Topklasse is mooie schnabbel voor oud-profs

Neem Nourdin Boukhari bij Magreb '90 of Alje Schut voor Kozakken Boys, profs bouwen hun loopbaan graag af in de topklasse. Gezien het geringe aantal trainingsuren is het te combineren met de eerste stappen naar een carrière buiten het voetbal.

Nourdin Boukhari probeert zich los te worstelen van zijn tegenstander. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ooit was Nourdin Boukhari een vrolijke buitenspeler van Ajax. Maar dat was vele kilo's geleden. Nu, op deze zondagmiddag, blijft zijn hoofd maar nee schudden. Rennen gaat moeizaam. Een vrije trap, op grote afstand van het doel, trapt hij de muur in.

Een kwartier voor tijd heeft zijn trainer genoeg gezien. Wissel voor Boukhari.

Op het winderige sportpark van topklasser Magreb'90 speelt het eerste team tegen de Koninklijke HFC. De bekendste speler is Nourdin Boukhari, die 290 wedstrijden als profvoetballer speelde.

Aantrekkelijker

Zoals Boukhari zijn er velen. In de hoogste klasse van het amateurvoetbal, de topklasse, zijn dit seizoen tweehonderd spelers actief die eens te bewonderen waren in het profvoetbal, zo blijkt uit cijfers van Infostrada Sports.

Voor veel voetballers is de topklasse zo aantrekkelijk, dat ze liever bij een amateurvereniging spelen, dan dat ze nog een contract tekenen bij een club uit de eerste divisie. 'Bij sommige amateurclubs verdien je nog meer dan in de eerste divisie', zegt Alami Alahannech, de trainer van Boukhari.

Hoe hoog de vergoeding bij Magreb '90 is, zegt de coach niet te weten. Betalingen in het amateurvoetbal blijven een heikel onderwerp, verenigingen willen er nauwelijks over praten.

Maatschappelijke carrière

Op een maandagavond draaft FC Utrecht-icoon Alje Schut langs een reclamebord van de plaatselijke slager uit Werkendam. Schut maakte dit seizoen zijn debuut bij Kozakken Boys, de zaterdagkampioen van vorig seizoen. Hij is aanvoerder en moet de ploeg met zijn ervaring aan de hand nemen. In datzelfde team speelt ook Berry Powel, die eerder voor onder meer Roda JC en Elche doelpunten maakte.

Spelers in de topklasse kunnen naast het voetbal gemakkelijk een baan hebben. De meeste teams trainen maar twee of drie keer in de week. Daarom kiezen veel ervaren spelers, zoals Schut, Powel en Boukhari, in de herfst van hun carrière voor de topklasse. Ze kunnen zo, naast het voetbal, werken aan hun maatschappelijke carrière.

Ja, het was wel even omschakelen, vertelt Schut. Na zijn debuutwedstrijd voor de Boys vroeg hij aan de begeleiding 'waar zijn handdoek eigenlijk lag'.

Gek idee voor een prof, maar in het amateurvoetbal moet iedereen zijn eigen handdoek meenemen en ook zijn trainingspak wassen. Niet dat hij het heel erg vindt: 'Het is fijn hier bij Kozakken Boys. We gaan langs de mooiste amateurclubs van Nederland. De topklasse is een competitie met een mooie ambiance. Geld is niet mijn drijfveer.'

Ook Powel heeft het zichtbaar naar zijn zin. Tegen de conditietrainer na een kwartier loopoefeningen: 'Kunnen we al gaan douchen'.

Over de betalingen wil ook Kozakken Boys niet al te veel kwijt, maar de technisch directeur zegt dat het gemiddelde maandsalaris tussen de acht- en negenhonderd euro ligt. Daartegenover staan drie trainingen in de week en één wedstrijd. Hoe hoog het salarisplafond ligt, wil hij niet zeggen.

Berry Powel heeft als spits van Kozakken Boys genoeg tijd om in de uitzendbranche te werken en Alje Schut werkt (onbetaald) aan zijn toekomst door te scouten voor FC Utrecht en de A1 te trainen. Beide spelers hadden ook nog interesse van clubs uit de eerste divisie, maar dat zagen ze niet meer zitten.

Meer volwassen

Bij NAC wilden ze Schut bijvoorbeeld graag hebben, maar toen die club degradeerde naar de eerste divisie, had hij daar geen trek meer in. Spelen in de eredivisie had hij prachtig gevonden, maar de eerste divisie? Daar zag hij toch vanaf.

Berry Powel zag een rentree in de eerste divisie ook niet zitten: 'Zelfs als ik dan 30 doelpunten maak, denk ik nog niet dat een eredivisieploeg me wil hebben.'

'Hier in de topklasse zie je veel fysieke spelers, terwijl er in de eerste divisie wat meer technische spelers zitten', zegt Schut. 'Ze zijn daar fitter, maar wij zijn meer volwassen. Niet voor niks kunnen veel topklassers het de profclubs nog lastig maken in de beker.'

Terug bij Magreb'90, de club van Boukhari, waar ze aan de rand van het veld broodjes shoarma verkopen. Het was bij voorbaat al niet de wedstrijd van Boukhari. Hij heeft het door de storm en regen zo koud dat hij zijn handen opwarmt in de mouwen van zijn voetbalshirt.

Het was gewoon niet zijn wedstrijd, zegt zijn trainer. 'Hij moet de bal aan zijn voet hebben, steekpassjes geven. Dat kan hij goed.'

Na zeventig minuten, als zijn trainer hem naar de kant haalt, heeft hij het wel gehad. Hij loopt het veld af, stuurt zijn auto de snelweg op richting zijn huis in Rotterdam. De nabespreking wacht hij niet meer af.

Nourdin Boukhari voor aanvang van de wedstrijd tegen Koninklijke HFC. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden