Interview Tisha Volleman

Turnster Volleman stelt alles in het werk de komende Olympische Spelen wél te halen

Het havodiploma is binnen. Tisha Volleman (18), vorig jaar al de nummer negen bij de wereldtitelstrijd paardsprong, kan zich nu volledig op turnen richten. En dat blijft zeker een jaar zo. ‘Want ik weet nog niet wat ik wil. Wat nou echt mijn interesse heeft.’

Tisha Volleman in actie op de balk tijdens de Thialf Summer Challenge in Heerenveen tussen Japan, Groot Brittanië en Nederland. Beeld Jiri Buller/de Volkskrant

Dat laatste weet de Brabantse gymnaste eigenlijk wel. Haar grootste interesse heeft het turnen. Wie dertig uur per week in de trainingshal van Den Bosch doorbrengt, houdt dat alleen vol als het hart en het hoofd vervuld zijn van de sport die wordt beoefend.

Tisha Volleman, zondagmiddag goed voor de winnende vloeroefening bij de drielandenwedstrijd Nederland-Japan-Groot-Brittannië, heeft een groot voordeel. Ze is een kind uit een sportgezin. Haar ouders bezitten een dansschool in Eindhoven, Step by Step. Ze heeft twee sportieve broers. De een geldt als groot judotalent dat tweemaal per week op Papendal is te vinden. De ander danst professioneel in Engeland, ook een vorm van topsport. Het vierde lid, haar oudere zus, deed aan turnen, tot zij zich opwerkte tot osteopaat.

‘Zij zet mij recht, als het nodig is’, zo omschrijft Volleman de hulp van haar zus.

Geen pieperd

Lange tijd hoefde die oudere zus nauwelijks masserende en corrigerende bijstand te verlenen. Tisha stond bekend als de jonge turnster die nimmer blessures had. En als zij ze had, dan hield ze dat voor zich. ‘Tisha is geen pieperd’, zegt coach Nico Zijp over zijn beste pupil.

Pas de voorbije winter kwamen er fysieke problemen. Een middenvoetsbeentje dat ondraaglijke pijn opleverde en tot een maand verplichte rust leide. En daarna een blessure aan de rechterenkel. ‘Ik stond niet goed op de balk. Ik schoot er half naast. Het vliesje tussen het scheen- en kuitbeen heeft zo een flinke tik gekregen’, vertelt Volleman over de kwetsuur die ze bij een trainingskamp in Duitsland opliep en haar drie maanden pijn bezorgde.

Het was in de aanloop van een wereldbekertoernooi in Japan, een reis waarop zij en haar coach Nico Zijp zich zeer verheugd hadden. Het tweetal ging naar Tokio, maar besloot uiteindelijk dat de World Cup het maar even zonder Tisha Volleman uit Nederland moest doen. ‘Het was te veel risico in een seizoen, waarin een EK en een WK redelijk kort op elkaar volgen’, aldus Zijp.

Trainingskamp

Het werd daardoor voornamelijk een trainingskamp. ‘In het nationale topsportcentrum van Japan, in Tokio, komen de turnsters die zich op grote toernooien voorbereiden. Het is een bijzondere cultuur. Het is heel veel buigen, maar ook heel goed kijken’, vertelt Volleman, nadat zij in de ontdooide ijshockeyhal van Thialf een drietal Japanse turnsters heeft omhelsd: Hitomo Hatakeda, Nagi Kajita en Asuka Teramoto. De vier kennen elkaar van Tokio.

Het mooiste daar: ‘Kohei Uchimura.’ Dat is de drievoudig olympisch kampioen, man met tien wereldtitels achter de naam, een legende. Het moet een koddig tafereel zijn geweest daar in Tokio. Tisha Volleman, Hollandse vrouw van 1.64 meter, kijkt neer op de 1.61 metende Japanner Kohei.

De reis naar Japan ziet Tisha Volleman graag in 2020 herhaald. Dan zijn de Olympische Zomerspelen in Tokio en daar heeft de Eindhovense nog iets recht te zetten. In 2015 zorgde zij, met drie sterke toesteloptredens tijdens de WK in Glasgow, voor een fors aandeel in de directe kwalificatie van de Nederlandse turnploeg voor de Spelen van Rio. Een jaar later werd zij overgeslagen, toen het kwintet voor het toernooi werd aangewezen.

Ze geeft toe dat het haar een tik heeft gegeven. Zij moest als reserve thuis blijven. De reserve van Glasgow, Vera van Pol, ging mee naar Brazilië. ‘Ik moet zorgen dat ik er straks in Tokio bij ben. Hard trainen, beter worden, mijn uitvoering aanscherpen, mijn D-score (moeilijkheidsgraad, red) opvijzelen. Daar draait het om. Dat ik niet naar Rio ging, kon ik toen wel accepteren. Het was wel heel snel gegaan met mij, achteraf gezien.’

De beste vier

Tokio 2020 kent nog een extra horde voor turnsters die zich willen kwalificeren. Een landenteam bestaat daar uit vier vrouwen. In Rio was het nog een vijftal. Volleman is er niet van geschrokken. ‘Ik moet zorgen dat ik bij de beste vier zit.’

Ze oogt fysiek heel sterk. Ze is het type-Suzanne Harmes, een grote meid met opvallende lenigheid en snelheid. ‘Ze is mentaal heel sterk’, zegt haar coach Zijp.

Vooralsnog bereidt Volleman zich op alle vier toestellen voor op de grote toernooien die de komende jaren wachten: Glasgow (EK 2018), Doha (WK 2018), Szczecin (EK 2019), Stuttgart (WK 2019) en Tokio (OS 2020). ‘Ik ben een meerkamper. Met een lichte voorkeur voor sprong en vloer. Dat ik daarmee in de buurt kom van de toestelfinales, dat is mijn doel. Vorig jaar bij de WK in Montreal was ik reserve voor de sprongfinale. Dat motiveert natuurlijk enorm.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.