Topclub Feyenoord?

‘Feyenoord is niet meer dan middelmaat’, zegt oud-speler Peter Houtman. Met hem vragen velen zich af of de Rotterdammers zich nog wel een topclub mogen noemen....

Misschien heeft hij zich wel vergist in Feyenoord, zegt Ruud Gullit, terwijl hij nonchalant onderuitzakt in zijn stoel. Op de middag dat de club met hem heeft gebroken, doet de 42-jarige trainer vooral zijn beklag over het gebrek aan financiële speelruimte.

Hij spreekt zijn verwondering uit over de continue afwezigheid van voorzitter Jorien van den Herik en stelt en passant dat hij bij Chelsea is ontslagen ‘omdat het te goed ging’ en dat hij bij Newcastle United zelf is opgestapt, ‘omdat de zwakken daar de macht hadden’.

Het zijn losse flodders die de werkelijkheid geweld aandoen. Maar wie Gullit een seizoen lang heeft meegemaakt bij Feyenoord kijkt er nauwelijks nog van op. Als de schuldvraag over het mislukte jaar bij Feyenoord ter sprake komt – de club eindigde als vierde in de competitie, met maar liefst 25 punten achterstand op kampioen PSV – zegt Gullit: ‘Het publiek heeft met spreekkoren en spandoeken tijdens de wedstrijd tegen ADO Den Haag aangegeven hoe het zit. Ik heb niets over mij gehoord.’

Dat hij zichzelf probeert vrij te pleiten, is niet ongewoon voor Gullit. Maar heeft Feyenoord het probleem wel verholpen door te breken met zijn wispelturige coach? In de laatste dertig jaar won de club slechts drie landstitels (1984, 1993, 1999), maar uit gewoonte wordt Feyenoord, met Ajax en PSV, nog steeds gerekend tot de topdrie. Maar is dat eigenlijk wel terecht? Ofwel: kan Feyenoord nog worden aangemerkt als topclub?

‘Misschien is het te vroeg gezegd dat er nu een top is van twee clubs, maar het moet niet meer te lang duren’, zegt Patrick Paauwe. In zijn eerste seizoen bij Feyenoord won hij de landstitel, maar dat is inmiddels alweer zes jaar geleden. ‘De successen zijn magertjes. En dat spreekt niet in het voordeel van Feyenoord.’

Met het vertrek van Gullit zijn de problemen dan ook niet verholpen, stelt Paauwe. ‘In 1999 gaven jongens als Kees van Wonderen, Jean-Paul van Gastel, Bert Konterman en Peter van Vossen al aan dat een club als Feyenoord spelers moet kopen die in het team passen. Daar is niet naar geluisterd.’

Hij krijgt bijval van Peter Houtman, de voormalige spits van het elftal dat in 1984 zowel de landstitel als de KNVB-beker won. ‘Feyenoord is niet meer dan middelmaat, is de harde constatering. Ik kan er niets anders van maken. Het beleid heeft te vaak verkeerd uitgepakt. Dat kan niet alleen maar pech zijn. Te veel jongens zijn hier niet geslaagd.’

Het afgelopen seizoen heeft Houtman, die de laatste jaren stadionspeaker is bij Feyenoord, somber gestemd. ‘De club moet nu oppassen dat ze niet structureel als vierde of vijfde eindigt. Ik ben bang dat het die kant opgaat. Ik denk wel eens: Feyenoord is een reus van een club, maar we zijn toch geen sleeping giant of zo?

‘Het beroerdste vind ik dat de supporters is voorgehouden dat er een boel te bereiken viel, maar dat is weer niet gebeurd. En dat is echt een drama voor het legioen’, zegt Houtman. ‘Dat ziet dan bijvoorbeeld dat er een middenvelder wordt gehaald, die je hier om de hoek ook kunt vinden, én goedkoper. Er moet een organisatie komen met mensen aan het roer die van wanten weten en de club met vaste hand sturen.’

Houtman staat niet alleen in deze zienswijze. Vandaar dat de roep om Wim Jansen de laatste weken de vorm van een oerkreet heeft aangenomen. ‘Mister Feyenoord’ wordt gezien als iemand met visie en verstand van aankoopbeleid. In 1993, toen Feyenoord zijn voorlaatste landstitel mocht begroeten, was hij technisch directeur van de club. Na een conflict met de leiding vertrok hij datzelfde jaar.

De poging van de clubleiding van Feyenoord om Jansen nu, in een adviserende rol, weer bij de club te betrekken komt kort nadat hij zich in een interview met het onafhankelijk supportersfanzine Lunatic News zeer kritisch had uitgelaten over het beleid.

In dat verhaal zegt de 58-jarige Rotterdammer: ‘Feyenoord stond altijd voor kwaliteit. Meer en meer is het een club van kwantiteit geworden. Dat zie je in de scouting en in het aankoopbeleid.’ Jansens devies: ‘Liever één goede speler dan vier van wie je maar moet afwachten wat het wordt.’

De opmerkingen zijn een zware diskwalificatie van het beleid dat technisch directeur Mark Wotte in zijn eerste jaar bij Feyenoord voerde. Tal van middelmatige buitenlandse spelers werden aangetrokken, terwijl de club er niet in slaagde de vierde plaats op de ranglijst te verlaten. Het voornaamste verwijt van de fans is dat zij zich niet meer in Feyenoord herkennen.

Op maandagavond, kort nadat Van den Herik het vertrek van Gullit op een inderhaast ingelaste persconferentie had toegelicht, kon een afvaardiging van de supportersvereniging zijn grieven uiten op een al geplande forumavond in de Kuip.

Het is een avond geweest, waarop de Feyenoord-directie uitleg verschafte over het gevoerde beleid. En ook kleur bekende. ‘We weten precies waar de schoen wringt', zegt Wotte. ‘Misschien zijn er één of twee spelers te veel gehaald. Basto heeft bijvoorbeeld niet voldaan, maar voor de rest kan ik er niet zoveel noemen.’ Of hij zich de kritiek heeft aangetrokken? ‘Ik vind niet dat ik mezelf veel kan verwijten. Misschien heb ik iets te snel ingestemd met de komst van een of twee spelers in de winterstop.’

Ook de financiële positie van Feyenoord kwam ter sprake op de forumavond. Niet in de laatste plaats omdat veel supporters zich afvragen hoe het toch kan dat zo’n grote club vaak z’n toevlucht moet zoeken in transfervrije spelers.

Het in 1999 bedachte obligatieplan, het Feyenoord Premie Effect, mislukte. Directeur Jan Willem van Dop had gerekend op een opbrengst van minimaal 25 miljoen gulden (11,3 miljoen euro). Maar hij moest tot zijn teleurstelling constateren dat het plan niet meer dan 13 miljoen gulden (5,9 miljoen euro) opbracht.

‘De markt heeft anders gereageerd dan we hadden verwacht’, zegt Van Dop. ‘Bedrijven zijn achtergebleven door hun structuurwijzigingen. Directies van beursgenoteerde bedrijven kunnen niet zomaar geld inleggen. Die hebben te maken met meerdere aandeelhouders.’

Het verwijt dat Feyenoord te weinig zou profiteren van zijn mogelijkheden in de Rotterdamse haven, noemt Van Dop een fabel. ‘Als het daar zou bulken van het geld, stond Sparta er ook wel anders voor.’

Nog voor zijn vertrek naar FC Utrecht, waar hij volgend seizoen aan de slag gaat als algemeen directeur, probeert Van Dop een spelersfonds van de grond te krijgen, waarin particulieren en ‘kleine partijen’ zouden moeten investeren. Zo tracht Feyenoord het gebrek aan grote transfers van de laatste jaren te compenseren.

Manager Ton Strooband van de supportersvereniging leidde de forumavond en kijkt terug op een gedisciplineerd gesprek tussen directie en fans. ‘Al zeiden sommigen dat ze spijt hadden dat ze zich met bepaalde antwoorden hebben laten afschepen. Maar ja, daar waren ze zelf bij.’

De onvrede blijft. ‘We zijn vierde geworden met een vreemdelingenlegioen, waarmee we ons op geen enkele wijze kunnen identificeren. Het beleid is slecht geweest en het is onduidelijk wie ervoor verantwoordelijk is. Daarom ligt Van den Herik vooral bij het fanatieke deel van de supporters onder vuur. Veel mensen weten niet zo goed tot wie ze hun woede moeten richten.’

De breuk met Gullit leidde nauwelijks tot beroering onder de fans, die een dag eerder toch vooral hun pijlen hadden gericht op het bestuur. ‘Daar heb ik niemand negatief over horen oordelen. Gullits vertrek is geaccepteerd.’

Op de vraag of hij Feyenoord nog een topclub vindt, antwoordt Strooband: ‘In potentie en qua aanhang zijn wij de grootste club van Nederland. Maar qua prestaties staan wij op de plaats waar we thuishoren.’

Dat verhaal is de droevig stemmende geschiedenis van een club, die eerst hoopvol was gestemd door de bevlogen teksten van trainer Gullit (‘We gaan voor het kampioenschap’), maar steeds meer ging inzien dat gebrek aan kwaliteit niet kon worden gemaskeerd.

Cynisch stelt Rob Baan ‘dat ook mijn ontslag er niet toe heeft bijgedragen dat het beter gaat en ik denk dat hetzelfde geldt na het ontslag van Gullit’. Baan was jarenlang technisch directeur, maar werd geslachtofferd door Van den Herik, omdat te veel spelers niet rendeerden in de Kuip.

‘Het is belangrijk dat er een kritische zelfanalyse komt in alle geledingen van de club’, meent hij. ‘Dat wordt gekeken of de juiste mensen op de juiste plaats zitten. Met het ontslag van een trainer of technisch directeur lost Feyenoord de problemen namelijk niet op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden