Tovenaars in de jungle

Nooit werden in één seizoen zo veel trainers in de eredivisie op een zijspoor gezet als in de afgelopen competitie....

‘Wegwerpartikelen’, noemt Gerard Marsman ze, de trainers in het betaald voetbal, die vrijwel allemaal bij de door hem voorgezeten vakvereniging – Coaches Betaald Voetbal, CBV – zijn aangesloten. ‘Clubs hebben de mond vol van continuïteit, stabiliteit en planning, maar na twee of drie nederlagen ligt de trainer er als eerste uit. De kortetermijngedachte is aan de macht in het profvoetbal.’

Bij zijn afscheid als voorzitter van de CBV beschouwde Jan Reker, thans algemeen directeur van PSV, het in de zomer van 2007 als de verdienste van zijn club dat het aantal ontslagen trainers per seizoen in Nederland veel lager ligt dan elders in Europa: het gemiddelde van zes trainers in ere- en eerste divisie stak even schril als verheugend af bij het Italiaanse moyenne van 20 ontslagen in de Serie A en B.

Maar de tijden in de Nederlandse trainerswereld zijn snel veranderd. Het afgelopen seizoen werden alleen al in de eredivisie negen trainers voortijdig de laan uitgestuurd of op een andere positie in de organisatie gezet.

Dit weekeinde beginnen vier clubs (Ajax, PSV, Feyenoord en Vitesse) voor de derde achtereenvolgende keer het voetbalseizoen met een nieuwe hoofdtrainer. Vergeleken met de competitiestart van vorig jaar hebben elf eredivisieclubs deze zomer een wisseling van de wacht doorgevoerd. ‘Onthutsend’, zegt Marsman over dat verloop onder de trainers in de top van het Nederlandse voetbal.

‘Elke keer hoor ik die clubs bij de presentatie van een nieuwe trainer zeggen dat ze een keus voor de lange termijn hebben gemaakt, maar waar we met z’n allen streven naar een betere uitstraling en imago van deze wereld komen we op clubniveau te vaak terecht in soapseries.

‘Mooi vond ik dat Marco van Basten eind vorig seizoen, nadat hij had besloten Ajax te verlaten, zei: ‘Ik ben niet goed genoeg voor deze club.’ De honderd mensen die een jaar lang zijn visie hadden gedeeld en gesteund, hielden toen hun mond. Ze hadden in elk geval bij zichzelf ook de vraag moeten stellen wat er eveneens door hun toedoen werkelijk verkeerd was gegaan.

‘Alle clubs in het betaald voetbal pleiten voor meer rust en stabiliteit in de organisatie, maar de meeste handelen er niet naar. Er is een voortdurend veranderingsproces aan de gang, waarin professionaliteit ontbreekt en waarin ze ook niet bereid zijn hun lessen te leren. Door het enorme verloop van mensen en kennis zijn bestuurders vaak onvoldoende op de hoogte en geven ze de trainer maar een schop onder zijn kont als het even tegenzit, terwijl wel is aangetoond dat dit vaak de oplossing niet is.’

De economische crisis doet daar niets aan af, trainers worden binnengehaald als tovenaars, maar worden net zo gemakkelijk na een paar nederlagen weer bij het oud vuil gezet. Er is maar één ding dat telt en waarop het, overigens rijkelijk betaalde, bestaan van de toptrainer is gebouwd: het resultaat.

Alleen winnen telt om het gemor van sponsors, bestuurders en publiek te sussen. ‘De druk op de trainer neemt toe, en nu wordt hem zelfs door de regelgeving zijn gereedschap uit handen genomen. Het zogenoemde transfer-window maakt het mogelijk tot 31 augustus nog spelers te kopen en te verkopen. Met andere woorden; waar eindigt de voorbereiding van de trainer op het nieuwe seizoen en waar begint de werkelijke competitie?’

Leo Beenhakker, gelouterd in het vak en nu technisch adviseur bij Feyenoord, heeft tijdens zijn indrukwekkende reis door het voetballeven ondervonden hoe het werkt. Zijn hoofd heeft op het hakblok van zijn criticasters gelegen, maar werd ook, in tijden van triomf, door zijn bewonderaars bewierookt.

Met zijn karakteristieke zucht weet Beenhakker zijn lot in het gevecht met de massa te relativeren: ‘Niets brengt zoveel mensen in beweging als voetbal. Maar iedereen heeft er ook een mening over en iedereen denkt er verstand van te hebben.’

Vlak voordat Huub Stevens vorig seizoen opstapte bij PSV omdat hij een draagvlak voor zijn aanpak miste, deed hij wat de vaak zogenoemde ‘harde en emotieloze leider’ nooit had gedaan: hij huilde krokodillentranen door zich publiekelijk te beklagen over de positie van zichzelf en zijn collega’s.

‘Vroeger had je als trainer een bepaalde vrijheid. Die is er niet meer. De financiële en commerciële belangen maken het noodzakelijk dat je omgaat met de directie, met commissarissen, met sponsors en met de media. Je werk ligt onder een vergrootglas en wordt vaak beoordeeld door mensen zonder voetbal-knowhow.’

Die ontwikkeling is overigens niet nieuw. Het bereik van de technisch, fysiek en tactisch geschoolde trainer-coach gaat in deze tijd veel verder dan zijn selectie, hij is ook het gezicht van de club en draagt de verantwoordelijkheid van de typische manager, de man van de grote lijnen.

Toen Guus Hiddink enkele jaren geleden PSV verliet, beval hij bij de club zijn assistent Fred Rutten aan als zijn opvolger. Toenmalig voorzitter Rob Westerhof durfde het niet aan. ‘We betwijfelen of Fred de club wel kan dragen’, zei deze. ‘Wie goed werk doet bij FC Twente, is nog niet geschikt voor PSV.’

Na een tegenvallend seizoen bij Schalke 04, dat eindigde met voortijdig ontslag, maakt Rutten nu alsnog zijn opwachting bij PSV. Met zijn persoonlijke les van het leven. ‘Wat moet ik ermee als mensen tegen me zeggen dat ik er al veel eerder was geweest als ik bepaalde dingen had gedaan. Ik voel me niet slecht met mijn eigen handelen’, zei hij twee jaar geleden al in een interview met het blad Nummer 14.

Trond Sollied, de Noorse globetrotter, die vorig seizoen Heerenveen naar de nationale beker loodste, heeft daar een mooie opvatting over: ‘Je moet op het juiste moment in een nieuwe club stappen. Je moet iets kunnen toevoegen en groeien met het team, anders heeft het geen zin deze keuze te maken.’

Maar dat wel vanuit een positie die verder reikt dan het trainingsveld, de werkplaats van de moderne trainer-coach overstijgt grenzen omdat het voetbal van de wereld altijd dichtbij is. De belangen van de club als bedrijf liggen overal, spelers komen van alle continenten.

‘Fred Rutten is goed in het managen van een club, dat is een kunst op zich. In voetbal wordt het steeds belangrijker van verschillende elementen één geheel te maken’, zei Phillip Cocu toen hem na zijn afscheidswedstrijd in Eindhoven werd gevraagd naar zijn eigen toekomst in het trainersvak.

In zijn onlangs verschenen boek Twaalf coaches over succesvol management schrijft oud-volleybalcoach Toon Gerbrands, nu algemeen directeur bij AZ: ‘Het managen van prestaties in de topsport en het bedrijfsleven vertoont opvallend veel overeenkomsten. Beide sectoren zijn gericht op het leveren van prestaties en de processen die tot die prestaties leiden, lijken vaak sterk op elkaar.

‘Zowel in de sport als in het bedrijfsleven zijn coaches en managers voortdurend bezig met het stellen van prioriteiten, het maken van keuzes, het nemen van beslissingen en het aansturen en motiveren van teams en van individuen. In beide sectoren hebben ze te maken met ethische vraagstukken, met twijfels en zekerheden, met veranderingen en met de voor- en nadelen van succes.

‘De topsport kon worden gezien als een gesublimeerd model voor het bedrijfsleven. De processen die tot prestaties moeten leiden, vinden in de topsport plaats op overzichtelijke schaal, intens, weldoordacht en doelgericht.’

Leen Looijen was lang werkzaam als trainer-coach bij NEC, werd later technisch directeur bij dezelfde club en is nu in diezelfde hoedanigheid overgestapt naar het naar de eerste divisie gedegradeerde De Graafschap. Hij durft die vergelijking van het topvoetbal met het bedrijfsleven wel aan.

‘Er zijn vijf grote verschillen. In de eerste plaats verdienen voetballers vaak meer dan hun leidinggevenden, wat in het bedrijfsleven niet het geval is. Bij een betaald voetbalclub zijn veel meer vrijwilligers werkzaam, is er een veel gemêleerder gezelschap aan stakeholders, is de druk van de media veel groter en speelt de emotie een belangrijkere rol.

‘Als bij Real Madrid 100 duizend mensen uit protest tegen het beleid met witte zakdoekjes gaan zwaaien, dan legt dat een zware druk op de president. Die druk op leidt tot druk op de trainer, en zo werkt dat door in alle geledingen van de club.’

Erwin Koeman stapte drie jaar geleden op bij Feyenoord omdat hij vond dat hij meer crisismanager was geworden dan voetbaltrainer. ‘Er gebeurt hier elke dag wel iets dat niets met voetbal heeft te maken en ik loop alleen maar brandjes te blussen. Dat moet je dan maar zien te managen’, zei hij destijds.

Looijen gaat mee met de stelling dat ‘clubs hun eigen wanbeleid graag op de trainer afschuiven’, maar sluit zijn ogen ook niet voor het gebrek aan vaardigheid in eigen kring. ‘Ik heb me destijds bij NEC sterk gemaakt voor de benoeming van Mario Been.

‘Als docent bij de KNVB had ik hem meegemaakt in de trainersopleiding. Ik was meteen onder de indruk. Bij het bestuur van NEC kleefde, toen we op zoek waren naar een nieuwe hoofdtrainer, het Pietje Bell-imago heel sterk aan hem, maar ik heb gezegd: ‘Mario wordt een hele grote.

‘Hij heeft wat Leo Beenhakker ook heeft, zij kunnen met hun communicatieve kwaliteiten het beste uit de mensen halen door de juiste motivatiebronnen aan te boren. Zij weten op de juiste manier die aandacht aan mensen te geven om de goede klik te maken. Dat is ook wat de uit het onderwijs afkomstige trainers als Louis van Gaal, Co Adriaanse, Guus Hiddink en Ron Jans sterk maakt.’

Been zelf houdt het simpel: ‘Ik train op de manier waarop ik zelf als speler altijd gecoacht had willen worden.’ Louis van Gaal over zijn manier, in Twaalf coaches over succesvol management: ‘Kennis, ervaring en je persoonlijkheid geven je als trainer-coach de kans iedereen op de voor hem beste manier te benaderen. Voetbal is een echt vak geworden, maar de spelers moet nog steeds de weg worden gewezen. Ze blijven iemand nodig hebben, een visionair, die verstand heeft van het spel en die ze kan coachen. Voetbal is namelijk meer dan de bal van A naar B verplaatsen, er komt heel veel meer bij kijken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden