Tournee van een fondsenwerver

Winnen is niet langer het belangrijkste doel van wielrenner Lance Armstrong. Hij wil de wereld helpen kanker te overwinnen. ‘Hij is een pr-genie.’ Door Mark van Driel..

Lance Armstrong put motivatie uit een getal.1.500. Elke dag sterven ongeveer 1.500 Amerikanen aan kanker, de ziekte die Armstrong overwon. Dat is ruwweg acht maal de omvang van het peloton waartoe hij vanaf zondag behoort. Hij maakt na ruim drie jaar afwezigheid zijn rentree in de Tour Down Under.

De wielrenners zullen tijdens de vijfdaagse koers door Australië niet stilstaan bij hun sterfelijkheid, al zal Armstrong geen kans onbenut laten om kanker te bespreken. Hij is niet alleen teruggekeerd in het peloton om te winnen. Zijn rentree staat in het teken van overwinnen.

Met een maandenlange tournee door vele wielerlanden hoopt Armstrong meer aandacht te generen voor kankerbestrijding, een zaak waarvoor hij al tien jaar aandacht vraagt via zijn Lance Armstrong Foundation. Deze keer kijkt hij over de landsgrenzen. Hij heeft mondiale ambities. En daarbij hoort een tweede getal, dat te groot is om uit te drukken in wielerpelotons.

8.000.000.

Volgens Armstrong sterven wereldwijd jaarlijks acht miljoen mensen aan kanker – dagelijks 22.000. Gelijktijdig met de aankondiging van zijn rentree lanceerde hij het Live Strong Global Cancer Initiative, een poging om van kankerbestrijding een internationale prioriteit te maken. Hij wil wereldwijd wetenschappers, politici en belangenorganisaties bijeenbrengen om meer geld in te zamelen en betere resultaten te boeken.

In Parijs zal deze zomer, aansluitend op de Tour de France, het eerste Live Strong kankerforum worden georganiseerd.

Het zijn ongekende ambities voor een sportman. Maar Armstrong wordt allerminst voor hoogmoedig uitgemaakt. Onder kankeronderzoekers en politici heeft de zevenvoudig winnaar van de Tour de France een sterke reputatie opgebouwd als fondsenwerver en ambassadeur. Zijn mening doet ertoe, zijn ideeën worden serieus genomen.

‘Hij is een pr-genie’, meent professor Sjoerd Rodenhuis van het Nederlands Kanker Instituut. ‘Hij is de beroemdste ambassadeur van de kankerbestrijding.’

Met zijn stichting heeft Armstrong de afgelopen tien jaar zo’n 250 miljoen dollar opgehaald. Volgens de jaarverslagen is hij zelf een van de grootste donoren, met soms bijdragen van een half miljoen per jaar.

Een gemiddelde jaaropbrengst van 25 miljoen dollar is slechts een half procent van het totale budget van het Amerikaanse National Cancer Institute: circa vijf miljard dollar. Maar het is ook ongeveer een kwart van het bedrag dat het KFW Kankerfonds jaarlijks in Nederland te besteden heeft: een kleine 80 miljoen euro.

‘Dat is dus heel veel geld’, meent Rodenhuis. ‘Wie 25 miljoen binnenhaalt, behoort tot de heel grote jongens van de fondsenwerving. Vooral in Europa, waar minder geld aan kankerbestrijding wordt uitgegeven dan in de Verenigde Staten, is dat een enorm bedrag. Een typisch onderzoeksproject kost een half miljoen. Dat zijn dus vijftig projecten. Dat is veel.’

Om het geld wordt fel gestreden, aangezien er volgens wetenschappers een tekort aan fondsen is. In 2002 lukte het de Nederlandse hoogleraar Flora van Leeuwen nog 200 duizend dollar te krijgen voor onderzoek naar gezondheidseffecten van behandeling van teelbalkanker via chemotherapie. Armstrong leed aan die vorm van kanker. Nadien werden drie voorstellen op rij afgewezen, vermoedelijk omdat Amerikaanse onderzoekers het fonds hadden ontdekt.

‘Ik hoor alleen positieve geluiden over Armstrong’, zegt Van Leeuwen. ‘Hij heeft zaadbalkanker voor mannen gemakkelijker bespreekbaar gemaakt. En hij heeft het belang van overlevenden van kanker extra aandacht gegeven. Hij vraagt aandacht voor het leven na de ziekte, dat zijn eigen problemen met zich meebrengt. In Amerika noemen ze dat survivorship-studies, de kwestie die rond het overleven spelen. Dat heeft hij echt vorm gegeven.’

In Amerika is Armstrong meer dan een succesvolle particuliere fondsenwerver. Hij wendt zijn faam aan voor politieke doeleinden. Hij maakte sinds 2002 deel uit van het presidentiële kanker forum van George Bush. Hij bekritiseerde de president herhaaldelijk voor het snijden in onderzoeksbudgetten.

In de aanloop naar de verkiezingen organiseerde hij debatten waaraan meerdere presidentskandidaten meededen, onder wie Hillary Clinton en John McCain. Deze werden rechtstreeks op televisie uitgezonden.

Armstrong heeft president Obama, die zijn moeder en grootmoeder aan kanker verloor, meermaals gesproken over de noodzaak meer te doen aan bestrijding. ‘We moeten een oorlog tegen kanker ontketenen met meer middelen’, heeft Obama gezegd. ‘De Lance Armstrong Foundation geeft miljoenen Amerikanen een gevoel van hoop en kracht. De overheid moet aan zijn toewijding een voorbeeld nemen.’

In zijn thuisstaat Texas heeft Armstrong in 2007 al het voortouw genomen. Hij heeft intensief campagne gevoerd voor het zogeheten Proposition 15, een voorstel om in Texas een toonaangevend kankeronderzoeksinstituut op te richten. Kiezers mochten beslissen: 61 procent stemde voor het plan. De komende tien jaar wordt er in totaal drie miljard dollar voor uitgetrokken.

‘Armstrong is erg bedreven in de pleitbezorging van de kankerbestrijding’, meent Stan Termeer, hoofd communicatie van het KWF Kankerfonds. ‘Hij weet het onderwerp hoog op de politieke agenda te krijgen.’

Met zijn terugkeer in het peloton lijkt Armstrong van zins zijn invloed verder te vergroten, al hoopt hij vermoedelijk ook een einde te maken aan de teruglopende inkomsten van zijn stichting (zie graphic). De Tour Down Under wordt zondag voorafgegaan door een rit voor de kankerbestrijding en ook bij andere wedstrijden waaraan hij deelneemt, zal Armstrong steeds aandacht vragen voor zijn hoofddoel. Tegelijkertijd zal hij met zijn aanwezigheid in het peloton opnieuw illustreren dat er leven na kanker mogelijk is, ook al is hij misschien niet meer in staat koersen te winnen.

‘Patiënten beginnen vaak uit zichzelf over hem’, zegt Rodenhuis. ‘Als dokter is het heerlijk als je kunt refereren aan iemand als Armstrong: dat het allemaal weer goed kan komen.’ Een positieve instelling helpt patiënten doorgaans een zware chemotherapie te doorstaan.

Of het Armstrong lukt zijn mondiale aspiraties voor de kankerbestrijding te verwezenlijken, is lastig te voorspellen. Hij zet hoog in, zoals het een sportkampioen betaamt. Hij spiegelt zich aan oud-president Bill Clinton, die met zijn Global Initiative op allerlei terreinen een bijdrage tracht te leveren aan het verbeteren van de wereld.

Armstrong wil onderzoek stroomlijnen, partnerschappen creëren en belangenorganisaties samenbrengen. ‘Samen met wereldleiders zullen we kanker aan de vergetelheid ontrukken en maken tot een prioriteit.’

Het KWF is enthousiast over het initiatief. De kans is groot dat een vertegenwoordiger aanwezig zal zijn bij het forum dat Armstrong na de Tour zal organiseren. Volgens hoofd communicatie Termeer is er behoefte aan een globaal initiatief. Kanker is een welvaartsziekte. Naarmate mensen ouder worden, neemt de kans op kanker toe. Door de stijging van de welvaart in Azië en Afrika zal de ziekte ook daar een grotere rol spelen, ook al zijn steeds meer kankersoorten goed te behandelen.

‘Afgezien van het onderzoek was kankerbestrijding tot tien jaar geleden vooral een nationale aangelegenheid’, meent Termeer. ‘Het krijgt steeds meer internationale dimensies. In veel landen in Azië en Afrika wordt kanker bij wijze van spreken nog gezien als een besmettelijke ziekte. Van een internationale kankerbestrijding is nu nauwelijks sprake. Dus waarom zou Armstrong het niet kunnen doen? Hij werkt nauw samen met de American Cancer Society. Hij is geen hervormer, hij is eerder een voortrekker.’

Hoogleraar Rodenhuis is sceptischer over het mondiale initiatief. Hij meent dat Armstrong zich in de verkeerde richting beweegt. Er is weinig versnippering van kennis, het onderzoek wordt al gedeeld en een beetje concurrentie tussen wetenschappers kan volgens hem geen kwaad.

‘Er zijn altijd lieden die willen samenwerken, die naar congressen gaan en die geïnteresseerd zijn in publiciteit. De echte onderzoekers laten zich niet afleiden door dit soort politieke initiatieven. Het geeft niet. Ik blijf Armstrong een geweldige vent vinden.’

Eén waarschuwing heeft Rodenhuis wel in petto. Mocht Armstrong denken dat hij na zeven zeges in de Tour de Nobelprijs voor de geneeskunde kan winnen, dan vergist hij zich. Die zal altijd naar onderzoekers gaan. Want alleen baanbrekend onderzoek kan verandering brengen in sterftegetallen als 1.500 en 8.000.000.

Rodenhuis: ‘Voor een pr-genie bestaat geen Nobelprijs.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden