Topprestaties komen zelden uit luxe voort

Drie jaar geleden was Robin Korving één der verschoppelingen. Bij de EK van Helsinki 'te bedonderd' om zich volledig te geven....

HANS VAN WISSEN

'ALS IK een contactsport had beoefend, zou ik mensen hebben verscheurd. Ik ben blij dat ik ben gaan hordenlopen. Ik kan mijn energie erin kwijt. Als ukkie heb ik gezwommen, aan judo gedaan. De zelfbeheersing die daarin werd aangekweekt, is de reden dat ik nooit met iemand heb gevochten.'

Met milde schooljufspot zegt trainster Ineke Bonsen: 'Ja, atletiek houdt hem van de straat, hè.'

In 1994 al stond hij op de voorpagina van de AW, het nogal slaperige orgaan van de atletiekunie. Maar die keer spatte de furie van de voorpagina af. Korving had het record op de 60 meter horden verbeterd tot 7,94 en zijn smalle, bijna Aziatische ogen sperden zich open. De rechtervuist balde zich voor een indrukwekkend brede schouder, de lippen weken uiteen als in een hartgrondige vloek.

En daarnaast, schuin op de achtergrond, was Ineke Bonsen zichtbaar, met een spontane, contrastrerende en intens vreugdevolle lach. Ze is een van de weinige vrouwelijke coaches in de atletiek. Korving verlaat zich al bijna tien jaar op deze nuchtere tante. Zelfs een nogal kort verblijf in de Verenigde Staten, in Moscow, Idaho, vervreemdde hem niet van zijn Heerhugowaardse beschermvrouwe. Hij trainde in Amerika onder Mike Keller, coach van de 'gigantische' tienkamper Dan O'Brien. Die zei hem: 'Is jullie nationale hordenrecord 13,92? Dan kan ik maar beter Nederlander worden.' 'Wacht maar af', zei Korving en korte tijd later had hij dat (buiten)record aangescherpt tot 13,58.

Ineke Bonsen heeft nooit de geneugten van de topsport gezocht. Ze heeft een onderwijskundige achtergrond; ze wilde atleten iets léren, ook al leverde dat in het begin geen stuiver op. Ze gaf les aan allochtonen en was bereid invalster te zijn bij Hera, de atletiekvereniging ter plaatse. Om te ontdekken: 'Wat vreemd toch, er is eigenlijk geen enkele methode in de sport. Het besef dat één ding aanleren maanden, zelfs jaren kan duren, ontbrak. Iedereen wordt onderweg ongeduldig.

'Ik volgde de specialisaties van de KNAU en ik dacht: zo moet het dus niet. Ik gaf les aan buitenlandse kinderen en daarvoor ontwikkelde ik een methode. Ik dacht: leren is gewoon cursorisch werken, dus ging ik ook voor Robin een methode ontwikkelen. Het jammerlijke in de atletiek is dat ze jeugd uitnodigen maar nooit weten wat erachter zit. Terwijl het aanleren van nieuwe dingen juist zo veel voorkennis vereist. Al die moeilijke dingen als hordenlopen, polsstokhoogspringen of discuswerpen vereisen een stap-voor-stap-benadering.

'Voor één oefening moet je soms vijf jaar de tijd nemen. Maar ik zie nergens dat consequent één ding wordt geleerd. Bij Robin was het eerste horden-been niet goed, met het tweede been zijn we pas twee jaar geleden begonnen. Terwijl ik na zes jaar nog steeds niet vind dat het eerste been klopt. Zelfs bondstrainer Harry Schulting noemde wat ik doe: werken op de vierkante centimeter. Hij was verbaasd, het zij zo. Ik denk dat het noodzakelijk is.'

De methode 'Bonsen' bestaat eruit dat ze voortdurend oefeningen zoekt die de pupil in kwestie dwingen een nieuw bewegingspatroon te volgen. Desnoods zette ze een vuilnisemmer in de looprichting en desnoods bezeerde Korving zich daaraan. Een volgend keer zou hij wél de gewenste richting uitgaan. Ze was trouwens van begin af aan gewend in primitieve omstandigheden te werken.

Toen Korving vijftien was, liep hij onder haar leiding in kassen. De horden waren afgedankte, omgebogen verwarmingsbuizen; stangetjes, bekleed met gele tape, opdat hij zich niet zou verwonden aan de obstakels. Want het was soms aardedonker. Krachttraining moest worden gedaan in een plastic-zakken-fabriek, de stank van toen huist nog altijd in haar geheugen. In een veilinghal kwamen ze daarna terecht, een voorrecht bijna. 'Dat gezeur dat het altijd perfect moet zijn' kon Bonsen gestolen worden. 'Uit luxe komen maar zelden topprestaties voort.'

Maar ze leek niet de ideale protegé te hebben. Korving had dan wel als junior furore gemaakt bij de WK van Seoul maar eenmaal behorend tot de seniorenselectie voor de EK van Helsinki, werd hij, althans voor de bond, het symbool van onmacht. Bijna futloos liet hij zich naar de nederlaag leiden. Al in de eerste ronde kwam de eerloze uitschakeling.

De KNAU verlangde na 'Helsinki' dat atleten voortaan, als ze naar grote titeltoernooien afgevaardigd wilden worden, ook volwassen vechters waren. Korving werd voorlopig in de categorie 'falers' geplaatst, samen met onder meer discuswerpster Jacqueline Goormachtigh. 'Maar we hebben ons daar weinig van aangetrokken. We wisten dat het ooit goed zou komen, ook al kostte het geld en faciliteiten.'

Korving verbleef een jaar in Amerika, waar hij kunst en architectuur studeerde. 'Een mooie ervaring in een klein rotdorp waar niets te beleven viel. Alles was geregeld. Een enorme hal om te trainen. Met de eenheden op je collegekaart kon je eten wat je wilde, maar ik had niet het idee dat Mike Keller meer van hordenlopen wist dan ik. Hij dacht dat ik mijn zwakke punt, de start, kon verbeteren door me te dwingen in zeven in plaats van acht passen naar de eerste horde te lopen. Maar dan moet je met je andere been over die eerste horde en dat was voor mij enorm trekken.'

Dus kwam hij terug naar Nederland. Om, zo leek het, opnieuw het slachtoffer van hoon te worden. Steeds laatdunkerder werd gesproken over de vierde plaats die hij bij de WK jeugd had gehaald. De WK der volgroeiden werd een afgang, de vooroordelen leken gerechtvaardigd. Maar Korving verweert zich nog steeds. Er was, al weer, een blessure geweest, en de idee dat hij nog steeds niet bestand was tegen grote druk, deugde absoluut niet meer.

Zijn enige probleem was wellicht dat hij nog steeds geen 'nee' kan zeggen. Nog steeds, zegt Bonsen, is hij te meegaand. Als de fotograaf hem tijdens de training vraagt om zijn rood aangelopen hoofd met de buitenlucht te confronteren, gaat hij gewillig mee. Bonsen vloekt als hij na tien minuten nog steeds niet terug is. 'Het blijft verdomme een kind.' Even later schrijft hij opspelende pijn in zijn hamstrings toe aan het kortstondige buitenverblijf. Bonsen heeft wéér gelijk gehad, beseft hij.

Maar op een bepaalde manier is het kind wel degelijk ook een gerijpte atleet geworden. In zijn eerste Europese indoorseizoen gaat het van baan naar baan sneller. Van 7,84 kwam hij in drie etappes naar 7,79 en wat belangrijker was: imponeren door snellere tegenstanders liet hij zich nauwelijks nog.

Hij kan zich nu op zichzelf concentreren waardoor ook de manco's tijdens races gemakkelijker analyseerbaar zijn. Telkens ging er wel iets mis. Hij schampte horden, had een slechte start of hield zich om raadselachtige redenen in. De perfecte race moet nog komen: 'Maar ik weet wat dat is. Je ontstijgt jezelf, het gaat moeiteloos, alsof het door iemand anders wordt overgenomen, je bent weg van de wereld. In wezen lijkt hordenlopen dan heel eenvoudig: hoe hoger het ritme, hoe meer alles vloeit.'

Om dat gevoel gaat het, om het ritme waarmee hij zijn wilde aanvalslust kan kanaliseren. Hij wendt zijn blik bijna af. Korving is eigenlijk te ongedurig voor te veel zelfreflectie. Maar hij kent zijn probleem: 'Je moet je eigen identiteit houden, je niet door iedereen laten beïnvloeden. De WK van Stuttgart was nieuwigheid, gewenning en ik zat al over mijn piek heen. Ik was niet rustig en dan was er ook nog eens een enorme chaos bij de start, door een of andere atleet van de Kaaiman-eilanden. Het ging finaal fout.

'Een jaar later viel in Helsinki iedereen over me heen. Ik had de race moeten afmaken maar ik liet het lopen. Logisch toch, als je ziet dat het misgaat? Wat maakt het uit of je laatste wordt? Lager dan laatste bestaat niet. Goormachtigh en ik hadden na die mislukking toch dezelfde gedachte: we komen er wel.'

Korving was meerkamper maar had altijd last van zijn knieën. Hij werd in 1988 zelfs afgekeurd voor dienst. Achteraf kan hij erom lachen, maar op het moment was het een vreemde ervaring. Hij wil van alles, maar laat alles ook in de steek. Door die eeuwige onrust: 'Met horden heb je succes. Maar als ik op school ben, maalt niemand om een hoog cijfer.

'Daarom ga ik misschien wel door tot mijn 35ste, tot ik over the hill ben. Ik weet niet waar het einde is. Mijn drang is zo sterk dat ik denk: ik krijg jullie wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden