdelaziz het afgelopen jaar in de Italiaanse profcompetitie Serie A-1 de beste van het land, en daarmee eigenlijk van de wereld. In het oranje tricot kon hij zich maandag niet zo tonen als hij in clubtenue doet. In andere interlands in de voorbije zomer stak hij altijd ver boven zijn collega-internationals uit. Deze keer niet. Zijn smashes waren slechts in één van de drie gevallen doeltreffend.

‘Wij waren slecht en Servië speelde normaal, dus dan zijn zij te goed voor ons’, analyseerde Abdelaziz als captain de afgang van zijn team. Hij zei geen verklaring te hebben voor de offday. De Serviërs hadden onder druk moeten staan. Zij waren bij een tweede nederlaag hun olympische kwalificatiekans vrijwel zeker kwijt geweest. De Nederlanders, door zichzelf als underdogs neergezet, hadden vrijuit moeten kunnen spelen.

Daar leek het niet, stelde ook Abdelaziz vast. Zijn team opereerde stroef. ‘Dit was onze belangrijkste wedstrijd’, zo vertelde invaller Maarten van Garderen openhartig over de benadering vooraf. Die mix van ontspanning en spanning werkte kennelijk verlammend bij de Nederlandse ploeg die in het recente verleden, bij het WK van 2018, stuntuitslagen realiseerde tegen grote kampioenen als Brazilië en Frankrijk.

Direct na de nederlaag tegen Servië werd gewerkt aan herstel van vertrouwen. Het bekende verhaal om aan vast te klampen in de sport. Dat er nog twee wedstrijden te spelen zijn, tegen Bulgarije (dinsdag) en Frankrijk (woensdag), om mogelijk toch een plaats in de halve finale van het Europees olympisch kwalificatietoernooi (OKT) te veroveren. Dat bereiken zou een klein wonder zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden