Topsporters klagen over 'zorg'

Een groot aantal olympische sporters zou vaker gebruik willen maken van topsportmedische voorzieningen maar ziet daar wegens `financiële drempels' van af....

Dat staat in het rapport `Toegankelijkheid sportmedische zorg voor topsporters' dat in opdracht van de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF werd samengesteld. Het rapport werd gisteren op sportcentrum Papendal overhandigd aan de nieuwe voorzitter van NOC*NSF, Erica Terpstra.

Uit de rapportage blijkt dat de `zorgkosten' van topsporters gemiddeld 3,4 keer hoger zijn dan van de gemiddelde Nederlander. Voor topsporter in de leeftijd van 20 tot 29 jaar is dit zelfs 3,9 keer hoger.

Gemiddeld doen topsporters in Nederland per jaar 26,2 keer een beroep op (para)medische hulp. De kosten hiervoor - minus die van medicijnen en ziekenhuisopname - bedragen gemiddeld 766 euro per jaar.

Tussen de sporten zijn de verschillen zeer groot. De kosten voor een hockeyer (gemiddeld 2575 euro) en een atleet (2216 euro) zijn het hoogst. `Luchtsporters' (onder meer zweefvliegen) maken maar weinig gebruik van de sportmedische diensten (58 euro).

Gemiddeld betalen topsporters een kwart van de kosten zelf, de rest komt voor rekening van de verzekeraars. Consulten van sportartsen die niet voor de bond werken vormen de grootste kostenpost. Liefst 69 procent van deze kosten worden door de sporters zelf betaald.

Over het algemeen zijn de Nederlandse sporters tevreden over de kwaliteit en toegankelijkheid van de medische zorg. Daarentegen tonen zij zich ontevreden over de `transparantie van het zorgaanbod'.

Onbekend is vaak waar de beste medische hulp voorhanden is. De atletencommissie bepleit daarom `een meer gerichte voorlichting'. Opvallend is dat een groot deel van de Nederlandse topsporters aangeeft dat de huidige medische begeleiding tijdens wedstrijden en trainingsstages in het buitenland tekortschiet. Dit heeft `onnodige blessures' tot gevolg.

`Uit het rapport blijkt dat er de nodige knelpunten zijn in de toegankelijkheid van de medische zorg', vertelt Mirjam ter Beek, roeister en vice-voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF. `Er zijn vooral financiële drempels die een deel van de sporters weerhouden van het inschakelen van medische hulp.'

Er bestaat voor sporters geen speciale ziekteverzekering en die zal er ook niet komen, verwacht Ter Beek. Bijna de helft van de sporters geeft aan dat ze binnen hun verzekering nog zaken missen.

De vergoeding van fysiotherapie is daarbij het `grootste knelpunt'. 38 Procent geeft aan af te willen van de beperkingen op de vergoeding van deze`noodzakelijke basisvoorziening'.

Het rapport verschijnt op het moment dat sportarts Peter Vergouwen zijn afdeling topsportgeneeskunde bij Numico in Wageningen met ingang van 1 december, wegens `een strategische heroriëntatie' bij de multinational, moet sluiten. Veel olympische sporters kwamen bij hem in de praktijk.

Er wordt nog gekeken of een doorstart mogelijk is `buiten Numico', zo meldt de brief die eind vorige week aan sporters werd gestuurd. Aansluiting bij het Sportmedisch Centrum Maartenskliniek in Nijmegen is echter, zoals deze krant al meldde, van de baan. Sporters worden in de brief na 1 december doorverwezen naar hun `bondsarts, SMA-arts of huisarts'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden