Reportage

Vader Dekker ziet zoon in de hogeschool van de sprint

Wielrenner David Dekker maakt dit jaar zijn profdebuut bij Jumbo-Visma. De talentvolle sprinter is de zoon van oud-renner Erik Dekker. Pa keek gisteren op tv naar de les die zoon David kreeg in de Vlaamse koers Brugge-De Panne.

David Dekker tijdens Oxyclean Classic Brugge - De Panne. Beeld Cor Vos
David Dekker tijdens Oxyclean Classic Brugge - De Panne.Beeld Cor Vos

Het is woensdagmiddag 15.00 uur als oud-renner Erik Dekker (50), een erelijst met onder meer vier ritzeges in de Tour de France en de Amstel Gold Race, zich in de woonkamer van zijn huis in Hedel voor de flatscreen installeert. Vriendin Ilse (47) zit naast hem, het been omhoog. De enkel brak enkele weken geleden op twee plaatsen na een val van de trap. Op het scherm, afgestemd op Sporza, verschijnt het wielerpeloton.

Nog 80 kilometer tot de finish. Een kleine kopgroep rijdt vooruit.

Erik: ‘Kijk, daar is ‘ie. Rechts. Mooi, niet op kop, uit de wind.’

Het is niet zomaar een uitzending. Zoon David (23) rijdt de Oxyclean Classic Brugge-De Panne, de eendaagse opvolger van de Driedaagse Brugge-De Panne. Het is diens eerste koers in de lage landen als prof in het geel-zwart van Jumbo-Visma. Hij wordt zowaar al tot de favorieten gerekend. Vorige maand reed hij zich in de kijker in de UAE Tour, waar hij de puntentrui pakte, met twee tweede en een vierde plaats. Hij hield sprinters van naam en faam achter zich.

Hij rijdt vandaag voor eigen kans. Het peloton trekt door De Moeren, polderland in het uiterste westen van West-Vlaanderen. Daar heeft de wind vrij spel en kunnen waaiers ontstaan. David: ‘Ik hoop er stiekem op. Ik denk dat ik in een groep van 20 meer kans maak. Maar tegelijkertijd weet ik: als het er 150 zijn, hoeft het niet een probleem te zijn.’

Erik: ‘Het deelnemersveld is sterk. Alle toppers zijn er zo’n beetje. Hij zal alert moeten zijn. Voorin blijven en toch energie sparen.’

Nog 45 km. Mede-commentator Sven Nys, oud-wereldkampioen veldrijden, zegt: ‘David Dekker staat vandaag op mijn lijstje.’

Er wordt naar hem gekeken, de voormalige student communicatie- en informatiewetenschappen. Jumbo-Visma viste Dekker op uit de talentenvijver van SEG Racing Academy, nadat hij vorig jaar derde werd in Le Samyn, een zware koers in Henegouwen. Daarvoor was er winst geweest in de Ster van Zwolle, in bar en boos weer. Daarna was hij de snelste in de Dorpenomloop Rucphen. Een jaar eerder werd hij in Ede voor Metec TKH Nederlands kampioen bij de beloften en won hij twee koersen buiten de schijnwerpers : Brussel-Opwijk en de Omloop van de Houtse Linies.

Hij is onder de indruk van zijn nieuwe team. ‘Voor elke vraag die ik heb, kan ik wel drie personen aanspreken. Trainers, ploegleiders, personal coaches, verzorgers, mecaniciens. Je krijgt zoveel aandacht.’ Hij ontmoette Robert Gesink. ‘Daar keek ik als jongetje tegenop. Nu zit ik met hem aan tafel. Heel vet.’ Erik: ‘Het is mooi en bijzonder. Hij zit bij het Real Madrid van het wielrennen.’

Nog 13,7 kilometer. Sprintersploegen houden het tempo hoog.

Erik: ‘Nu begint het spannend te worden. Elke gebeurtenis is belangrijk. Moet je zien hoe breed het peloton is.’ Ilse: ‘David heeft weer zijn tong uit de mond.’ Erik: ‘Dat heeft hij al vanaf zijn jeugd.’

Jumbo-Visma ziet Dekker de eerstkomende jaren vooral als sprinter. ‘Mijn hart ligt bij de klassiekers, daar droomde ik als kind al van. Maar ik heb ontdekt dat ik goed kan sprinten. Waarom zou je dat niet uitbuiten? Voor de klassiekers heb je meer ervaring nodig, meer body. Als sprinter kun je net wat sneller aansluiting maken met de top.’

Zijn vader heeft er vrede mee. ‘Hij heeft wel eens gezegd: pa, ik fiets geen 120 kilometer om pas de laatste 300 meter gas te geven. Maar ik zie aan zijn waarden dat er muziek in zit. Je krijgt veel kansen om te winnen. De keerzijde is dat als het niet lukt, je dat vroeg of laat op je brood krijgt. Vijf, zes man werken zich uit de naad voor je. Dan kan het onrustig worden.’

Nog 6 kilometer. In de drukte van het peloton rijden voor Dekker drie ploeggenoten uit: Jos van Emden, Pascal Eenkhoorn en Olav Kooij.

Ilse: ‘Ik begin nu buikpijn te krijgen.’

Een week nadat zijn verbintenis met Jumbo-Visma bekend werd gemaakt, zag Dekker na een etappe in de Ronde van Tsjechië bij terugkeer in het hotel de dramatische beelden uit de Ronde van Polen. Zijn toekomstige ploeggenoot Dylan Groenewegen dwong zijn concurrent Fabio Jakobsen in de hekken.
Heeft de horrorcrash hem angstiger gemaakt? ‘Ik heb er wel over nagedacht. Maar hier waren de gevolgen wel exceptioneel. Het waren ook de omstandigheden. Een aankomst in dalende lijn, waardoor de snelheid heel hoog lag, hekken die niet stevig genoeg waren. Het gaat vaak goed in een massasprint. Ik kan het van me afzetten. Als je gaat nadenken wat wel en niet verantwoord is, word je onzeker. Dat maakt het gevaarlijker.’

Erik: ‘Het is extra spannend nu hij erbij zit. Maar ik kan er verder niks mee. Ik heb het niet in de hand. Ik ga niet zeggen: zorg dat je op je fiets blijft. Maar het eerste wat je doet, is kijken of er iets geels bij ligt.’

Nog 2 kilometer. Geel-zwart is uit de voorste gelederen verdwenen.

Erik: ‘Nu zitten ze ver. Hier gaat iets mis.’ Ilse: ‘Nu vind ik het niet spannend meer.’

Heeft Dekker herinneringen aan de hoogtijdagen van zijn vader? ‘Alleen wat van de laatste jaren. Het Nederlands kampioenschap in 2004. Zijn laatste valpartij, in 2006, in de Tour. Ik weet natuurlijk dat zijn palmares niet verkeerd is. Ik had het laatst met een ploegmaat nog over zijn tweede plek in de Ronde van Vlaanderen van 2001. Hij baalt er nog altijd van, maar ik intussen ook. Wat zou dat prachtig zijn geweest als die er ook op had gestaan.’

Voetbal was zijn eerste liefde. Ajax is nog altijd zijn favoriete club. Maar samen met zijn twee jaar oudere broer Kelvin stapte hij steeds vaker op de fiets. Sprintjes trekken, een beetje stunten. Zijn ouders stuurden hem naar een wielerclub in de buurt, De Jonge Renner. Probeer het maar eens. Een proeftraining, een eerste wedstrijdje. ‘Zo lieten ze indirect zien dat het leuk kon zijn. Verder heeft mijn vader vooral afstand gehouden.’

Erik: ‘Met opzet. Ik heb vaak ouders gezien die ambitieuzer waren dan hun kinderen. Dat was voor mij een horrorscenario. Ik heb wel eens gezegd als die twee thuis zaten te niksen: mooi weer, hè. Dat was toch ook niet de manier.’ Een levensles van zijn vader die en passant ook voor zijn wielerleven van pas kwam, pikte David wel op. ‘Hij heeft me ervan overtuigd dat ik een ontwikkeling altijd uit mezelf moet halen. Het is mijn carrière. Ik moet zelf de regie houden.’

Nu zijn zoon prof is, kost het afzijdig blijven wat meer moeite. Na eerste hoogtestage op Tenerife, stuurde Erik meteen een kort appje naar zijn zoon. ‘En?’ David: ‘Ik merk dat hij nerveus is. Hij wilde meteen weten wat de effecten zijn.’ Hij stuurde een bericht terug. ‘Rustig jongen, geen stress.’

Nul kilometer. De Ier Sam Bennett wint de sprint. Dekker wordt 27ste.

Ilse: ‘Helaas.’ Erik: ‘Ze zaten met het treintje te veel in het gedrang. Ze konden geen ruimte maken. Dit is een les. Vergeet niet: dit is hogeschoolsprinten. Nou ja, hij heeft er wel zo’n 170 achter zich gelaten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden