Vader hoeft zoon niets te vertellen

Spelersmakelaar Bob Maaskant voelt meer spanning bij wedstrijden van zijn zoon Robert, trainer van Willem II, dan toen hij zelf op de bank zat....

Moeiteloos roept Willem II-trainer Robert Maaskant, 36 jaar en toch alweer twee decennia werkzaam als coach, het beeld op van zijn vader Bob in de dug-out van Go Ahead Eagles. ‘Op wedstrijddagen merkte ik de spanning bij hem. Dan rookte hij een sigaretje voor hij wegging, terwijl hij helemaal niet rookte.’

Bob: ‘En ik nam altijd één whisky voor ik vertrok.’

Pa Maaskant, 67 jaar, was trainer van onder meer Go Ahead Eagles, SVV en NAC, waarna hij in 1993 zijn eigen sportmakelaarsbureau World Soccer Consult oprichtte. Onlangs verkocht hij zijn aandeel om zelfstandig verder te gaan. Op zijn beurt haalt hij zonder schroom de spelerscarrière van zijn zoon voor de geest.

‘Er was geen gemenere speler dan Robert. Ik heb eens een uitwedstrijd meegemaakt bij Fortuna, toen Robert nog voor Zwolle speelde. Binnen vijf minuten verlieten twee tegenstanders per brancard het veld. En ik was te gast bij de heren. Nou, dan voel je je niet prettig. Hij was een beest.’

Liefdevol praat hij echter over de trainersloopbaan van zijn zoon, die zondag als coach van Willem II zijn eerste bekerfinale zal meemaken, tegen landskampioen PSV. ‘Ik zit meer in spanning dan toen ik zelf op de bank zat. Maar Robert is goed overeind gebleven dit seizoen. Zeker toen de druk werd opgevoerd en ik las dat Willem II hem alleen niet had weggestuurd, omdat de club niet zoveel geld had. Hij blijft daar rustig onder.’

Grijnzend werpt Robert een blik op zijn vader, in het besef dat hetzelfde niet kan worden gezegd van de oude Maaskant. ‘Die is juist rancuneus. Ik kan me goed afsluiten voor negatieve geluiden. Dat heb ik op mijn vader voor.’

Bob: ‘Ik vergeet bepaalde dingen niet. Maar mijn trainerscarrière heeft me geleerd dat als je emoties de overhand krijgen op de bank, je het spelletje niet meer ziet. Dan raak je het overzicht op de wedstrijd kwijt.’

Van tips of adviezen hoeft zoon Robert niet te worden voorzien. Want hij is een betere coach dan zijn vader, zegt Maaskant senior. Maar toen Robert, samen met Henk-Maarten Chin, een boek publiceerde over psychologie in het voetbal en de hoon op hem neerdaalde, voelde hij de noodzaak enkele bemoedigende woorden tot hem te richten.

Bob: ‘Als het humoristisch is, heb ik geen problemen met die opmerkingen. Maar Hans Kraay junior riep bijvoorbeeld: wie ben jij, beginnend trainertje, om een boek te schrijven. Heel negatief én onterecht.

‘De tijden zijn veranderd. Alles wordt uitvergroot. Toen ik trainer was, bestonden er geen persconferenties. Mensen kenden je naam uit de krant, maar hadden er geen flauw idee van hoe je eruitzag. Als trainer van NAC liep je door Rotterdam zonder dat iemand je herkende.’

De soms overdreven aandacht die voetbal krijgt, heeft Robert wat voorzichtiger gemaakt. ‘Zes jaar geleden riep ik: ik ben de beste. Dat doe ik nu niet meer. Ik heb ook wel eens geroepen dat ik bondscoach wilde worden, omdat ik het hoogst haalbare wil halen. Maar dat zal ik nu niet meer doen. Al wil ik dat nog steeds bereiken.’

Hij wil niet als een oude man klinken, maar laat Bob Maaskant gezegd hebben dat het er vroeger anders aan toe ging in de trainerswereld. Begin jaren zeventig werkte hij als trainer part-time, want hij had er nog een volledige baan naast van veertig uur per week.

‘Ik werkte voor het Amerikaanse leger, op uitleenbasis van het ministerie van Defensie. Ik was verantwoordelijk voor de doorvoer van de scheepsladingen die uit Amerika kwamen. ’s Ochtends om half zeven ging ik de deur uit om in de haven van Rotterdam te werken. Dan reed ik om half vier weg, zodat ik een uur later op het trainingsveld in Breda kon staan.’

Robert: ‘Ik zou het me niet kunnen voorstellen er nu nog een baan naast te hebben. Ik denk dat voetbaltrainer een heel ander vak is geworden, alhoewel mijn vader in zijn tijd bij Go Ahead Eagles ook nog manager was.’

In 1996 was Robert korte tijd assistent van zijn vader, toen Ab Fafié een aantal wedstrijden voor het einde van het seizoen werd ontslagen bij het met degradatie bedreigde Go Ahead Eagles.

Bob: ‘Het was een mission impossible, maar toch was het een heel prettige periode.’

Robert: ‘Voor mij was het het einde van mijn spelerscarrière. Ik had ’s middags nog getraind bij Excelsior. Toen ik thuiskwam, vroeg mijn vader of hij die baan bij Go Ahead Eagles moest accepteren.

‘Toen heb ik tegen hem gezegd: dat moet je alleen doen als je twee mensen om je heen hebt die precies weten welke dingen er spelen. Nou, toen kwamen Hennie Spijkerman en ik erbij. Maandagmiddag was ik nog speler, dinsdagochtend was ik al als trainer aan de slag.’

Bob: ‘Mijn vrouw vond het verschrikkelijk. Die was enorm fel tegen.’

Tegen de wens van zijn moeder, die het liefst had gezien dat hij een studie bedrijfseconomie had opgepakt, koos Robert toch voor het trainersvak. Maar zondag zal ze erbij zijn, tijdens de bekerfinale. ‘Normaal gesproken komt ze nooit, maar op deze uitnodiging is ze ingegaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.