Reportage Marokko - Iran in Amstersdam

Twee feestjes of toch niet? Marokkaanse Nederlanders vieren Suikerfeest en kijken de WK-wedstrijd tegen Iran

In een zijzaaltje van de Al Kabir-moskee kijken vrijwilligers vrijdag naar de wedstrijd. Foto Raymond Rutting/de Volkskrant

Het Suikerfeest smaakt zoet, maar een zege op Iran is vrijdag voor de Marokkanen die zich in de Al Kabir-moskee in Amsterdam hebben verzameld het ultieme toetje. ‘Dit wordt Ziyechs duel.’

We kunnen er vandaag twee feestjes van maken, roept de Marokkaanse versie van Frank Snoeks opgetogen voorafgaand aan de wedstrijd Marokko-Iran. ‘Naast het Suikerfeest, ook nog eens de overwinning tegen Iran.’

‘Kijk dat vind ik dus zo mooi aan het Marokkaanse commentaar’, zegt Nejim Ouladali, die zojuist via een ingewikkelde internetverbinding de tv-zender uit het vaderland uit de beamer heeft getoverd. Uit twee boxjes klinkt een onophoudelijke Arabische woordenstroom. Ouladali: ‘Hij is heel positief over alle spelers. En moet je hem straks horen als er een goal is gemaakt.’

In het met vuilniszakken verduisterde zijzaaltje van de Amsterdamse moskee Al Kabir is het vlak voor de wedstrijd nog erg rustig. Als het volkslied klinkt staan de vijf aanwezige mannen plechtig op. Met de hand op het hart staan ze mee te brommen voor het projectiescherm.

Hoe anders was het ’s ochtends, om kwart over acht. Toen in zijn er bij Al Kabir nog 1.200 man bijeen was om het einde van de ramadan te vieren. In hun mooiste kleren zijn de gelovigen vervolgens naar buiten gestroomd, hebben een dadel gegeten, een glas gedronken en zijn op weg gegaan langs familie en vrienden overal in de stad. Want dat is waar het Suikerfeest om draait: samen zijn.

De meesten zijn nu met familie aan het kijken, vermoedt Ouladali. Alleen een groepje vrijwilliger van de moskee, zoals hijzelf, is gekomen om daar te kijken.

De verwachtingen zijn hooggespannen. Marokko is favoriet tegen Iran, zegt Yahya Esakkaki die als enige een Marokko-shirt heeft aangetrokken. Tegen de andere landen in de poule, Spanje en Portugal, gaat het lastig worden, dus nu moeten er goals gemaakt worden. Het wordt een 3-1-overwinning, voorspelt Esakkali.

Migrantenteam

Ouladali heeft voor de gelegenheid zelfs een Marokkaanse vlag gekocht. Zodat ze bij een overwinning toeterend met de auto richting het Mercatorplein in Amsterdam West kunnen rijden. Net zoals de Turken altijd doen als hun elftal wint. ‘We dopen het plein vanavond om tot het Mocroplein.’

Veel is er de afgelopen weken gezegd over het migrantenteam van Marokko. Waar driekwart van de spelers uit het buitenland komt. Over het ingewikkelde loyaliteitsconflict van migrantenvoetballers. Bij de mannen van Al Kabir gaat de sympathie vooral uit naar de vijf Nederlands-Marokkaanse spelers. En bovenal de man die het dichtst bij hen staat: Ajacied Hakim Ziyech. ‘Dit kan dé wedstrijd worden van Ziyech’, roept de commentator tot genoegen van de Amsterdamse Marokkanen.

Prachtig vinden de mannen ook de video’s met steunbetuiging van Nederlanders zonder Marokkaanse achtergrond. Sneijder, Kluivert, Van Nistelrooy, Humberto Tan. Allemaal staan ze achter het land waar zo veel Nederlandse voetballers hun wortels hebben liggen. Met als hoogtepunt Louis van Gaal die ‘De Leeuwen van de Atlas’ in Marokkaans met Amsterdamse tongval aanvuurde: ‘Yallah!’

Luisterend naar het Marokkaanse volkslied voor aanvang van de wedstrijd tegen Iran. Foto Raymond Rutting/de Volkskrant

Ouladali: ‘Prachtig was dat.’

De spelers van Marokko lijken de opdracht van Van Gaal ter harte te hebben genomen. De eerste twintig minuten is het spel snel, vol kansen. ‘Wat een rust, wat een concentratie’, roept de commentator. Herhaaldelijk grijpen de mannen in Al Kabir naar hun hoofd en springen op bij weer een grote kans.

Maar dan herstelt het evenwicht en worden ‘De Perzen’ gevaarlijker.

Na de rust klinkt in de grote zaal de oproep tot het avondgebed. Het Marokkaanse team moet het even zonder de aanmoediging uit Amsterdam doen. Als ze terugkomen wijst het scorebord nog altijd 0-0 aan. Het aantal aanwezigen is na het gebed gegroeid tot vijftien.

Scherm op zwart

De stemming slaat om. Een gele kaart voor Iran wordt met instemming begroet. ‘Ja, nu is het afgelopen vriend’, roept Rachid die zelf geen onverdienstelijk zaalvoetballer is.

Dan, vier minuten in blessuretijd, houdt de internetverbinding ermee op. Het beeld stokt. Terwijl ict’er Ouladali aan zijn computer morrelt, openen anderen in de zaal op hun telefoons en tablets de livestream van de NOS. En zo komt in het nuchtere Nederlands het slechte nieuws door. ‘Een eigen doelpunt voor Marokko.’ Het beeld toont een stapel euforische Iraanse voetballers.

Esakkaki geeft zijn stoel een stevige beuk. Een aantal andere mannen staat op en loopt direct de moskee uit.

‘Iran wilde graag gelijk spelen, maar Marokko heeft ze gewoon de overwinning gegund’, zegt Rachid. ‘Zo zijn wij.’ Hij hoopt op een grote verrassing tegen Spanje of Portugal. ‘Dit was toch ook een verrassende uitslag.’

‘Als we eruit geknikkerd worden gaan we onze zuiderburen wel steunen’, klinkt het op de stoep voor de moskee. ‘Of anders Tunesië.’ Ja, dit is wel een kinkje in ons Suikerfeest, concludeert Ouladali. Vanavond geen Mocroplein. En zijn vlag blijft opgerold, en dat gebeurt ook met het projectiescherm. ‘Nu maar snel naar de familie, want dat is toch waar deze dag om draait.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.