Tour de France?? Eh. Alle vragen over de Tour die u nooit durfde te stellen

U weet misschien niets van wielrennen. Maakt niet uit. We praten u snel bij. Kan het best nog een leuke Tour-periode worden.

Hoeveel renners doen er mee aan de Tour de France, en proberen die allemaal de Tour te winnen?

Er doen 22 ploegen van elk acht renners mee. Van die 176 renners weten er minstens 160 dat ze kansloos zijn voor de eindzege. Het is hun taak om hun kopman te helpen hoog in het eindklassement te komen, sprinters uit hun ploeg in winnende positie te brengen, water te halen voor hun ploeggenoten en 's avonds grappen te maken aan tafel. In het wielrennen mogen zulke renners nog gewoon 'knechten' worden genoemd. Ze hopen in stilte dat ze een keer in een ontsnapping zitten die standhoudt tot de finish - iets wat helaas zelden meer voorkomt - en de verrassende etappewinnaar te worden. Met een etappezege in de Tour de France is de carrière van elke wielrenner al geslaagd. 

Doen al die andere renners dan voor spek en bonen mee? 

Wielrennen is een teamsport. Er komt weliswaar maar één wielrenner als eerste over de finish – de overwinning wordt gedeeld. Naast de kopman, de belangrijkste renner van de ploeg, meestal met het rugnummer 1 (of 21, 31, 41 enz.) heeft iedereen in de ploeg een rol. 

Sommige ploegen kiezen voor een sprintersploeg, waarbij de knechten vooral de taak hebben om hun sprinter in de laatste kilometers vooraan het peloton te krijgen (zie ook het lemma ‘treintje’, verderop).

Andere ploegen wedden op meerdere paarden. Zoals Lotto-Jumbo, de Nederlandse wielerploeg. Daar is Steven Kruijswijk de aangewezen man voor in de bergen. En Dylan Groenewegen de man voor de sprint. Kruijswijk krijgt in de bergen hulp van onder ander Primoz Roglic. In de sprint is Timo Roosen de belangrijkste helper van Groenewegen.

Helpen, hoe doe je dat dan? 

Niet alleen duwen en wringen op het drukke wegdek. Ook bidons halen bij de ploegleiderswagen. Of een extra energiereep afstaan. Of wachten als de kopman moet plassen. En het belangrijkste van allemaal: uit de wind houden.

De Technische Universiteit Eindhoven en de Katholieke Universiteit Leuven hebben in een gezamenlijk project gemeten, becijferd en geverifieerd dat wie zich schuilhoudt in de achterste regionen van het peloton veel meer energie bespaart dan tot dusver is aangenomen.

De luchtweerstand is daar 5 tot 10 procent van de tegendruk waarmee een renner kampt die in zijn eentje fietst. De onderzoekers hebben het omgerekend: als een peloton 54 kilometer per uur rijdt, is het alsof de renner in de staart van de groep 12 tot 15 kilometer per uur fietst. Bestaande modellen, gebaseerd op een rijtje van vier achterelkaar rijdende sporters, gingen uit van 50 tot hooguit 70 procent minder weerstand. Het kan verklaren waarom iedereen die wel eens in een groot gezelschap heeft gefietst het idee heeft dat trappen nauwelijks nodig is. Lees hier het hele artikel over luchtweerstand. 

Jan Nolten in de Tour de France 13-7-1953 Beeld anp

Waarom winnen Nederlanders niet zo vaak de Tour de France?

Dat wonder heeft zich tot dusver maar twee keer voltrokken: Jan Janssen won in 1968, Joop Zoetemelk in 1980. Het hadden er meer kunnen zijn: met renners als Hennie Kuiper, Johan van der Velde, Peter Winnen, Erik Breukink en Steven Rooks had Nederland in het verleden potentiële winnaars in huis. Maar op de een of andere manier lukte het steeds net niet. Bovendien leken Nederlandse ploegen vaak meer geïnteresseerd in etappezeges, dan in de gele trui van de eindzege. 

De Tour de France begint met een sprintetappe. Een prooi voor Dylan Groenewegen, de Amsterdammer in dienst van Lotto-Jumbo. Hij won vorig jaar de sprint op de laatste dag. De meest prestigieuze van allemaal: op de Champs-Élysées in Parijs. En hij is in vorm, zo bleek al dit seizoen. Misschien wel beter dan ooit.

Hoe win je de Tour?

Elke dag worden op het podium door de rondemissen vier truien uitgereikt, een gele, een groene, een witte en eentje met rode bolletjes. De gele is voor de renner die bovenaan staat in het algemeen klassement, dat wordt opgemaakt aan de hand van de tijd. De groene trui is voor de leider in het puntenklassement: in elke rit zijn punten te verdienen, afhankelijk van de positie in de uitslag van een etappe. Veel sprinters dus. Op de top van elke berg of elk bergje liggen punten voor degenen die het eerst boven komen: wie bovenaan staat in het bergklassement krijgt de bolletjestrui. De witte trui is voor de beste jongere onder de 25.

Voor het algemeen klassement zijn er drie Nederlandse kopmannen afgevaardigd in Parijs. Weelde. Steven Kruijswijk verkoos de afgelopen jaren de Giro d’Italia boven de Tour, maar staat zaterdag voor het eerst sinds lange tijd weer aan de start in Frankrijk.

Bauke Mollema was vorig jaar in dienst van Alberto Contador mee naar de Tour. Het leverde hem een mooie etappezege op. Maar, zo liet hij in aanloop naar de Tour al weten, hij is klaar voor het kopmanschap.

En Tom Dumoulin? Tegen alle adviezen in kiest hij dit jaar voor de dubbel: de Giro en Tour achter elkaar. Een combinatie die zelden goed uitpakt. Maar hij is strijdbaar, zo was te lezen in het Algemeen Dagblad. ‘Het is jarenlang niet gedaan of het mislukte. Vorig jaar was Mikel Landa de eerste in lange tijd die goed was in beide rondes. Al reed hij door een valpartij in de Giro daar geen klassement. Froome liet het vorig jaar zien met winst in zowel de Tour als de Vuelta.'

‘De combinatie in die twee grote rondes is vaak wel een succes. Waarom zou dát wel kunnen, maar de Giro/Tour niet? Puur theoretisch gezien is de fysieke belasting even groot. Dus dat vind ik raar.’

Nederlandse deelnemers 2018:

Laurens ten Dam (Sunweb), Tom Dumoulin (Sunweb), Robert Gesink (LottoNL-Jumbo), Dylan Groenewegen (LottoNL-Jumbo), Koen de Kort (Trek-Segafredo), Steven Kruijswijk (LottoNL-Jumbo), Marco Minnaard (Wanty-Groupe Gobert), Bauke Mollema (Trek-Segafredo), Wout Poels (Sky), Timo Roosen (LottoNL-Jumbo), Ramon Sinkeldam (Groupama-FDJ), Tom-Jelte Slagter (Dimension Data), Niki Terpstra (Quick-Step Floors), Antwan Tolhoek (LottoNL-Jumbo)

Tom Dumoulin. Beeld Photo News

Wat is dat voor gehannes met die shirts, elke dag op het podium?

Het heet trui, geen shirt. De truien zijn bedacht om de herkenbaarheid van de leiders in de diverse klassementen te vergroten. Elke dag worden op het podium door de rondemissen vier truien uitgereikt, een gele, een groene, een witte en eentje met rode bolletjes. De gele is voor de renner die bovenaan staat in het algemeen klassement, dat wordt opgemaakt aan de hand van de tijd. De groene trui is voor de leider in het puntenklassement: in elke rit zijn punten te verdienen, afhankelijk van de positie in de uitslag. Op de top van elke berg of elk bergje liggen punten voor degenen die het eerst boven komen: wie bovenaan staat in het bergklassement krijgt de bolletjestrui. De witte trui is voor de beste jongere onder de 25. 

Vroeger had je ook nog de rode trui (de renner die de meeste punten had verzameld in tussensprints) en de lapjestrui voor de leider in het 'combinatieklassement' van de verschillende truien. Wie bovenaan staat in meerdere klassementen hoeft niet van start te gaan in twee of drie truien, maar draagt de belangrijkste en overhandigt de overige aan de nummer twee in het betreffende klassement.

Chris Froome met zijn gele trui op het podium. Beeld ANP

Waarom hebben die ploegen zulke rare namen? En heten ze niet gewoon 'Concordia', 'Samen Sterk' of 'Vitesse'? Dat bekt toch veel beter dan 'Hup Track Factory Racing'?

Ploegen heten naar hun sponsor. Daarom veranderen ze ook voortdurend van naam. Rabobank werd Belkin werd LottoNL-Jumbo. Skil-Shimano werd Argos-Shimano werd Giant-Shimano werd Giant-Alpecin. Wat het extra verwarrend maakt is dat een nieuwe sponsor ook een nieuwe wielertrui laat ontwerpen. Zo kleurt het peloton elk seizoen anders en is de liefhebber weer weken bezig met het bestuderen van de nieuwe wielershirts. Van 1930 tot en met 1961 werd de Tour de France verreden door landenploegen: dat was overzichtelijk. Het droeg ook sterk bij aan de mateloze populariteit van het wielrennen in het Nederland van de jaren vijftig: het waren ónze jongens die triomf op triomf boekten. 

Vroeger werden ploegen gesponsord door fietsmerken, maar dat veranderde in de jaren zestig. Toen begonnen ook andere producenten de commerciële mogelijkheden van het wielrennen te zien. Het sponsoren van een wielerploeg is, vergeleken met andere sporten, tamelijk goedkoop. Er rijden in de Tour ploegen rond met een budget van vijf miljoen euro per jaar. De duurste ploegen hebben rond twintig miljoen tot hun beschikking: dat bedrag betaalt een cosponsor in de Formule I voor een sticker op het achterspatbord. De jaarbegroting van een voetbalploeg als Barcelona of Manchester United is groter dan die van de totale professionele wielersport.

Waarom gebruiken die wielrenners altijd doping?

Wielrenners gebruiken niet altijd doping. En gebruik van stimulerende middelen komt voor in alle vormen van topsport. Het is wel waar dat er in de professionele wielersport vanaf het allervroegste begin een grote tolerantie heeft bestaan tegenover het gebruik van stimulantia. Dat had vooral te maken met de duur en de zwaarte van de gevraagde inspanningen. In de jaren negentig liep het, door de komst van het aanvankelijk onvindbare middel epo, uit de hand. Zonder epo was op niveau meedoen praktisch onmogelijk. Sinds de invoering van het zogenoemde 'biologisch paspoort', waarin allerlei bloedwaarden zijn vastgelegd en waarmee verdachte schommelingen kunnen worden geregistreerd, is het dopinggebruik verminderd. Geen andere sport doet zo veel moeite en besteedt zo veel geld om het dopingprobleem onder controle te krijgen. Dat zal overigens nooit helemaal lukken: er duiken voortdurend verhalen op over middelen die helpen, maar niet zijn te traceren. De mens is geen heilig boontje en tot alle slechts genegen, en dat geldt ook voor de wielrennende mens.

Ik begrijp niets van die wielertermen. Waarom praten die mensen niet normaal, zodat de leek ook snapt waar het over gaat?  

Het peloton is een kleine, besloten gemeenschap. Daarin is, zoals in alle besloten clubjes gebeurt, een eigen boeventaaltje ontstaan. Veel journalisten en commentatoren hebben zich dat ook eigen gemaakt, en gebruiken graag termen en frases als 'afzien' (het zwaar hebben), 'in het wiel zitten' (vlak achter iemand fietsen), 'stoempen' (hard trappen om bij te blijven), 'linkeballen' (profiteren van het werk van anderen), 'moraal hebben' (het gevoel hebben dat het lekker gaat), 'lead out man' (de renner die voorop rijdt voor een ploeggenoot), 'een treintje' (een rijtje ploeggenoten dat de sprinter in positie brengt), 'prepareren' (doping gebruiken), 'het spel' (doping), 'de grote molen' (het grootste tandwiel voor), 'de wegluitenant' (de renner die de strategie uitzet tijdens de koers) 'de bus' (een groep renners die in bergetappes bij elkaar blijft om op tijd binnen te komen), een 'hongerklop' (alle kracht verliezen door te weinig te eten) en 'een waaier' (renners die schuin achter elkaar rijden om geen last te hebben van tegenwind). Bij gebruik van onduidelijke termen kun je een van de vele wielerwoordenboeken raadplegen, een bevriende kenner bellen of uit de context proberen af te leiden wat er in godsnaam wordt bedoeld.

Het peleton. Beeld EPA

Oké, maar kun je dan in ieder geval het 'treintje' dat je zo vaak hoort uitleggen? 

Moreno Hofland, tijdens de Tour lid van de sprinttrein van André Greipel, omschreef de aanloop naar een massasprint aldus: 'Alsof je met honderd man tegelijk een heel drukke kroeg in wilt. Maar dan met 60 kilometer per uur. Op een fiets met bandjes van 2,5 centimeter breed.'

In de laatste paar honderd meter komen de sprinters pas op kop, maar eigenlijk begint op zo'n 3 kilometer van de aankomst de aanloop naar de sprint al. 'Dan wordt de snelheid opgevoerd tot boven de 60 per uur. Vaak is er dan één sprinttrein die het tempo bepaalt, daarachter rijden de renners elkaar in de chaos op een hoop.'

Jean-Paul van Poppel (54) mist het niet, dat gedrang in aanloop naar een massasprint. Het gevoel na een overwinning, ja, dat mist hij nog wel eens. Hij is een van de succesvolste sprinters uit de Nederlandse wielergeschiedenis. Hij won 22 etappes in de drie grote ronden.

Van Poppel schetst de ideale laatste kilometer: 'De sprinter moet op ongeveer 200 meter van de streep worden afgezet. Onder het vod van de laatste kilometer rijdt er een knecht nog 500 meter op kop, daarna wordt het tempo nog 300 meter verder opgevoerd. Want hoe hoger de snelheid op de 200 meter, hoe beter. Alleen houden veel treintjes dit niet vol.'

Tekst loopt door onder de afbeelding.

De 98ste Giro d'Italia, mei 2015. Beeld epa

Is de Tour de France de mooiste etappekoers van het jaar?

Nee. Meestal is de Giro d'Italia spannender, zijn de beklimmingen in Italië spectaculairder en rijden ze daar door nóg mooiere landstreken. Maar de Tour heeft één voordeel dat de wedstrijd boven alle andere verheft: hij wordt verreden als het hoogzomer is en veel mensen vakantie hebben. Daarom zijn de drie Tourweken de mooiste weken van het jaar en is de Tour uitgegroeid tot hét sportieve zomerevenement.

Moet ik naar de NOS kijken voor het rechtstreekse verslag of naar de VRT?

Het beste is om tussen die twee te schakelen. Bij de VRT krijg je van Michel Wuyts en José De Cauwer misschien wat meer specifieke koersinformatie, waarmee je de volgende dag goede sier kunt maken bij de koffie-automaat. Bij de NOS verzorgt Herbert Dijkstra de toeristische info betreffende kastelen en meertjes. Maarten Ducrot duidt op geheel eigen wijze en in het mooie Ducrotjargon de koers - bovendien krijg je van Dijkstra en Ducrot natuurlijk meer te horen over de lotgevallen van ónze jongens.

Heeft het zin om naar Frankrijk te reizen, tentje op te zetten in de buurt van het tourparcours en op dé dag langs de krant te gaan staan in afwachting van de renners? 

Als je toch al van kamperen houdt, is dat een goed plan. Elk jaar staan er tussen de tien en twaalf miljoen mensen langs de Routes du Tour de France, dus wachten op het peloton moet iets hebben. Het wachten kan ook aangenaam zijn, mits dat op Franse wijze geschiedt: barbecuetje mee, paar flessen wijn in de koeltas. Voor de renners rijdt de reclamekaravaan, een vreemd rijdend circus dat van alles over de wachtenden uitstrooit, zoals sleutelhangers en Haribo-snoepjes. Daarna komen de renners, maar die zijn in ongeveer 6 seconden voorbij. Als je geluk hebt is het peloton in stukken uiteen gevallen, dan duurt het wat langer. Dat geldt ook voor een positie langs de kant op een klim. Vermijd in dat geval meehollen met een renner, dat doen alleen proleten. Probeer in elk geval een weggegooide bidon te scoren als herinnering.

Hoe houden die mannen het vol om drie weken lang en een paar duizend kilometer op zo'n hard zadeltje te zitten? Ik heb na vijf kilometer al een houten kont. 

Training. En een fietsbroek met daarin een zeemleren lap van topkwaliteit. Maar ook renners kennen soms problemen met het zitvlak, waarvan de zogenoemde 'derde bal' de bekendste is. De derde bal is een ontsteking tussen scrotum en anus. Dat fietst beroerd. Vroeger deden renners in dergelijke gevallen een biefstuk in de broek om de pijn te verzachten, maar die gewoonte is helaas uitgestorven.

Hoe werkt het wanneer een renner tijdens de koers naar de wc moet?

Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden. Als de etappe nog in de beginfase verkeert, wordt soms een collectieve sanitaire stop ingelast. Demarreren (het peloton ontvluchten) is op zulke momenten not done. Als afstappen onmogelijk is omdat de koers is 'ontbrand', plassen renners staand op de fiets. Gebeurt dat in het zicht van toeschouwers, dan krijgen ze een boete. Poepen gebeurt in zonnebloemvelden of, als het echt niet anders kan, in de broek. Dat is wel een smerig gezicht, aan de finish.

Wielrenners tijdens een plaspauze op het wereldkampioenschap wielrennen. Beeld anp

Hoeveel verdient de winnaar van de Tour? 

De eerste prijs bedraagt 450 duizend euro, ongeveer een kwart van wat de winnaar van het tennistoernooi van Wimbledon ontvangt. De etappewinnaar krijgt 8.000 euro. De winnaar houdt het geld overigens niet zelf: hij verdeelt het onder zijn ploeggenoten en het ondersteunend personeel. Zelf ontvangt hij de revenuen van zijn Tourzege door aan de start te verschijnen in de wedstrijden na de Tour, een bonus van de sponsor of een contractverbetering.

Is er een film die ik kan bekijken ter voorbereiding op de Tour? 

Ja, en die film heet Nieuwe Helden. De regie was in handen van Dirk Jan Roeleven, de camera in die van Rob Hodselmans. Nieuwe Helden, verkrijgbaar op dvd, volgt de Argos Shimano-ploeg van Marcel Kittel in de Tour van 2013. Nieuwe Helden is een van de beste wielerfilms ooit gemaakt en ademt de Tour.

Waarom zijn die coureurs over het algemeen lelijker dan schaatsers, voetballers en atleten?

Er zijn ook heus wel mooie wielrenners, met krachtige koppen en imposante dijen: Fabian Cancellara, Marcel Kittel, Tom Boonen, Tom Dumoulin. Wat een rol speelt bij de wat minder geslaagde exemplaren, is het uitputtende karakter van de sport. En de noodzaak om kracht te combineren met een minimaal lichaamsgewicht: anders kom je geen berg op. Dat gegeven zorgt voor getekende koppen en lichamen zonder een greintje vet. Na het einde van hun carrière zie je renners vaak weer behoorlijk opknappen. In de jaren negentig hadden wielrenners vaak grote neuzen en een kale kop: dat kwam door de doping, en met name door groeihormonen. Het gerucht dat renners vaak groot geschapen zijn is waar, zo heeft onderzoek in de douches van Parijs-Roubaix uitgewezen. Hoe dat komt weet niemand. Overigens hebben ook lelijke renners vaak heel mooie vrouwen.

Fabian Cancellara. Beeld EPA

Waarom is er wel een Tour de France voor mannen, en niet eentje voor vrouwen? 

Ooit is die er wel geweest, maar het was geen succes. Het vrouwenwielrennen heeft er altijd een beetje bij gehangen. Heel lang was de sport zelfs het bijna exclusieve domein van mannen: in de Tour de France was de aanwezigheid van vrouwen - anders dan langs de kant en in de reclamekaravaan - verboden. De eerste vrouwelijke verzorgster, de Australische Shelley Verses in de jaren tachtig van de vorige eeuw, en de eerste vrouwelijke verslaggevers zorgden voor veel ophef en onrust onder renners en mannelijke volgers. Het vrouwenwielrennen wint langzaam maar zeker aan kwaliteit en professionaliteit en krijgt steeds meer aandacht. In Nederland deden eerst Leontien van Moorsel en later Marianne Vos - de 'Merckx van het vrouwenpeloton' - veel goed werk. Maar er zal nog heel wat water door de Seine stromen, voor er een Tour voor vrouwen komt die evenveel aandacht krijgt als de ronde voor mannen.

Marcel Kittel tijdens de presentatie van het routeschema van de Tour de France. Beeld anp

Hoe hard gaan wielrenners eigenlijk?

Heel hard. De hoogste gemiddelde snelheid gedurende een volledige Tour de France werd bereikt in 2006, toen winnaar Óscar Pereiro 40,7 kilometer per uur haalde. In de sprint kan de snelheid oplopen tot boven de 70 kilometer. In 1967 stortte de Fransman Lucien Aimar zich van de Ventoux en reed (zonder helm) even 140 kilometer per uur. Dat is gevaarlijk op zulke dunne bandjes. De Engelsman Chris Boardman raffelde in de Tour van 1994 de proloog af met een gemiddelde snelheid van 55,1 kilometer per uur, de Italiaan Mario Cipollini won in 1999 de snelste etappe ooit: 50,3 kilometer gemiddeld.

Kunnen we dit jaar ook weer tv-beelden en foto's van renners tegen de achtergrond van een zonnebloemveld verwachten? 

Ja. De zonnebloemlobby in Frankrijk is zeer krachtig.

Tour 2016. Beeld REUTERS

Zijn wielrenners pure atleten die zich alle geneugten van het leven ontzeggen? 

Niet altijd, en vroeger al helemaal niet. Er is een beroemde oude Tourfoto waarop je ziet dat een renner voorin het peloton een andere renner een vuurtje geeft. De Italiaanse campionissimo Gino Bartali zat in het rustige begin van etappes vaak achterin het peloton lekker te roken. Aan de vooravond van zijn legendarische Tourzege van 1968 dronk Jan Janssen een halve liter rode wijn en stak daarbij een sigaretje op. Jan Raas won ooit een lange Touretappe, nadat hij eerst flink over zijn nek was gegaan vanwege een stevige kater. Seks en wielrennen is wél lang een verboden combinatie geweest: sommige wielrenners zagen gedurende het seizoen af van geslachtsverkeer, omdat er essentiële lichaamssappen verloren zouden gaan en geilheid de drang om te winnen zou verhogen. Tegenwoordig is de rokende en drinkende wielrenner een hoge uitzondering, zeker gedurende het seizoen. Sinds Greg LeMond toegaf dat hij de nacht voor zijn wereldtitel van 1989 langdurig de liefde had bedreven, is het taboe op seks definitief verdwenen.

En mocht je nu toch nog met nóg meer vragen zitten, bekijk dan deze special. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.