Nieuws WK baanwielrennen

Totale toewijding levert Van Schip wereldtitel puntenkoers op

Na de tweede plaats van vorig jaar is hij nu beste in de puntenkoers.

Van Schip leidt voor de Spanjaard Mora in de puntenkoers tijdens het WK baanwielrennen in Pruszków. Beeld REUTERS

‘Ongeloveloos. Heel sick. Heel vet.’ Met een bezweet gelaat, waarop opperste verrukking en verbijstering om voorrang vechten, betreedt Jan Willem van Schip (24) met de Nederlandse vlag in zijn hand het middenterrein van de BZG Arena in Pruszków. Zojuist is hij wereldkampioen puntenkoers geworden. Euforisch: ‘Ik dacht: met de polsjes naar binnen, ga ik het WK winnen.’ Van Schip is na Peter Schep in 2006 de tweede Nederlander die op dit onderdeel de regenboogtrui aantrekt.

Hij ontpopte zich vorig jaar tot een smaakmaker van de WK in Apeldoorn. Een kolkend Omnisport sloot de toenmalige student bodem, water, atmosfeer aan de Wageningse universiteit in de armen, nadat hij zich met gehavend vel en de koersbroek aan flarden naar het zilver had geknokt op het omnium, de meerkamp op de baan. Een medaille van hetzelfde eremetaal op de puntenkoers was toen al in zijn bezit.

Een jaar later, ver van huis, in de BZG Arena in het Poolse Pruszków, etaleert Van Schip dezelfde overgave, maar nu gekruid met groot machtsvertoon. Van het begin af aan agressief rijdend schroeft hij in de puntenkoers, waarbij over een afstand van 40 kilometer in tussensprints punten kunnen worden gehaald, gestaag zijn score omhoog. Als er een concurrent dichter in de buurt dreigt te komen, heeft hij telkens een antwoord paraat.

Rammen

Iedereen bijt de tanden op hem stuk. Hij had van tevoren verwacht dat nu zijn rol als outsider wel zou zijn uitgespeeld en dat de marges beperkt zouden zijn. Ze zijn er in Polen simpelweg niet toe in staat. ‘Het was gewoon rammen. Ik zat er lekker in, ja.’

Van Schip, onder contract bij de Belgisch-Nederlandse fusieploeg Roompot-Charles, is een renner die zijn activiteiten op de weg combineert met het baanwielrennen.

Hij won in 2017 de Ronde van Drenthe en vorig jaar de Slag om Norg. Hij speelde een hoofdrol in de laatste Gent-Wevelgem, toen hij er met zijn toenmalige ploeggenoot Brian van Goethem vroeg vandoorging en weigerde te capituleren toen de grote favorieten met onder andere Peter Sagan hem opveegden – hij werd twaalfde.

Hij gelooft heilig in het beoefenen van beide disciplines. ‘Het maakt me beter. Het is niet voor niets dat ik op de weg na een vroege vlucht anderen er nog af sprint, dat is omdat ik op de baan telkens weer die sprintjes doe. Dat is geen hogere wiskunde.’ Eigenzinnig is een etiket dat op hem past. Dat begint al met zijn stuur, dat op een kinderfiets niet zou misstaan en bij andere renners vooral verbazing wekt, zo smal is het. Het houdt zijn ellebogen binnenboord, dat scheelt in de luchtweerstand.

Voor de race mediteert hij op een matje in de catacomben, op zoek naar de rust, weg van de chaos in het wielerpaleis. Na een race stampt hij altijd even woest op de rollers, nu ook weer na de finale. Wie zijn reactie wil, moet maar even wachten.

Evaluatie

Laat geen misverstand bestaan over zijn toewijding. Na elke wereldbekerwedstrijd noteerde hij bij wijze van voorbereiding op dit WK zelf een evaluatie, niet zelden zeven tot acht kantjes vol: hoe hij de wedstrijd is ingegaan, welk verzet hij reed, hoe de voeding is bevallen. Zijn vocabulaire is ook al weinig orthodox. Fietsen heet bij hem al gauw ‘hakken’, iemand verslaan is de ander ‘eraf boren’.

Terug naar Apeldoorn vorig jaar. Toen was de vraag of hij al eens droomt van winst in een klassieker. Nee dus. ‘Ik wil graag de Driedaagse De Panne winnen, man. Langs die weg met die tramlijn langs zee, waar niemand staat.’ Daarna was er de toevoeging. ‘En wereldkampioen en olympisch kampioen worden.’ De eerste buit is al binnen.  

Routinier Theo Bos (35) is nog altijd een meneer van formaat op de baanfiets. Speelde hij afgelopen donderdag in Polen geen rol van betekenis op het onderdeel keirin (hij eindigde als elfde), op de kilometer tijdrit pakte hij vrijdagavond het zilver achter de Fransman Quentin Lafargue, op wie hij drie tiende van een seconde toegaf. Het was zijn veertiende WK-medaille.

Bos sloeg toe in de voor hem typerende stijl: de opening was niet daverend, maar daarna, ogenschijnlijk meer op souplesse dan op pure kracht, trok hij fors door. Sinds zijn terugkeer als sprinter op de weg naar de overdekte baan in 2016 heeft Bos op elk WK het podium gehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden