Interview Marino Pusic

Trainer Marino Pusic pinkt een traan weg na promotie van FC Twente. Moet mogen, vindt de Kroaat

Marino Pusic, de Kroatische trainer die FC Twente terugbracht naar de eredivisie, voelt zich thuis bij de emotionele Tukkers. ‘Als het op FC Twente aankomt is het hier net de Balkan.’

Pusic stopt zijn emoties niet weg. ‘Ik uit het. Als ik het kwijt ben, kan ik nuchter verder functioneren.’ Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Marino Pusic loop je niet zomaar voorbij. Hij is lang, heeft indringende ogen, praat makkelijk en graag, ook tegen volslagen onbekenden. ‘Ik ben een helper, dat straal ik misschien uit.’

Hij werd dit seizoen hoofdtrainer van FC Twente en direct kampioen van de eerste divisie. ‘Een fenomenale prestatie’, oordeelt de geboren Kroaat. ‘Dit is de sterkste eerste divisie ooit en we kwamen van heel ver.’

Of hij komend seizoen nog hoofdcoach is, daarover bestaan vraagtekens ondanks een doorlopend contract. Technisch directeur Ted van Leeuwen verschafte zondag geen duidelijkheid. ‘We gaan evalueren.’ Van Leeuwen liet doorschemeren teleurgesteld te zijn over het vertoonde spel. Ook de regionale media wezen daar geregeld op.

Pusic, eerder assistent en interim-coach bij Twente, reageerde recentelijk woedend tegenover NPO 1 over die aantijging. Maar nu is hij rustig. ‘Zo ben ik. Ik uit het, dan ben ik het kwijt en richt ik me op dingen waarop ik invloed heb: de spelersgroep, naaste collega’s. Politiek en media, daar kan ik weinig aan doen. Leg mij maar uit waarom er twijfels zijn, ik heb gedaan wat ik moest doen.’

Hulpverlener

Twee uur neemt hij de tijd voor de Volkskrant in de aanloop naar de titelwedstrijd. Er vallen geregeld termen waaruit zijn achtergrond als hulpverlener spreekt: groepsdynamisch proces, intermenselijk contact, secundair socialisatieproces. Achttien jaar werkte Pusic bij een gesloten instelling voor kinderen met ernstige gedragsproblemen.

Het gaat ook over de oorlog die Joegoslavië verscheurde. Pusic ont­vlucht­­te Mostar in 1992 toen de Balkanoorlog losbarstte, en streek neer in Doetinchem. Hij zat als speler in de selectie bij De Graafschap en FC Köln, was jeugdtrainer bij Vitesse en assistent bij NAC. Door die veelzijdige achtergrond was hij de ideale man voor de klus bij het diepgevallen Twente, vermoedt hij.

‘Feitelijk waren we de underdog, gezien de weerstand tegen deze club buiten Twente door alles wat hier op financieel gebied is gebeurd. Gezien de prestatiedruk ook. Als we niet zouden promoveren, zou de club naar de verdoemenis gaan.’

Dat helpen zat er altijd al in. ‘Als tiener had ik al een bepaald aanzien. Ja, sorry, klinkt misschien raar om van jezelf te zeggen, maar zo was het. Ik stond pal voor gasten die minder weerbaar zijn.’

Bij Velez Mostar, de club waar hij voor zijn vlucht speelde, kwamen weeskinderen bedelen. ‘Ik gaf ze vaak scheenbeschermers, schoenen, shirts; de materiaalvrouw werd gek van me. We zaten een keer met de selectie voor het clubhuis toen ze om kauwgum en een paar centen vroegen. Ik vroeg: wie is de leider? Ging een handje omhoog, ventje van 13. Hij zei: ik bepaal hier alles.

‘Ik zei: ‘oké, ik geef jou geld voor sandwiches, drinken en kauwgom voor de hele groep. Los jij het op, ik zie je zo’. Ploeggenoten lachten me uit. ‘Nou, Pus, dat geld ben je kwijt.’ Een kwartier later kwamen de kinderen terug, ze hadden precies gekocht wat ik gezegd had en gaven het wisselgeld terug. Iedereen met zijn bek vol tanden. Ik dacht: wat is dit gaaf.’

Sterke groep

De opdracht in Enschede, direct promoveren, was heikel. In de eerste divisie is opportunistisch voetbal vaak troef, het barst er dit seizoen bovendien van de ambitieuze clubs. ‘Sterker is-ie nooit geweest’, denkt Pusic.

Spaans-, Duits- en Engelstalige spelers kwamen erbij. De weinige overblijvers zaten met de mentale littekens van de degradatie. De teruggekeerde routinier Wout Brama voelde zich als een leraar op schoolreis. ‘Het is een diverse groep, dat kan een kracht zijn. Het kostte tijd om die tot een geheel te laten groeien. De groep is karakterologisch sterk, dat is een voordeel geweest.’

Pusic voerde eerst veel groepsgesprekken, daarna meer individueel. ‘Zonder schema, puur gevoelsmatig. Soms schakel je een collega in. Uiteindelijk doe je het samen.’

Twente werd gebombardeerd tot favoriet. ‘Had ik geen moeite mee, hoewel we in een van de eerste wedstrijden tegen concurrent Sparta maar dertien spelers hadden. Ik zei steeds: wij gaan een manier vinden om te winnen.’

Die werd gevonden. Dankzij een serie van veertien winstpartijen in vijftien duels maakte Twente zich na de winterstop los van de rest. Toch kwam er kritiek op het spel. ‘Door de grootte van de club en de successen uit het recente verleden was er een onrealistisch referentiekader.’

Feller: ‘We hebben niet defensief gespeeld, maar de puntjes op de i gezet. Kijk hoe vaak we hebben gescoord! Ik ben van nature heel romantisch, maar pragmaticus geworden. Er was behoefte aan meer controle, dat kreeg ik ook door vanuit de groep.’

Hij werkt volgens het BOB-principe: Beeld, Oordeel, Besluit. ‘Het uiteindelijke besluit neem ik, daar draag ik verantwoordelijkheid voor. In praktijk is het: ondersteunen, faciliteren en heel af en toe blaffen. Ja, ik kan ontploffen. Maar mijn hoofd is altijd koel. Ik raak niet in paniek, heb innerlijke rust.’

Vlucht naar Nederland

Zijn levenservaring hielp hem misschien wel meer dan zijn voetbalervaring, concludeert hij. Pusic had een ‘vredig, goed leven’ tot zijn geliefde Mostar, multiculturele stad in Bosnië en Herzegovina, kapot werd geschoten tijdens de Balkanoorlog (1992-1995). ‘Maar de periode daarvoor voelde eigenlijk beklemmender, als een luchtballon die gaat ontploffen.’

Hij vertelt over zijn vlucht naar Nederland als 19-jarige met vriendin, broertje en moeder nadat hij tijdens een avond stappen de kogels had horen fluiten. In Nederland kende hij enigszins de weg en wat mensen, door een kort avontuur bij De Graafschap en Go Ahead Eagles.

Het was de bedoeling een paar dagen te blijven, maar de oorlog verhevigde en uiteindelijk vestigde hij zich definitief in Doetinchem.

Hij was niet direct speelgerechtigd in Nederland, wellicht kostte het hem een fraaie carrière. ‘Ik stond daarvoor onder contract bij Rode Ster Belgrado dat in die jaren de Europa Cup I won en mocht rijpen bij Velez Mostar. Maar als je een paar jaar niet mag spelen en vol stress zit vanwege de situatie in je land, dan gaat dat ten koste van je stabiliteit.’

Pusic richtte zich op zijn studies. Na het gymnasium studeerde de boekenwurm rechten, sociaal pedagogische hulpverlening, leerde nog drie talen erbij en volgde een aantal managementopleidingen.

Op zijn 26ste gaf hij zijn pruttelende voetballoopbaan op om te gaan werken met kinderen met ernstige gedragsproblemen. ‘Pittig, maar de voldoening als iemand met problemen zich beter voelt, is onbetaalbaar.’ Hij maakte promotie na promotie, maar toen hij assistent kon worden van zijn Servische vriend Nebojsa Gudelj bij NAC besloot hij uit zijn ‘comfort zone’ te stappen. ‘Plus: de liefde voor de sport is heel sterk.’

Een groep kinderen met gedragsproblemen begeleiden is ergens totaal anders, meer ergens ook hetzelfde als een selectie profvoetballers coachen, stelt Pusic. ‘Er is natuurlijk meer ‘normaal gedrag’ bij profvoetballers, maar de druk waaronder ze staan, de belangen – zowel voor je club als individueel – en de aandacht zijn extreem.’ Glimlachend: ‘Zeker bij een rumoerige club als FC Twente.’

Titanic

Hij twijfelde niet toen hem tijdens het rampseizoen 2017-2018 werd gevraagd de selectie naar het seizoens­einde te begeleiden, omdat Verbeek werd ontslagen. ‘Alsof ik op de Titanic stapte. Er waren eilandjes door de hele club, geen zelfvertrouwen in de ploeg. 1 procent kans gaf ik ons, natuurlijk zijn we daarvoor gegaan. We haalden nog best wat punten, maar de concurrentie deed dat ook.’

Toen hij laatst op bezoek bij Radio 1 het geluidsfragment terughoorde van de degradatie werd hij emotioneel. ‘Dan hoor je jezelf dingen uitleggen over zaken waar ik niets aan kon doen. Ook de treurnis van de fans, van de hele regio greep me aan.’

Hij kreeg er veel reacties op, positief en negatief. ‘Ik hoorde dat ik me aanstelde. Tja, ik ben een emotionele man. Schaam ik me niet voor. Mogen we geen traantje wegpinken? Wie bepaalt dat? Ik ben geen softie. Als ik boos op je ben, kan ik je uitschelden van hier tot Tokio. Je weet wat je aan me hebt. Maar heus, ik verlies me niet in emoties. Als ik het kwijt ben, kan ik nuchter verder functioneren.’ Lachend: ‘Dan ben ik weer Nederlander.’

Toen hem na de degradatie werd gevraagd aan te blijven als hoofdcoach, raadde zijn omgeving hem dat af. ‘Vanwege de extreme moeilijkheidsgraad. Mislukt het dan krijg je als trainer zonder grote naam vaak geen kans meer. Ik had bovendien drie concrete aanbiedingen van andere clubs.’

Een bedankbrief van de supporters gaf de doorslag. ‘Dat heeft me enorm geraakt, toen voelde ik een emotionele verplichting.’

Nee, pathos is hem niet vreemd. Ook daarom voelt hij zich goed in Tukkerland, dat helemaal niet zo nuchter is als vaak gesteld. ‘Als het op FC Twente aankomt is het hier net de Balkan. Dat vind ik mooi, de fans maken deze club. Niemand anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.