Twee knallen en de olympische droom van Ntab is voorbij: 'Je kan alleen maar verliezen. Dat voel je, dat proef je'
© ANP

Twee knallen en de olympische droom van Ntab is voorbij: 'Je kan alleen maar verliezen. Dat voel je, dat proef je'

Als in trance reed Dai Dai Ntab twee rondes op de inrijdbaan van Thialf. De handen voor het gezicht, tranen over zijn wangen. Hij zag niet hoe buitenom Kai Verbij zijn 500 meter alleen reed en zich plaatste voor de Winterspelen. Ntabs wereld was ingestort na twee valse starts en een onvermijdelijke diskwalificatie op het olympisch kwalificatietoernooi.

Op automatisme deed hij zijn schaatsbeschermers aan en stapte naar een bankje op het middenterrein van Thialf. Hij smeet zijn zonnebril en trainingsjack op de grond. Pas toen drong de wereld om hem heen weer binnen. Hij zag de winnende tijd van Ronald Mulder op het scorebord: 34,49. Snel, maar onder normale omstandigheden niet onhaalbaar voor de half-Senegalese schaatser. 'Als ik op mijn best ben, kan ik van iedereen winnen. Dan hoort er iets anders te zijn dan een diskwalificatie. Iets anders dan dat ik niet naar de Spelen mag.'

Aanvankelijk was Ntab het middenterrein ontvlucht. Hollend door de tunnel onder de ijsvloer naar de kleedkamers, een NOS-cameraman in zijn kielzog. Even weg van het verdriet, weg van het besef dat hij zichzelf had uitgeschakeld voor de Spelen. 'Ik kan boos op de starter worden - dat ben ik ook, maar ik moet eerlijk zijn. Ik stond twee keer niet stil', vertelde Ntab toen hij even later uit de kleedkamers was teruggekeerd om, heel beheerst, de pers te woord te staan.

Ik trilde heel erg en zakte iets te snel in. Daardoor voelde het nog langer

Dai Dai Ntab

Toch kon hij niet ontkennen dat starter Jan Zwier de sprinters wel erg lang in de starthouding liet staan alvorens ze weg te schieten. Zo lang had Ntab het dit seizoen nog niet meegemaakt. Met name bij de tweede start brak het hem op. 'Ik trilde heel erg en zakte iets te snel in. Daardoor voelde het nog langer.' Hij bewoog en zette als vanzelf zijn eerste schaatspas. Twee knallen en zijn olympische droom was voorbij. Ntab zocht na de plichtplegingen bij de verslaggevers zijn vriendin op. Geleund tegen een pilaar in de catacomben van Thialf had hij zijn hoofd in haar handen gelegd. Haar liefhebbende en troostende kus op zijn voorhoofd zal de pijn niet hebben weggenomen. 'Dit gaat nog een nare nasmaak krijgen, komend jaar', had hij even eerder voorspeld.

Met zes kanshebbers op de 500 meter was een scherpe tweedeling tussen de winnaars en verliezers van de dag onvermijdelijk. Het duidelijkst zichtbaar was dat bij de tweeling Ronald en Michel Mulder. De eerste won overtuigend, de tweede eindigde op de zesde plek. De olympisch kampioen van Sotsji, de eerste Nederlander die die eer ten deel viel, kan in februari zijn titel niet verdedigen. 'Dat besef was er vrij snel. Toen ik over de finish kwam wist ik dat ik een tiende te langzaam gereden had.'

Het zou een heuse wederopstanding zijn geweest als de 31-jarige Mulder zich wel had weten te kwalificeren. Na zijn gouden medaille op de 500 meter en het zilver op de 1.000 meter bij de Spelen van 2014 had hij aan snelheid ingeboet. Deze winter kwam hij weer op niveau, maar het was knijpen. 'Ik ben van ver gekomen, maar mijn basis is te smal.'

Toch hadden de relatief langzame tijden van zijn concurrenten hem hoop gegeven. Het was duidelijk dat de mentale weerbaarheid de grootst bepalende factor zou zijn. 'Je kan alleen maar verliezen. Dat voel je, dat proef je. Er wordt gewoon niet gesproken in de warming-uphal. Af en toe kijk je elkaar aan wat een verschrikkelijke dag het is.' Vier jaar geleden had hij de controle kunnen behouden, maar nu kon hij een misslag in de eerste bocht niet repareren.

Het was een slag in het gezicht voor Mulder. 'Natuurlijk er zijn in de wereld dingen die veel vreselijker zijn. We zijn hartstikke gezond. Daar moeten we blij mee zijn, maar voor mij is dit even het belangrijkste. Als dat niet lukt, dan valt je droom in duigen.'

Van de favorieten die met lege handen stonden na de 500 meter was Hein Otterspeer, de nummer vier, het minst aangeslagen. Hij was 0,04 seconde te langzaam voor een olympisch startbewijs. 'Drie goede passen en je hebt het erbij. Ik weet precies waar ik het heb laten liggen.' Hij had in zijn eerste bocht zijn snelheid niet vast kunnen houden en kon dat in het tweede deel van de race niet wegpoetsen.

De 29-jarige sprinter heeft zijn lievelingsafstand, de 1.000 meter, nog voor de boeg. Daarom kan Otterspeer niet te lang stil blijven staan bij zijn verlies op de 500 meter. 'Ik heb geen keus. Ik weet dat de 1.000 me beter ligt en dat ik daar bij hoor.'