ReportageOnline fietsen

Tom Dumoulin uitdagen in de virtuele Amstel Gold Race

Volkskrant-verslaggever Erik van Lakerveld rijdt in het schuurtje achter zijn huis de virtuele Amstel Gold Race.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zonder de coronacrisis zou zondag de Amstel Gold Race zijn verreden. Tijdens de virtuele versie van de enige Nederlandse klassieker ging Volkskrant-verslaggever Erik van Lakerveld de strijd aan met Tom Dumoulin.

Eigenlijk past het woord schuur niet bij het aanbouwtje achter mijn keuken. Je kunt er je kont niet keren, zo smal. Maar er past precies een thuistrainer in, het apparaat waar ik mijn racefiets in vast kan zetten. Verbonden met mijn laptop rijd ik er virtuele wielerwedstrijden. Op deze zondagmorgen doe ik mee aan de Amstel Gold Race.

Nu er een streep is gegaan door de voorjaarskoersen vanwege de coronapandemie proberen wedstrijdorganisatoren op andere manieren de wielrenners en de fans van de sport te plezieren. Leo van Vliet, koersdirecteur van Amstel Gold Race, besloot de laatste 26 kilometer van zijn wedstrijd virtueel te laten verrijden in de online wielergame Bkool.

Dat idee was niet uniek. Twee weken geleden reed een klein groepje profs al de virtuele finale van de Ronde van Vlaanderen. Maar Van Vliet wilde geen wedstrijd. Hij wilde de recreanten, die jaarlijks de toerversie van de Amstel Gold Race rijden ook wat bieden en besloot er een toertocht van te maken en nodigde er ook een aantal profs voor uit, onder anderen Tom Dumoulin.

De opkomst is zondag een fractie van de ruim 15.000 recreanten die in coronaloze tijden op het zadel kruipen voor de toertocht: zo’n 500. Ik ben er, onder het pseudoniem ‘Wonderwielenaar’, om 11 uur ’s ochtends een van.

De makers van de game hebben hun best gedaan om de werkelijkheid van het fietsen te benaderen. Zo is het gemakkelijker rijden in het wiel van een ander dan op kop. Een afdaling gaat razendsnel, een klim voelt zwaar. Op het steilste stuk van de Cauberg (18,9 procent) moet ik terugschakelen naar mijn lichtste versnelling, want de software houdt rekening met mijn gewicht. Net als in het echt ben ik als vrij zware renner (87 kilogram) bergop in het nadeel. En toch.

De timing van de pedaalslag is anders. Je hoeft niet te sturen. Ploegenspel ontbreekt. Het is onvergelijkbaar met analoog wielrennen. Niet voor niets leggen beroepsrenners het in de wielergames vaak af tegen onbetaalde maar ervaren thuisrijders.

Aan parcourskennis heb je niks. Als het al op Limburg lijken moet, dan is het een zeer abstracte versie. Markante herkenningspunten ontbreken. Weg is de eenzame eik aan het eind van de Eyserbosweg. Er is geen viaduct over de Cauberg om naartoe te rijden. Het is een gepixeleerde droomwereld waarin de stijgingspercentages van de beklimmingen de enige connectie met de werkelijkheid zijn.

Maar voor mij, vrij ervaren als virtueel renner, biedt het kansen. Zou ik Dumoulin kunnen verslaan? Ik heb het in de zomer van 2009 al eens tegen hem opgenomen in de Limburgse heuvels. Hij was pas 18 jaar, reed zijn eerste seizoen bij de senioren en had nog geen profcontract. We reden een kleine eendagswedstrijd voor amateurs. Hij werd 14de, ik op hangen en wurgen 23ste. Geklopt door een zes jaar jonger broekie.

Het scherm dat Van Lakerveld (rode helm/zwarte kleding) tijdens de rit ziet.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Elf jaar later probeer ik met een paar uur training per week een buikje te voorkomen en is hij een van ’s werelds beste coureurs. Voor hem is deze virtuele Amstel Gold Race waarschijnlijk een nietsbetekenend tijdverdrijf in koersloze tijden. Maar misschien laat hij zich verleiden tot een wedstrijdje. Ik neem me voor om er vol in te vliegen. Je weet maar nooit.

Als vierde man in koers begin ik aan de Kruisberg, maar verlies bergop direct 16 plekken. Ik ben te zwaar voor dit terrein, virtueel en in het echt. Op elke klim zak ik nog verder naar achteren. Op de vlakke stukken pak ik soms wat mannen terug. Ondertussen tuur ik aandachtig naar de namen die op het beeldscherm te zien zijn. Het zijn alleen maar voornamen. In een flits zie ik ‘Tom’ staan. Zou het?

Nee. De tocht kent drie starttijden en Dumoulin zal, zo blijkt als ik eenmaal leeggereden gefinisht ben, een uur later dan ik aan de rit beginnen. De Limburger rijdt, in een vakantiehuisje op de Cauberg, op het account van iemand anders als ‘Vincent’ mee. Of iemand hem in die vermomming herkend heeft?

Ik finish na een kleine 51 minuten en 41 seconden als 35ste van de ongeveer 170 deelnemers in mijn startgroep. Het is me zwart voor de ogen, de vloer onder me glibberig van mijn zweet. Alle Tommen heb ik met argusogen bekeken. Voor niets.

Via een livestream op Facebook zie ik even later hoe Dumoulin naar ongeveer dezelfde eindtijd rijdt. Lachend kijkt hij in de camera, nog geen drupje transpiratie op het voorhoofd. Zo ontspannen pedaleert hij, dat het goede gevoel over mijn eigen rijden ter plekke verkruimelt. Het is nooit een wedstrijd geweest en toch heb ik verloren.

Steeds meer virtuele wedstrijden

Steeds meer sporten organiseren virtuele toernooitjes om de lege sportagenda op te vullen en sportfans te plezieren. De wielersport lanceerde twee weken geleden al een digitale Ronde van Vlaanderen, zaterdag begon een virtuele versie van de Ronde van Italië. De Formule 1 hield een e-GP en wereldkampioen schaken Magnus Carlsen lanceerde zaterdag een onlinetoernooi met een prijzengeld van 250 duizend dollar. Enkele voetballers van Ajax en PSV maakten afgelopen week hun opwachting in de Stay and Play Cup, een virtueel Fifa-toernooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden