Topsporters krijgen recht op uitkering bij vormverlies

Nederlandse topsporters krijgen per direct recht op een werkloosheidsuitkering bij inkomensverlies, als ze bijvoorbeeld uit vorm zijn. Dit zijn de nationale sportkoepel NOC*NSF en uitkeringsinstantie UWV overeengekomen. Het betekent impliciet de officiële erkenning van het beroep van topsporter.

Zwemmer Joeri Verlinden raakte door ziekte en vormverlies zijn stipendium kwijt. Beeld ANP

Als de topsporter zijn of haar A-status verliest, het stempel dat hij of zij tot de beste acht van de wereld behoort, kan die sporter in de nieuwe situatie voortaan via uitkeringsinstantie UWV het inkomensverlies aanzuiveren. Dat verlies was tot voor kort zeer fors.

De topsporter die degradeerde van A- naar B-status was zijn stipendium, een soort van beurs fluctuerend tussen minimumloon (1.625 euro) en modaal loon (2.720 euro per maand), kwijt. Nu krijgt de topper met vormdip en voldoende arbeidsverleden in de eerste twee maanden na die degradatie net als alle Nederlandse werknemers 75 procent van zijn laatstverdiende geld. Daarna wordt dat 70 procent, vervolgens moet hij zich op last van UWV beschikbaar houden voor 'de gehele arbeidsmarkt'.

Met deze periode, die maximaal zes maanden kan duren en waarin de sportman of vrouw zich mag richten 'op vergelijkbare en beschikbare betaalde arbeid binnen de eigen beroepsgroep', komt de erkenning van het beroep van topsporter tot stand. Zo luidt de mededeling van de betrokken functionarissen van NOC*NSF, hoofd topsport Els van Kernebeek en chef Athlete Services, Eric Lankers.

'Deze eerste periode kun je zeggen dat je beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt, terwijl je doortraint om de A-status weer terug te krijgen. Je houdt dan recht op WW, ook al ben je alleen maar met sport bezig. Daarna kun je een baan als pakweg koerier niet meer afslaan omdat je wilt blijven trainen. Je recht op WW vervalt dan', aldus de uitleg van NOC*NSF.

Nooit meer platzak door vormdip met topsportspaarrekening

Joeri Verlinden, specialist op de vlinderslag, raakte door ziekte en vormverlies zijn A-status kwijt. Dankzij z'n spaargeld bleef hij zijn vak, topsport, beoefenen. Een uitkering was welkom geweest. (+)

De nationale sportkoepel heeft via het Fonds voor de Topsporter sinds 1994 een onkosten- en inkomensregeling voor topsporters ingericht. In 2001 ontstond met medewerking van staatssecretaris Margo Vliegenthart het 'stipendium'. Dat is geen salaris en geen arbeidsovereenkomst. 'Het is een maandelijkse uitkering als tegemoetkoming in het levensonderhoud', aldus de beheerders van de regeling die in olympisch jaar 2016 voor 12 miljoen euro geboekt staat.

De regeling is de laatste jaren tot 420 sporters uitgebreid. Sporters die te veel verdienen, zoals topschaatsers, tennissers of turners met een grote sponsor, komen niet in aanmerking. Van de 550 Nederlandse A-sporters laat 80 procent zich uitbetalen door het fonds. Het is de basis van de successen van Nederland in de olympische topsport. 'Het stipendium is daarin cruciaal. Daardoor kunnen onze topsporters fulltime aan hun sport werken. Ze moeten wel. Want de rest van de wereld doet het ook zo. Als dit er niet was, konden we het schudden', aldus topsportmanager Jeroen Bijl van NOC*NSF.

Els van Karnebeek. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden