InterviewLois Abbingh en Henk Groener

Topschutter Lois Abbingh: ‘Ik kom niet in de positie waarin ik lekker kan schieten’

Door het wegvallen van de zwaar geblesseerde spelmaker Estavana Polman komt Lois Abbingh moeilijker tot scoren op het EK handbal. Ze mist de bliksemafleider.

null Beeld BSR Agency
Beeld BSR Agency

Precies 365 dagen nadat Lois Abbingh de WK-finale in Japan heeft beslist, moet ze in Denemarken haar topvorm zien terug te vinden om het Nederlandse handbalteam te behoeden voor een voortijdig afscheid van het EK. De nationale ploeg, van slag door liefst drie nederlagen, heeft maandag tegen Duitsland meer doelpunten nodig van de WK-topscorer.

Abbingh, de vrouw met de machtige rechterarm, heeft geldige verklaringen voor haar geringere inbreng en voor de matige vorm van Nederland. De snelheid is uit het spel. Er wordt te veel uit stand aangevallen in plaats van uit beweging. ‘Ik merk dat zelf, omdat ik niet in de positie kom waarin ik lekker kan schieten. De tegenstanders zijn ook niet stom. Die blijven niet op de 6-meterlijn op mij wachten. We lossen het niet op door een gebrek aan beweging.’

Nog een verklaring: Abbingh, normaliter de rechtshandige schutter van de linkeropbouw, is door de afwezigheid van de zwaar geblesseerde spelmaker Estavana Polman terechtgekomen op de voor haar ongewone middenpositie. ‘Ik kom in de aanval op andere plekken terecht dan normaal wanneer ik van mijn vertrouwde positie mag vertrekken.

‘Niet dat ik daartegen bezwaar heb, hoor. Als het werkt om zo structuur aan te brengen, dan is het geen probleem. Ik ga in het belang van het team overal staan, als ze me dat vragen. Maar ons spel is gewoon anders, nu we veel met Kelly Dulfer en Larissa Nüsser in de opbouwrij spelen. We hebben eigenlijk nog nooit zo gespeeld, op één geslaagde oefenwedstrijd tegen Duitsland na. Maar oefenen is wat anders dan een EK-wedstrijd spelen.’

Nauwelijks samen getraind 

Door alle coronabeperkingen heeft de nationale ploeg in de twaalf maanden sinds de verovering van de wereldtitel nauwelijks kunnen samenkomen, laat staan stevige stages afwerken. ‘We hebben de tijd niet gehad om de nieuwe manier van samenspelen te vinden. Dat kost nu eenmaal tijd.’

Het wegvallen van Polman uit het hart van de aanval heeft de hele ploeg geraakt, maar vooral Abbingh. Polman was de bliksemafleider, Abbingh kwam uit de tweede rij om de gecreëerde ruimte te benutten voor een daverend schot. Schouder, elleboog, pols, zwiep. Een bal van 100 kilometer per uur. 

‘Tuurlijk missen we Estavana. Mis ik Estavana. Als ik nu denk de mogelijkheid te hebben om hoog te komen en te schieten, dan staat er wel iemand voor mijn neus om me een klap te verkopen en daarna staat nog een verdedigingsblok klaar. Dat is moeilijk op te lossen.’

Schieten van afstand is de raadgeving. Abbingh, licht cynisch: ‘Ik kan toch moeilijk van 15 meter afstand op doel gaan schieten.’

De Groningse, na omzwervingen door Duitsland, Roemenië, Frankrijk en Rusland nu spelend voor de Deense topclub Odense, heeft te maken met haar eigen reputatie. Vorig jaar schoot zij op het WK 7,1 doelpunten per wedstrijd (71 goals in 10 wedstrijden). Nu staat ze na vier EK-duels op een moyenne van 3,5. ‘Die 71 was een onvoorstelbare productie. Het is ook een momentopname. Je bent in vorm en alles lukt. Het is niet standaard dat je elke wedstrijd er zeven maakt. Ik ben geen robot, ik ben ook maar een mens.’

Geweldige entree

In Duitsland maakte ze als 18-jarige een geweldige entree. Ze weet het nog. ‘Oldenburg, mijn eerste club, ik zou in het eerste seizoen er misschien 30, 40 maken, zei het management. Als het meezat met dan jonkie. Ik werd clubtopscorer met meer dan 100 goals. Ja, daar heb ik de lat heel hoog gelegd voor mezelf.’ 

Het WK in Japan is een andere hoog liggende lat. ‘Als het vorig jaar extreem goed was wat wij deden, dan kan het nu niet opeens extreem slecht zijn.’ 

Ze vraagt om begrip voor het stroef verlopende EK in Denemarken, nog mogelijk te redden door de wedstrijden tegen Duitsland en Roemenië te winnen. ‘Dit Europese toernooi is lastig, je kunt van elk team verliezen als je niet op je scherpst bent en fouten maakt. Wat ons is gebeurd.

‘De afgelopen vijf jaar, met telkens een plek bij de laatste vier, is het voor ons telkens extreem goed uitgepakt. We hebben altijd gezegd: er komt een jaar waarin het niet zo goed gaat. Heus, het is niet zo gek als het een keertje niet lukt. We zijn door de jaren heen ook topspelers (Groot, Visser, Broch, Polman) verloren. En toch pakten we de draad altijd weer op.’

Het kan allemaal nog lukken in Denemarken. Maar dan moet het hoofd vrij zijn, dan moet er procesmatig en niet resultaatgericht gedacht worden in de wedstrijd. ‘Precies. Maar dat is niet gemakkelijk hoor, als je wereldkampioen bent en iedereen heel veel van jou verwacht.’

Duitsland hervindt net op tijd zijn snelle spel

Een witz noemde Henk Groener, de Nederlandse coach van het Duitse handbalteam, het speelschema van de Europese titelstrijd in Denemarken. Zijn ploeg kreeg na de voorronde vier dagen rust en begon zaterdag aan een slopend programma: drie wedstrijden in vier dagen, de Duitse agenda voor de hoofdronde.

Die eerste opgave ging voortreffelijk. Hongarije werd met 32-25 verslagen. De benen en armen werkten nog naar behoren. Maandag volgt de tweede opdracht: Nederland verslaan. Dinsdag is de derde match, tegen Kroatië. Het schema is zo opgesteld opdat de organiserende landen, Denemarken en Noorwegen, zo veel mogelijk thuisvoordeel hebben.

Grappig genoeg kregen de Duitse handbalsters in hun gedwongen vierdaagse retraite in Kolding (teams verkeren door coronamaatregelen in complete isolatie) de spirit terug. Die was ver te zoeken na de desastreuze poulenederlaag tegen Noorwegen (42-23).

Groener, de oud-bondscoach van Nederland (2009-2016): ‘We hebben in de extra trainingsdagen ons snelle spel kunnen terugvinden dat er in de eerste ronde niet uit kwam. Maar dat was logisch gezien de voorbereiding die we hebben gehad. Het was anders dan we ons wensten.’

Duitsland moest zich zonder zijn coach zien te redden in de tiendaagse aanloop naar het EK. Groener miste zelfs de eerste wedstrijd, die tegen Roemenië (22-19-zege). Dagenlang moest hij afstand houden wegens een coronabesmetting. Daarvan is de Arnhemmer nu hersteld.

De Nederlander kreeg forse kritiek in Duitsland. Het spel was, zeker na de patzer tegen het vliegensvlugge Noorwegen, ver beneden de maat. Tegen Hongarije was er herstel. ‘We toonden weer aan dat we het internationale niveau aan kunnen. Daaraan werd getwijfeld na de eerste ronde. We speelden in de snelle stijl naar voren die ik graag zie. Of het een naam heeft? Nou, nee. Het is gewoon het handbal dat wij graag spelen.’

Het is diep, snel, over de lengte-as, passes over 20, 30 meter, verticaal in plaats van horizontaal. Het lijkt op dat van Nederland, Noorwegen en Denemarken, teams die op de uitbraak loeren na een schot van de tegenstander. Het duel van maandag, beslissend voor Nederland, zal daarmee een pot op hoge toeren worden.

‘Een zware wedstrijd’, aldus Groener die vorig jaar op het WK met zijn team Nederland aan de kant schoof (25-23). Duitsland miste vervolgens de toegang tot de halve finales en verknalde zelfs de mogelijkheid om zich voor een van de drie olympische kwalificatietoernooien (OKT) te plaatsen. Dat heeft veel pijn gedaan in het traditionele handballand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden