Topduo moet zwemploeg prikkelen

Bij de EK van1958 in Boedapest won de Nederlandse zwemploeg vijf gouden medailles. Anno 2006, bij de derde EK in deze zwemstad, is oogsten minder eenvoudig....

Nederland is met een scheepje vol twijfels de Donau komen afzakken. Op het Margaretha-eiland in Boedapest, midden in de niet zo erg blauwe rivier, zullen Pieter van den Hoogenband en Marleen Veldhuis bij de Europese titelstrijd de nationale zwemploeg aanvoeren.

Beide zwemmers hebben zo hun eigen sores, vooral van fysieke aard, van rug (VdH) en long. Veldhuis, een astmapatiënte, kampt met de vuile lucht in de Hongaarse hoofdstad. Officieel is het zwemeiland Margaretha (ook wel Margitsziget) een natuurgebied, maar de lucht in de Midden-Europese metropool is behoorlijk vervuild.

Het zwemcomplex, vernoemd naar de eerste olympische zwemkampioen uit 1896, Alfred Hajos, is een buitenaccommodatie. Veldhuis, dit voorjaar al kampend met pijnlijke luchtwegen en daarom enkele weken uit competitie, zal zich met veel medicijnen door het toernooi moeten slepen.

In de zevendaagse strijd op de langebaan geldt zij als de topfavoriete op de 50 en 100 meter vrije slag. Wanneer de Australische crawlzwemsters Lenton, Henry en Mills ontbreken, zoals bij een continentaal toernooi in Europa, dan mag Veldhuis aanspraak maken op de titel the best of the rest.

Die conclusie zal ze overigens niet snel voor eigen rekening nemen. Het is haar natuurlijke verlegenheid die haar daarvan weerhoudt.

Veldhuis, fysiek zeldzaam doelmatig gebouwd, heeft slechts Europese titels op de kortebaan – het 25 meter bad – achter haar naam staan. Vorig jaar won zij zilver op de WK van Montreal, op de 50 meter. Op de dubbele afstand, de 100, het klassieke nummer van de zwemtoernooien, ging ze als bestgeklasseerde de finale in, maar zakte ze in een volstrekt verkeerd ingedeelde race in de slotmeters terug naar de vijfde plaats.

In haar zucht naar verbetering besloot Veldhuis de hele winter te gaan racen in het wereldbekercircuit, om wedstrijdritme op te doen en oude fouten van haar harde schijf te wissen. Alle airmiles moeten zich in Boedapest uitbetalen.

Pieter van den Hoogenband zat bijna twee jaar voornamelijk thuis in Eindhoven dan wel in zijn Belgische uitvalsbasis in Achel. Na zijn titel van Athene wilde hij een postolympische pauze inlassen. Het werd een gedwongen retraite.

VdH bleek geveld door een hernia en moest in mei van 2005 geopereerd worden. De ingreep, verricht in Den Haag, ‘door de beste man van Nederland op dat gebied, dokter Wilco Peul’, bleek een narrow escape, een ontsnapping. Het was ‘linke soep’ geweest, maar dat had de drievoudig olympisch zwemkampioen niet geweten.

De weg terug bleek langer dan hij had verondersteld. Van den Hoogenband noemt zichzelf ‘een paar jaartjes ouder’. Dat is hij gaan voelen. Vooralsnog is zijn pure snelheid nog niet van die mate dat hij, net als in 1999 en 2002, de Europese titel op de 100 meter vrij voor het afhalen heeft. De Italiaanse wereldkampioen Magnini en Gemenebestkampioen Burnett – een Brit – zijn meer dan een bedreiging. Zijn eigen wereldrecord, 47,84, acht hij voor zichzelf onhaalbaar. ‘Een 48’er’ voorspelt hij.

Op de 200 meter, de finale van dat nummer wordt woensdagmiddag (17.40 uur) gezwommen, lijken zijn kansen groter. De titel op de dubbele sprint won hij al drie keer: in 1999, 2002 en 2004. Het is zijn terrein, al houdt Van den Hoogenband ook daar rekening met de bedreiging door Magnini en Burnett. ‘Zij hebben mijn aanpak gekopieerd. Zij zijn sterk op de 100, omdat ze de 200 serieus nemen.’

De mogelijke successen van Van den Hoogenband en Veldhuis moeten de Nederlandse ploeg inspireren tot een sterk toernooi. De oogst van Boedapest 1958, vijf goud en drie zilver, zal er niet in zitten. Zoals ook slechts gedroomd mag worden van de oogst van 1999 (Istanbul): dertien medailles.

De Nederlandse zwemploeg stuit in de nieuwe verhoudingen van het Europese zwemmen op hevige tegenstand uit vele landen. De tijd is voorbij dat een enkel land – als Nederland in 1958, met vijf van de zeven vrouwentitels – de andere zijn wil oplegde.

De huidige nationale ploeg kent bovendien een uiterst smalle top. Chef-coach Jacco Verhaeren zegt te beseffen dat hij het ‘met dit materiaal’ zal moeten doen in Peking, bij de Olympische Spelen van 2008. Voor hem vormt de Europese titelstrijd de eerste van drie grote stappen naar olympisch China: hierna volgen in 2007 de WK (Melbourne) en in 2008 de volgende Europese titelstrijd, in Eindhoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden