nieuws

Tweederde oud-turners had te maken met grensoverschrijdend gedrag van trainers

Van de oud-turners die meewerkten aan het onderzoek naar misstanden in hun sport, geeft tweederde aan dat ze met grensoverschrijdend gedrag te maken hebben gehad. Vooral in het topturnen is sprake van ongeoorloofd gedrag.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Dat is het beeld dat naar voren komt in het rapport ‘Ongelijke leggers’, dat vandaag wordt gepresenteerd. Wetenschappers Marjan Olfers en Anton van Wijk van onderzoeksbureau Verinorm hebben de afgelopen maanden in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiekunie (KNGU) onderzoek verricht naar grensoverschrijdend gedrag in het turnen. ‘Er heerste een continue angstcultuur in de turnzaal’, vatte Van Wijk het samen tijdens de presentatie van het rapport.

Na de presentatie van het rapport liet Monique Kempff, voorzitter van de KNGU, weten de aanbevelingen in het rapport integraal over te nemen. Ze bood daarnaast uitdrukkelijk haar excuses aan voor het leed dat de sporters is aangedaan. ‘Niemand mag nog wegkijken’, zei ze.

Sinds de onthullende Netflix-documentaire Athlete A., over misbruik in het Amerikaanse turnen, deden ook afgelopen zomer een aantal Nederlandse oud-turnsters hun verhaal. De trainingsmethoden zouden op het tirannieke af zijn en soms meer weg hebben van mishandeling dan gedegen coaching.

De KNGU, die eerdere onderzoeken links liet liggen, gelastte een nieuwe studie. Niet alleen gericht op topsport, maar ook op breedtesport.

In enkele maanden tijd doken de onderzoekers in de bestaande literatuur over dit onderwerp, namen ze interviews af en lieten ze een kleine 3000 vragenlijsten invullen door oud-sporters, actieve minderjarige en actieve volwassen turners.

Grensoverschrijdend gedrag

Van de oud-sporters die meewerkten aan het onderzoek geeft twee derde aan dat ze met grensoverschrijdend gedrag te maken hebben gehad.

Uit de ongeveer 175 interviews die de onderzoekers afnamen blijkt dat dit vaak niet om specifieke gedragingen ging, maar voortkwam uit een bepaalde cultuur waarbinnen grenzen vervaagden. Dat ging van schreeuwen tot intimideren en zelfs fysiek geweld, ‘waaraan de sporter niet kon ontsnappen en verzet onmogelijk was’.

Binnen die specifieke turncultuur, geënt op de strenge Oost-Europese trainingsmethoden uit de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw, werden sporters gekraakt. Veelzeggend is de vaststelling dat op de hogere niveaus vaker sprake is van grensoverschrijdend gedrag dan bij de minder getalenteerde sporters.

Nadruk op gewicht

Met name voor meisjes en vrouwen komt daar nog de ongezonde nadruk op een laag gewicht bij, ook een erfenis van de Oost-Europese kijk op de sport. Nadat de Roemeense Nadia Comaneci als 14-jarige in 1976 olympisch kampioen werd met een perfecte score, was de sport voorgoed veranderd. Voortaan zou dun en klein het ideaal zijn.

Het vaakst aan de orde zijn misdragingen die raken aan intimidatie. Zo maakten veel jonge sporters scheldpartijen mee. Niet zomaar af en toe, maar regelmatig en vaak gericht op het gewicht. ‘Dikke koe of dik varken’, gaf Van Wijk als voorbeeld. Minder vaak komen fysiek of seksueel geweld voor, stellen de onderzoekers vast. Wel leven veel sporters, met name jonge meisjes, met de angst dat dat zou kunnen gebeuren.

Olfers noemde tijdens de presentatie identiteitsproblemen die voortkomen uit de keiharde trainingsaanpak. Zonder sturing van een coach weten oud-sporters niet goed wie ze zijn en als ze gestopt zijn, weten ze niet goed hoe ze het zelf moeten rooien. ‘Ze kunnen moeilijk relaties aangaan en twijfelen aan zichzelf.’ Volgens Olfers zijn er oud-sporters die vanwege geestelijke problemen zijn opgenomen.

Omdat lang de focus bij de turnbond op het tegengaan van seksueel misbruik lag, bleven die andere vormen van grensoverschrijdend gedrag lang uit het zicht. Pas in 2020 werden intimidatie en geweld toegevoegd aan het tuchtreglement het Instituut Sportrechtspraak (ISR), waar de KNGU sinds 2011 is aangesloten.

Erkenning en vergoeding leed

Aan het slot van hun rapport komen Olfers en Van Wijk met 26 aanbevelingen. Zo zou er meer oog moeten komen voor de oud-sporters, hun leed erkend en schade vergoed. De heftige trainingsmethoden hebben regelmatig een langdurige impact.

Voor de huidige sporters is het van belang dat een trainer niet meer alleen met een pupil in de turnhal mag zijn – het ‘vierogenprincipe’. En daarbij dienen sporters en ouders een grotere stem te krijgen en thema’s als grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te zijn.

Tot slot raden de onderzoekers de KNGU aan om de infrastructuur van de sport op de schop te nemen. Over de hele linie, van trainers tot financiën en tuchtrecht, moet het professioneler. Er moet meer regie komen vanuit de KNGU, meer contact met gemeenten en andere instanties.

En de Nederlandse turnbond moet blijven ijveren voor het opkrikken van de leeftijdsgrens voor internationale wedstrijden. Die staat nu op 16 jaar, maar zou naar 18 jaar moeten. Dit om een eind te maken aan dat ideaal van de iele topturnster.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden