Reportage Wielertalenten

Tussen de wielertalenten op zoek naar de nieuwe Tom Dumoulin

De SEG Racing Academy en de ploeg van Sunweb spelen hoofdrollen in de kraamkamer van het Nederlandse wielrennen. Ze hopen de nieuwe Tom Dumoulin te ontdekken, maar hoe?

Ploegleider Michel Cornelisse (m) evalueert meteen de etappe van Olympia’s Tour. ‘Fouten maken mag, in dit stadium.’ Beeld Klaas Jan van der Weij

Volle boomkruinen zetten deze bladstille nazomerdag de kronkelweggetjes over de Sallandse heuvelrug in de schaduw. Ploegleider Michel Cornelisse van de SEG Racing Academy, een Nederlandse wielerploeg voor beloften tussen de 18 en 22 jaar, buigt zich over het stuur van de volgauto om een glimp op te vangen van het peloton dat zich verderop door het groen boort. Hij heeft maar beperkt oog voor het bosrijke decor. ‘Ik heb liever open land en wind. Dan kun je de anderen echt pijn doen.’

Het is een dag in Olympia’s Tour, een etappe van 183 kilometer tussen Gieten en Hellendoorn, het belangrijkste platform in Nederland waarin talenten kunnen laten zien wat ze in huis hebben - van de laatste twaalf winnaars zijn er elf prof geworden. Zojuist is een kopgroep teruggehaald. Cornelisse: ‘Nou jongens, wie gaat het nu doen?’

Rijden hier de opvolgers van Tom Dumoulin, Bauke Mollema, Steven Kruijswijk en Wout Poels? Zij behoren tot de succesvolle generatie Nederlanders renners die op de komende wereldkampioenschappen, komende week in Innsbruck, Oostenrijk, hoopt mee te strijden om de titels. Maar een nieuwe lichting klopt op de deur. Waar voorheen vooral de enkele jaren geleden opgeheven opleidingsploeg van Rabobank werd gezien als de springplank voor talent, wordt die leemte nu opgevuld door andere teams. De SEG Racing Academy en de ploeg van Sunweb spelen hoofdrollen in de kraamkamer van het Nederlandse wielrennen. Ze hopen de nieuwe Tom Dumoulin te ontdekken, maar hoe?

Thymen Arensman (m) van SEG op weg naar Hellendoorn. Beeld Klaas Jan van der Weij

Op het kantoor van de SEG Racing Academy in Amsterdam Zuidoost hangen mansgrote foto’s van Robin van Persie en Jasper Cillessen. Het team begon vier jaar geleden als onderdeel van de Sports Entertainment Group in Amsterdam. Het bureau doet het management voor voetballers, maar begeleidt ook wielrenners als Mollema, Niki Terpstra, Wout Poels en Sep Vanmarcke en gamers in het wedstrijdcircuit.

Begeleiden naar hoger niveau

Manager Bart van Haaren, zelf oud-renner, beklemtoont dat een vergelijking met het vroegere Rabobank Development Team mank gaat. Het budget – de precieze omvang houdt hij voor zich – is nog geen derde van het bedrag van de talentenfabriek van de bank. Waar Rabobank het ontwikkelingsteam vooral benutte om er jaarlijkse enkele beloften uit te plukken voor de profploeg, richt zijn team zich op het individueel begeleiden van jonge renners naar een hoger niveau.

Als voorbeeld noemt hij het vertrek van Cees Bol, 22 jaar, in 2016 winnaar van Olympia’s Tour. ‘De profploegen stonden in de rij voor hem. Dan kijken we samen met hem wat de beste volgende stap is. Hij rijdt volgend jaar voor Sunweb. Daar krijgt hij de kans zich als sprinter te ontwikkelen en klassiekers te rijden.’ Dit jaar tekenden vijf SEG-renners van de 13 renners een profcontract. Vorig jaar waren er drie doorstromers.

Het hoofdkwartier van Sunweb is gevestigd op een industrieterrein in Deventer. Hier staat tegen het aanrecht in het bedrijfskeukentje de tijdritfiets waarmee Dumoulin volgende week weer wereldkampioen hoopt te worden. ‘We zijn een beetje uit ons jasje gegroeid’, excuseert Jorn Knops zich. ‘In het najaar verhuizen we naar een groter pand.’

Knops is een voormalig topamateurrenner en houdt zich als bewegingswetenschapper met talentontwikkeling bezig bij de wielerformatie, die over drie ploegen beschikt: een WorldTourploeg, waarin de profs rijden, een vrouwenformatie en een zogeheten Development Team, waarin renners van onder de 23 jaar rijden.

Verenigingen

In tegenstelling tot in het voetbal, beschikken professionele wielerploegen niet over junioren of pupillen. Die vallen onder de vlag van verenigingen. Een renner op al te jonge leeftijd scouten heeft geen zin, meent Knops: ‘Wielrennen is een duursport. Je heb een hele lange duurbasis nodig om goed te worden. Wat je pakweg voor je zeventiende doet, is niet zo van belang. Daarin moet je vooral lol hebben, je spelenderwijs ontwikkelen.’

Volgens hem is het niet zo moeilijk in dat stadium een renner op te pikken. ‘Iedereen weet wel wat de vijf grootste talenten van een lichting zijn. Het gaat er om dat je een goed plan voor hun ontwikkeling maakt, zodat ze voor jou kiezen. Daarna begint het spelletje pas.’

Tom Dumoulin. Beeld ANP

In Salland mist SEG de slag om de bonificatieseconden in een tussensprint. Cornelisse moppert. ‘Lekker blijven slapen, jongens.’ Hij was ploegleider bij onder meer Vacancesoleil en Roompot, maar het begeleiden van jong talent vindt hij het leukst. ‘Als ik op de tv Niki Terpstra of Wout Poels zie rijden, geniet ik. Ik heb met ze gewerkt, vroeger. Ik heb een aandeel in hun succes gehad. Dan heb je een band voor het leven. Die jonge gasten luisteren ook veel meer, ze tonen dankbaarheid als iets lukt. Doorgewinterde profs zie je vaak denken: laat hem maar lullen, die gozer.’ Een Italiaan gaat er in z’n eentje vandoor. 19 seconden, meldt de koersradio.

Juiste mentaliteit boven aangeboren talent

Naar de mogelijkheden van de talenten is het in eerste aanleg gissen. SEG scout vooral, maar er zijn ook jonge renners die zichzelf aanbieden. De ploeg interviewt de kandidaat en neemt een inspanningstest af om na te gaan hoe groot de motor van de prof in de dop is. Een belangrijke graadmeter is een logboek. Manager Van Haaren: ‘Als iemand zijn ontwikkeling en prestaties nauwkeurig bijhoudt, zegt dat veel over zijn motivatie en doorzettingsvermogen. Wat we de afgelopen vier jaar hebben geleerd is dat de juiste mentaliteit meer dan aangeboren talent bepaalt hoe ver je komt.’ Over het aanbod klaagt hij niet. Maar licht verontrustend vindt hij wel het gegeven dat het aantal licentiehouders onder de 19 jaar aan het dalen is.

Sunweb probeert aan de hand van een zelf ontwikkeld systeem te bepalen hoe goed een renner kan worden, afgaande op zijn potentie. ‘We hebben renners als Marcel Kittel, Warren Barguil in de ploeg gehad, en nu natuurlijk Tom Dumoulin’, vertelt opleider Knops. We hebben hun data bestudeerd en bekeken: wat konden zij op een bepaalde leeftijd? Daar kun je een bepaalde ontwikkellijn uit halen.’

Net als SEG kijkt Sunweb naar de persoonlijkheid van de renners. Knops: ‘Past hun karakter bij onze ploeg? Staan ze open voor communicatie en feedback, uiten ze zichzelf ook? Als dat niet het geval is, is er geen match, hoe goed iemand ook is.’

Onkostenvergoeding

Bij beide opleidingsteams ontvangen renners een onkostenvergoeding van enkele honderden euro’s per maand. Bij SEG komt het geld goeddeels van het overkoepelende bureau. Sponsoren dragen ruwweg de helft bij aan de onkosten. Doorstromende renners blijven verbonden aan het management. Dat het team niks ontvangt voor de opleiding als een profploeg een renner in dienst neemt, noemt Van Haaren ‘een vreemde situatie’. ‘In de voetballerij is dat geregeld. Voor de wielrennerij zou dat een veel gezondere situatie opleveren.’

Een talent dat voor Sunweb kiest, moet vooral in zichzelf willen investeren, beklemtoont Knops. De beloning volgt pas later. ‘We focussen ons in eerste  instantie op de basis en laten ze bijvoorbeeld nog geen aerodynamicatesten doen en we gaan ook nog niet al te diep op voeding in. Op die manier is er nog ruimte voor progressie en hou je de jongens ook hongerig. Die laatste paar procenten komen later wel, als ze eenmaal prof zijn.’

Buitenlandse talenten

Talenten bij de SEG Cycling Academy en Sunweb komen vooral uit eigen land, maar er rijden ook buitenlanders. Thymen Arensman is nog maar 18 en werd vorige maand al tweede in de Tour de L’Avenir, de Ronde van de Toekomst en derde in Parijs-Roubaix. De eerste World Tourploegen hebben al geïnformeerd. Hij is niet geïnteresseerd. ‘Ik blijf nog liever een tijdje hier. Ik studeer geschiedenis, ik wil in elk geval mijn bachelor halen.’ Edoardo Affini (22) uit Mantova is kampioen tijdrijden in eigen land. ‘Bij dit team krijg ik de kans om een afwisselender programma te rijden dan in Italië.’ De keuze loonde al: hij heeft een profcontract bij Mitchelton-Scott op zak. Bij Sunweb gelden Nils Eekhoff en Jarno Morbach als beloftevol. Ze manifesteren zich tot dusver vooral als renners voor klassiekers. De Zwitser Marc Hirshi heeft volgens talentontwikkelaar Jorn Knops veel potentie. ‘Hij laat nu al overtuigende waarden zien.’

In Olympia’s Ronde breekt de finale aan. De voorsprong van de ontsnapte Italiaan, Giacomo Ballabio, is teruggelopen tot een handvol seconden. Cornelisse brengt de volgauto tot stilstand om zicht te hebben op het peloton dat scherp naar rechts draait, op weg naar de finish. Hij ziet dat twee SEG-renners op het punt staan de vluchter in te rekenen. ‘Mooi, die gaat het niet redden.’ De koersradio kraakt. Ballabio wint toch, zo blijkt, hij blijft het peloton net voor. Cornelisse keert zich om naar de mecanicien op de achterbank. ‘We zitten er niet bij.’

Beide teams anticiperen op een bestaan als prof. SEG beoogt de eventuele overstap zo klein mogelijk te maken. Buiten de wedstrijden om moeten de renners de gegevens van hun training bijhouden. Ze krijgen kennis en advies aangereikt over materiaal, voeding en persoonlijke verzorging. Op een sport- en technologiecentrum in Eindhoven, het Cycling Performance Centre, worden medische testen en bloedcontroles uitgevoerd en krijgen ze advies over de positie op de fiets.

Campus

Sunweb gaat nog een stap verder. In Sittard, aan de rand van de stad, verrijst in opdracht van Sunweb een heuse campus: een complex van dertig appartementen, bestemd voor leden van de vrouwen- en talentenploeg. De complex, officieel Keep Challenging Center geheten, moet een soort Milanello worden, zoals het trainingskamp van AC Milan, waar spelers intern verblijven.

Talentontwikkelaar Knops schetst de huidige praktijk. ‘Een wedstrijd wordt snel nog even in de bus nabesproken, want iedereen moet zijn vliegtuig halen. Of we doen het de volgende dag via Skype. Dat is niet ideaal. Als je bij elkaar blijft kun je samen rustig beelden analyseren en daarna lekker de benen los rijden.’

Vanwege de nabijheid van de heuvels in Limburg en de Ardennen is voor Sittard gekozen als locatie. Bovendien ligt om de hoek het Tom Dumoulin Bike Park. Knops: ‘Daar kunnen we met de renners wedstrijdsituaties nabootsen, testen uitvoeren, maar bijvoorbeeld ook specifiek trainen op de tijdrit.’

De talenten hebben zich aan de rijst met tonijn, maïs en erwtjes gezet in de bus. Beeld Klaas Jan van der Weij

Natuurlijk, erkent Knops, het gaat tamelijk ver jonge renners te verplichten zich op een bepaalde plek te vestigen. ‘Onze vrees was dat het een drempel zou zijn voor renners om voor Sunweb te kiezen. Maar we krijgen juist tegenovergestelde reacties: jonge talenten, die prof willen worden, vinden dit geweldig. Ze hebben de beschikking over alle kennis en faciliteiten om profwielrenner te worden. Als ze het niet redden, tellen geen excuses.’

Het zijn, zegt Bart van Haaren van SEG, uiteindelijk de profteams die bepalen of ze het gewenste niveau hebben gehaald. Geregeld informeren managers als Richard Plugge van Lotto-Jumbo en Dave Brailsford van Sky of er al iemand zit aan te komen.

Verleiding profcontract weerstaan

Soms adviseert het team de verleiding van een profcontract toch maar even te weerstaan en een jaartje meer ervaring op te doen. Dat overkwam ook sprinter Fabio Jakobsen, nu onder dak bij Quick-Step. Van Haaren: ‘In dat seizoen won hij geloof ik acht koersen. Daar word je toch wijzer van. Neem Julius van den Berg. Hij fietst nu net bij Education First. Voor ons heeft hij al vier jaar op rij aan Parijs-Roubaix deelgenomen. Als hij ‘m straks rijdt, denkt hij echt niet meer: wat overkomt me nu? Laatst zei hij: ik merk eigenlijk niet zo heel veel verschil. Een groter compliment kun je ons niet maken. Maar hij zal er nog wel achter komen dat we de hardheid van het profmilieu niet kunnen nabootsen.’

Op het parkeerterrein van Avonturenpark Hellendoorn heeft verzorger Froukje naast de bus de campingstoeltjes opengeklapt. Er staat een pan rijst klaar, met tonijn, maïs en erwtjes. Met voorverpakte washandjes vegen de renners het voornaamste zweet van lijf en leden. De evaluatie volgt.

Cornelisse: ‘We zaten bij de tussensprint te ver naar achteren, jongens. En bij dat klimmetje naar de Holterberg hadden we best een keer weg kunnen kletsen, met z’n tweeën. Het halve peloton staat daar bijna stil. Fouten maken mag, in dit stadium. Maar liever niet twee keer dezelfde.’

Hebben de opleiders de nieuwe Tom Dumoulin al gespot? SEG-manager Van Haaren: ‘Ze kunnen het allemaal worden of geen van allen. Niets is zo onvoorspelbaar als talentontwikkeling.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden